1779: Onderhoud aan de weg

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het is bijna niet voor te stellen dat je als grondeigenaar ook verantwoordelijk bent voor het onderhoud aan de straat. Toch was dit vroeger wel het geval. Iedereen was verplicht om de straat voor zijn of haar woning, akker of weide te onderhouden. Sommige eigenaren hielden zich hier beter aan dan anderen, zo ook in dit verhaal uit 1779 over onderhoud aan de weg.

Kaartje uit 1840 van Amby met hierop de looproute aangegeven dat het gezelschap heeft afgelegd

Een voornaam gezelschap…

Het is druilerig weer op 23 juni 1779. Met tegenzin verzamelt zich een groep mannen rond het huisje van Mathias Honée, op de kruising Bergerstraat / Ambyerstraat Zuid. Het zijn de grootgrondeigenaren van Amby: Ridder van Brienen - eigenaar van het kasteel Geusselt, Matthias Sleijpen - koopman en eigenaar van de Withuishof, dhr. Van Slijpe - burgemeester van Maastricht en eigenaar van huize Severen, advocaat Gauthier - eigenaar van de Gravenshof, Christianus Dupont - koopman uit Scharn met veel grond in Amby van zijn schoonvader Matthias Sleijpen, de pachter Christianus Frijns - van de boerderij ‘het Kerksken’, namens de eigenaar: het klooster van Sinnig, de heer Cruts - oud burgemeester van Maastricht en eigenaar van de Hagenhof, Marthen Honds - eigenaar van de Heihof, dhr. Meven - eigenaar van de Ravenhof en tot slot een delegatie van het Wittevrouwenklooster uit Scharn met veel gronden in Amby (het latere Witte Vrouwenveld). Naast de grondeigenaren zijn ook de dorpsmeesters aanwezig. Dit waren een soort burgemeesters en dit waren er altijd twee: Adam Vaessen en zijn collega wiens naam onbekend is helaas. Mogelijk betrof het Servaes Bouwens. Dit gezelschap was in afwachting van de twee schepenen van de hoofdbank Meerssen, de heren Boijmans en Ross.

Op deze foto uit 1962 staat het pand Hoofdstraat 2, destijds in 1779 vrij gelegen in het veld en bewoond door Mathias Honé

De aanleiding

De heren hebben zich verzameld op verzoek van de Luitenant-Voogd Pelerin. Hij heeft waarschijnlijk klachten ontvangen over de toestand van de doorgaande wegen in Amby. Deze moeten eigenlijk 16 voeten breed zijn (4,50 m), maar in de praktijk is dit vaak niet het geval. Daarbij zit de weg vol met kuilen en gaten. Na een hevige regenbui was de weg onbegaanbaar, terwijl de dorpsstraat een belangrijke verbindingsweg is tussen Meerssen en Heer, Gronsveld en Eijsden. Ook de Molenweg is niet wat het zijn moet. Doordat de wegen zo smal zijn is het ondoenlijk voor twee karren om elkaar fatsoenlijk te passeren. Hier moet iets aan gedaan worden!

Luitenant-Voogd?

Adriaan Lodewijk was in 1738 te Maastricht geboren als zoon van Leidse ouders. Hij studeerde rechten in Leiden waar hij ook verschillende bestuurlijke functies bekleedde. In 1775 werd hij benoemd tot Luitenant–Voogd van het land Valkenburg. Hij verving de Voogd, Jan Walraven graaf van Welderen, die graag de eretitel droeg van Voogd maar het werk uitbesteedde aan een plaatsvervanger, de Luitenant-Voogd. De (Luitenant-) Voogd had een breed takenveld. Op de eerste plaats kon hij verboden en arresten uitschrijven en was hij belast met de toezicht en handhaving. Daarnaast trad hij op inzake misbruiken en misdaad welke niet tot de criminele justitie horen. Ook stelt hij schepenen, secretarissen, burgemeesters en veldboden aan. Een belangrijke taak van de Voogd was het voorzitterschap van de verschillende hoofdbanken die onder het gezag van het Land van Valkenburg vielen, zoals de hoofdbank Meerssen, waartoe Amby ook behoorde. Een hoofdbank is een soort van (lagere) rechtbank. Leuke bijkomstigheid: de Voogd had het recht op voogdstonnen. Dit was een soort belasting geheven op brouwerijen en herbergen. Een gedeelte van het bier kwam de Voogd toe.

