Ambysche dame in het verzet

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ambysche dame in het verzet is een artikel over Hélène Schoenmaeckers. In de Tweede Wereldoorlog zijn door de nazi’s 38 verzetsstrijders uit Maastricht vermoord. Onder hen waren drie vrouwen: Berendina (ook wel Berendje genoemd) van Assen-Grolleman werd op zaterdag 24 juli 1943 met haar man gearresteerd en op 18 februari 1945 in het concentratiekamp Ravensbrück op 50-jarige leeftijd vermoord. Ze wordt met een struikelsteentje aan de Cannerweg 124a geëerd. De tweede vrouw is Maria Hermine Josephine Wessels van de kleine onbekende verzetsgroep van Benoit Simonis. Zij keerde niet terug uit haar gevangenschap. Naar haar is nog geen verder onderzoek verricht. De derde vrouw is Marie Clotilde Hélène Schoenmaeckers, die langere tijd heeft gewoond op het Withuishof in Amby, Bergerstraat 2-4.

Hélène Schoenmaeckers

Marie Clotilde Hélène Schoenmaeckers

Marie Clotilde Hélène Schoenmaeckers kwam uit een echt verzetsgezin waar zij samen met meerdere familieleden betrokken waren bij het verzet tegen de Duitse bezetters: zus Adèle, broer Paul met zijn zoons en haar broer André en zijn zoons. Samen met familie uit Rekem vormden zij een lokaal netwerk. Hélène werd geboren op 3 juli 1894. Na het overlijden van haar vader vestigde haar moeder zich in 1910 met haar 10 kinderen op het Withuishof in Amby, Bergerstraat 2-4.

Withuishof aan de Bergerstraat


Hélène verrichtte veel sociaal werk voor de armen in Maastricht. Zij verpleegde de zieken vanuit het Rode Kruis en Groene Kruis en al in de Eerste Wereldoorlog stuurde zij pakjes aan Belgische soldaten in Duits krijgsgevangenschap. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 hielp zij gewonden in het tijdelijke hospitaal in het Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat in Maastricht. Zij had de Rode Kruisband om haar arm. Zij hielp toen al Franse krijgsgevangen te ontvluchten.






In het verzet

In het begin van de Duitse bezetting hielp de familie Schoenmaeckers al het verzet, mede door toedoen van kapelaan H.J.W. Willems uit Amby. Deze kreeg door zijn hulp aan enkele voor de oorlog gevluchte Joodse gezinnen contact met Hélène en haar broer Paul (verzetsnaam: Jean) in het Belgische Rekem.

Paul Schoenmaeckers en echtgenote Yvonette Palmers


Door van deze contacten gebruik te maken, konden enkele krijgsgevangen over de grens worden gesmokkeld. Hélène en Paul Schoenmaeckers (zie ook het artikel Familie Schoenmaeckers in het verzet) hielpen met het doorsluizen van ontvluchte Belgische en Franse krijgsgevangen. Later tijdens de Duitse bezetting kwamen daar de geallieerde piloten bij, die tijdens de luchtaanvallen op Duitsland uit hun neergestorte vliegtuigen per parachute waren gesprongen, over de Nederlands-Belgische grens, eerst via Eijsden en later via Smeermaas. Graaf de Liedekerke uit Eijsden was een goede kennis van moeder Schoenmaeckers, Pauline de Rosen. Mede omdat Hélène en Adèle de Franse taal machtig waren vroeg hij beiden al tijdens het begin van de bezetting aan om hem te helpen. Hélène en Adèle stuurden krijgsgevangen door naar graaf de Liedekerke in Eijsden. De graaf verpachtte grond aan boer Smeets, welk gebied zich uitstrekte tot aan de Belgische grens en een boerderij had nabij het riviertje de Voer. Zo kon een vluchtroute bepaald worden vanuit het kasteel van graaf, via een 190 meter lange overgroeide haagbeukenlaan tot aan de grens, waar vluchtelingen via het huis van Smeets over de grens gezet konden worden.

Hélène met Alphonse Dresen en graaf De Liederkerke




Hélène heeft ook hulp heeft verleend aan Joden om in België te kunnen onderduiken. Zij zou in samenwerking met haar broer ook Duitse Joden geholpen hebben de grens over te steken en eens een Duits Joodse vluchtelinge vanuit Maastricht naar Rekem hebben gebracht op de bagagedrager van haar fiets.


Op vraag van graaf De Liedekerke heeft Hélène het contact gelegd met Alphonse Dresen. Hij was de chef ladingmeester bij de Nederlandse Spoorwegen in Maastricht en kon informatie geven over de nummers van Duitse treinen met tanks en vrachtwagens, welke doorgegeven werden aan de geallieerden. Dresen heeft ook piloten naar de priesters van het Heilig Hart naar de koepelkerk vlakbij het station in Maastricht gebracht. Helaas hebben Dresen en de graaf deze activiteiten met de dood moeten bekopen: beiden werden gefusilleerd in Utrecht op 9 oktober 1943. Na de arrestatie die hieraan vooraf ging werden gravin De Liedekerke, Adèle en Hélène gelukkig wel vrijgelaten.

Verraad en Arrestatie

Op 5 november 1942 viel het doek voor Hélène en Adèle Schoenmaeckers (zie ook het artikel Familie Schoenmaeckers in het verzet). De verzetsgroep Erkens, waar de groep van De Liederkerke deel van uitmaakte, werd door de SD opgerold in het beruchte Duitse ‘Hannibal-Spiel’, zo vernoemd naar de Hannibal-escape lijn van geallieerde piloten. Door toedoen van de verraders onder de vreemde schuilnamen ‘Bob de Goede’ en ‘Oncle Max’ werden in totaal tachtig verzetsmensen gearresteerd, waarvan er tweeëntwintig de dood vonden voor een vuurpeloton.