De schouw

Terug naar het kruispunt op de Bergerstraat waar de troep mannen zich verzameld heeft. Ze gaan eigenhandig de weg nameten (schouw) en bepalen wie zijn taak tot het onderhouden van de weg heeft verslonsd. Velen van de aanwezigen staan er met een dubbel gevoel. Het is in ieders belang dat de wegen begaanbaar zijn en blijven, maar bij gebrek aan deugdelijke maten (een kadaster bestond nog niet), is het aan de ‘heren’ zelf om de grens tussen de weg en de aangrenzende percelen aan te wijzen. Dit leidt gegarandeerd tot discussie met de aanwonenden. De Luitenant-Voogd wist dit vooraf en had daarom verordonneerd dat de overtreders 14 dagen de kans krijgen om de straat te herstellen, op pane (straffe) van een dubbelde boete.

Het Ambijerstraatje gaande na Schaan

De route die het gezelschap aflegde begon dus aan de Bergerstraat en in eerste instantie liepen ze over het Ambijerstraatje gaande na Schaan , de huidige burgemeester Cortenstraat tot aan het kruispunt met de Bemelerweg die destijds ook Amby’s grondgebied was. De linkerzijde (oostzijde) van de weg behoorde tot Amby en de rechterzijde (westzijde) was stads, zoals wordt opgeschreven in het rapport. Eigenlijk was dit grondgebied van Heer maar met stads wordt bedoeld dat Heer destijds behoorde tot de Maastrichtse bank van St. Servaas. De rijgenooten (aangrenzende grondeigenaren) werden gesommeerd om bomen en heggen in den weg staan en behoorde geruijmt te worden, den weg geplanceert (uitgezet) en met kiesel gedenkt.

De Dorpstraat langs den hof Raven na Ambij

Bij de gemeentegrens aangekomen keert het gezelschap en begeven ze zich weer naar het huis van Mathias Honé. Vanuit hier lopen ze via de Dorpstraat richting Amby. De weg is hier slecht onderhouden en de grondeigenaren Joannes Steijns, Christianus Dupont, Matthias Honé en het Witte Vrouwenklooster worden gesommeerd om de weg aan te vullen met kiezel. De heer Meven van het kasteel Ravenhof wordt gelast de hoogtens te slegten en de weg te verbreden tot 16 voet.

Soms was het nodig om bepaalde rijgenoten te waarschuwen dat er een boete opgelegd kon worden bij het niet onderhouden van de weg

Vanaf de Koeijstraet tot de kerk

Bij de Koeijstraet (Heukelstraat) aangekomen is de straat behoorlijk dichtgegroeid door groengewas en de rijgenooten worden geacht de weg en het groen in behoorlijke staat te stellen. De aanwonenden Joannes Loers, Nicolaas Claassen, Lins Haenen, Claas Frissen en mevrouw Graven worden gelast de bomen die te kort op de weg (of zelfs in de weg) staan te kappen. Ook Joannes Keggeler (Kichelers) en de weduwe Dusch worden gesommeerd hun deel van de weg beter te onderhouden. Opvallend is dat deze mensen dichtbij de pastoor woonden. Je zou verwachten dat ook pastoor een aanmaning zou krijgen, maar hij werd er niet op aangesproken. Werd hem de hand boven het hoofd gehouden of had pastoor de straat voor zijn pastorie wel goed op orde… wie zal het zeggen?