Geëerd door de Verenigde Staten


Bij de verzetsgroep die werd gearresteerd hoorden ook ook de beide dames Adèle en Hélène. Ze werden opgesloten in de Polizeigefängnis (voormalige Franciscanerklooster) aan de Patersbaan te Maastricht. Naast spionage zal ook hulp aan piloten, krijgsgevangen en Joden een reden voor de arrestatie zijn geweest. Voor de verhoren werden de verzetslieden overgebracht naar de hoofdzetel van de Sicherheitsdienst (SD) aan Wilhelminasingel 71 (in de oorlog Wijckersingel genoemd), waar SD-er Nitsch iedereen aan een “verscherpt verhoor” blootstelde. In sommige gevallen betekende dit dat er werd gemarteld en zwaar mishandeld. Hélène gaf toe, na aanvankelijk alles te hebben ontkend, dat graaf De Liederkerke haar voor spionage doeleinden had aangeworven en dat ze meerdere Franse krijgsgevangenen aan hem doorgaf. Volgens de verklaring van Nitsch bleek uit het verhoor dat Adèle buiten alles zou staan. Zij werd de volgende dag vrijgelaten. Adèle overleefde de oorlog en na 1945 werd zij door de Verenigde Staten voor haar verzetswerk geëerd.


Bij de reconstructie van de Bergerstraat halverwege de jaren 50 is de huidige kapel Bergerstraat gebouwd in haar opdracht. Zij werd 87 jaar en overleed op 18 december 1969 in Amby.

Gevangenschap en deportatie

De gevangenen werden op 30 november 1942 naar de Polizeigefängnis van Haaren vervoerd, waar de verhoren werden voortgezet.

In het kamp getekend portret van Hélène

Op 16 Op 15 april 1943 werden Hélène en gravin De Liedekerke naar de Scheveningse strafgevangenis, het zogenoemde Oranjehotel, overgeplaatst. Hier heerste een vreselijk regime met zes à zeven vrouwen in de cel met maar één bed. Na circa drie maanden werden ze overgeplaatst naar de gevangenis in Utrecht, waar ze een betere behandeling kregen. Gravin De Liedekerke werd hier op 21 oktober 1943 vrijgelaten, nadat zij te horen had gekregen dat haar man op 9 oktober 1943 was gefusilleerd. Hélène bleef vast zitten en werd op 2 november 1943 samen met een andere verzetsstrijdster uit Eijsden naar het vrouwenkamp Ravensbrück gedeporteerd, 80 km ten noorden van Berlijn. De gevangenen werden hier gedwongen zware arbeid te verrichten. Hélène heeft het hier tweeënhalf jaar volgehouden. Een medegevangene maakte er onder moeilijke omstandigheden een portrettekening van haar.

Bevrijd, maar ziek Op 2 maart 1945, met de bevrijding in zicht, werd zij met tweeduizend andere vrouwen gedeporteerd naar het zeer beruchte concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Toen enkele weken later het Russische Rode Leger hier naderde, werd door de SS besloten het concentratiekamp Ravensbrück helemaal te sluiten. Het lukte de Zweedse Graaf Bernadotte, vicepresident van het Zweedse Rode Kruis, op 22 april 1945 om 7500 vrouwelijke gevangenen - waaronder tweehonderd Nederlanders - uit te wisselen tegen Duitse krijgsgevangenen. Twee dagen later werden de vrouwen in vrachtwagens van het Zwitserse Rode Kruis naar Sankt Gallen gebracht. Op 29 april werd Hélène, verzwakt vanwege maag- en darmstoornissen, in het ziekenhuis (Kantonspital) opgenomen en kreeg daar enkele weken later pleuritis bij. Zij heeft nog brieven geschreven en post ontvangen van haar zus Adèle en de bevrijding gelukkig meegemaakt. Haar jongste broer Jacques Schoenmaeckers bracht haar nog bezoek, maar zij konden slechts via een glazen wand met tekens communiceren met elkaar. Op 11 juli 1945, acht dagen na haar 51ste verjaardag, is zij er overleden.

Herinnering

Door zowel de Britten en Fransen is Hélène postuum onderscheiden. In Amby is ter herinnering een straat naar haar vernoemd: de Hélène Schoenmaeckersstraat. Haar naam staat vermeld op de oorlogsgedenksteen op het kerkhof en de kapel aldaar draagt de familienaam Schoenmaeckers, mede vanwege de verdiensten van deze familie voor de Walburgakerk.

Postuum Brits onderscheiden
Postuum Frans onderscheiden
Gedenksteen op het kerkhof van Amby


Naambordje Schoenmaeckerskapel

Hélène ligt begraven in het familiegraf op het kerkhof naast de Walburgakerk aan de Ambyerstraat-Noord te Amby. In 2019 werd bij Withuishof voor zowel Hélène als Paul een zogenaamd Struikelsteentje geplaatst.



Bron: boek Jean-Marie De Coune: Schoenmaeckers: des Heerboeren d'Ulestraten aux de Valensart Schoenmaeckers, en passant par les branches de Bergerstraat, Sibbe, Raer, Geverik, etc.; 2001.




Zie ook