Vanaf de kerk richting Rothem

Tussen de kerk en het huidige Severenplein stonden toentertijd geen woningen. Er waren alleen velden van huize Severen. Het is opvallend dat dorpsmeester Vaessen gesommeerd wordt om de weg hier te herstellen met als reden dat hij er ook zelf bomen gepland heeft. Heeft de dorpsmeester het aanzien van de straat willen verfraaien door er bomen aan te planten als een soort van laan? Of was er een andere reden (opbrengst verkoop hout?) dat hij bomen plantte aan de zijkant van de weg? Iets verderop worden Joannes Meijers, Paulus Quax , Sime van Aubel en Joannes De Noij gesommeerd kiesel in den weg te vaaren (…) hier en daar een boom uijttekappen en de hegge te snoeijen. Blijkbaar bestaat er twijfel of de genoemde rijgenoten dit wel zullen doen. Voor de zekerheid wordt hen nog eens te verstaan gegeven dat er een dubbele boete staat op het niet uitvoeren van het onderhoud!

Komende uit het dorp Ambij en gaande na Rothem

De tocht gaat verder via de Pin. Ook hier moeten de rijgenoten de hoogtes en graven (greppels) afwerpen en dichten. Het teveel aan grond kan verspreid worden over de aangrenzende akkers en dit mag gebeuren nadat de veldgewassen van de akkers zijn gehaald. Bij de ingang van deze weg worden de heren Cruts en Jacob de Noij gelast om de gribben toe te maken. Een grib of grubbe is een greppel waar overtollig hemelwater, van de hei afkomende, doorheen stroomt richting de Kanjel. Vroeger lagen verspreid door Amby meerdere van dit soort gribben of vloedgraven geheten. Omdat ze de dorpsstraat doorstaken werd geregeld de weg uitgespoeld en die moest daar dan aangevuld worden. Daarnaast wordt Martinus Maanen, uit Rothem, gesommeerd om de hoogtes af te werpen en de (karre)sporen te dichten.

Passage uit het rapport waarin geschreven wordt te stoppen met de 'belijding' vanwege het vallen van de avond

De Molenweg

Een andere belangrijke doorgaande weg was de Molenweg. De naam zegt het al: de weg naar de molen in Heer en de meeste mensen op doorreis in het Maasdal pakten deze weg in plaats van de evenwijdig gelegen dorpsstraat. Waarschijnlijk omdat hier minder oponthoud was door dorpse taferelen (loslopend vee, uitstallingen van winkels, volk, etc.) die de weg konden blokkeren. Vanaf de ‘IJserkuijl tot aan de Bergerstraat werd kort en bondig geconcludeerd dat de meeste rijgenooten geene kiesel gevaaren hadden, hier kregen ze alsnog 14 dagen de tijd voor. Verder worden er geen bijzonderheden of namen van eigenaren genoemd aan de Molenweg. Mogelijk waren de heren inspecteurs er wel ‘klaar’ mee. De laatste zin luidt als volgt: Wegens het vallen van den avond ten klokke 7 uuren met verderen belijdinge gesupercedeert (gestopt). Het was goed geweest voor die dag. Mogelijk dat er nog een vervolg aan is gegeven op een andere dag, bijvoorbeeld om verder te gaan op de drukke Bergerstraat, maar als dat zo is, is dat rapport niet bewaard gebleven helaas.

Het straatbeeld toen en nu

Deze rapportage geeft ons wel een beeld van het aanzicht van de Dorpsstraat zo’n 250 jaar geleden. Hoewel op dezelfde plek gelegen zag de straat er toen heel anders uit dan nu: een smalle, modderige straat begrenst door woningen maar met name door heggen, bomen, greppels en verhogingen. Uit andere bronnen weten we dat er op verschillende plekken nog tot ver in de 19e eeuw drinkpoelen voor het vee in het dorp lagen, midden op straat. Hetzelfde gold voor mesthopen van de aangrenzende boerderijen. Het zou nog lang duren eer de gemeente zelf het heft in handen nam. In de 19e eeuw kwamen de eerste kantonniers, die aangesteld werden tot onderhoud van de weg. Dit was in eerste instantie een soort werkverschaffing voor hen met een beperkt vermogen. Verharding van de weg komt in Amby in de vorm van asfalt voor het eerst in de jaren ’30 van de 20e eeuw voor, als een project om de vele werklozen van werk te voorzien. Zo transformeerde de oude dorpsstraat van een landweg naar de straat die we nu kennen.