Arno Custers en Postduivenvereniging De Arend

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tekening van Post-Duiven-Vereniging “De Arend”

De postduivenhobby, waarbij men wedstrijden ging houden, is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Vanuit België verspreidde de hobby zich over Europa en ook in Nederland werd het houden van duiven populair. Amby vormde daarop geen uitzondering. Iemand die hier bijzonder veel van weet is Arno Custers, een geboren liefhebber van de duivensport. Arno vertelde ons zijn verhaal en het verhaal van Post-Duiven-Vereniging (PDV) “De Arend”. Daarnaast besteden we in dit artikel ter ondersteuning aandacht aan de ontwikkeling en geschiedenis van de duivensport. Het moet gezegd, na het lezen van dit artikel hebt u als lezer denkelijk een heel andere kijk gekregen op de “doevesjport”. Maar dat kan ook niet anders, want volgens Arno is elke duivenmelker altijd gepassioneerd bezig geweest met zijn sport. Hij noemt hen, in ons mooi Limburgs dialect, ‘doevemèlker’ en een duiventil is in het dialect ‘ne doevesjlaag’. Een sport waarbij het welzijn van Arno’s duiven altijd op één stond.

Geschiedenis en ontwikkeling duivensport

Arno Custers korft zijn duiven

Het kenniscentrum “Immaterieel Erfgoed” leert ons de geschiedenis en de ontwikkeling van deze mooie sport. Duiven hebben niet altijd een al te beste reputatie. Door sommigen worden ze zelfs ook wel “vliegende ratten” genoemd. Maar deze intelligente dieren worden al eeuwenlang ingezet door de mens, bijvoorbeeld tijdens oorlogen. Zo redde de duif “G.I. Joe” ruim duizend Britse soldaten en een compleet Italiaans dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De oude Grieken en Romeinen maakten al gebruik van de duif als boodschapper. In Nederland speelden duiven tijdens de Tachtigjarige Oorlog ook een belangrijke rol als communicatiemiddel tijdens de belegeringen van Haarlem en Leiden. De geringe grootte en de mogelijkheid om snel over vijandelijke linies te vliegen maakte de duif ideaal als boodschapper. In de Tweede Wereldoorlog werd het houden van postduiven door de Duitse bezetter verboden. De postduif werd door het leger en het verzet namelijk gebruikt om te communiceren. Na de oorlog was het juist weer een bezigheid waar heel veel Nederlanders hun heil in vonden. Met name in de volksbuurten hield eigenlijk iedereen zich bezig met de sport. In 1947 werd ook de nationale organisatie opgericht: de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie. Na de oorlog waren er meer dan 100.000 mensen die de hobby beoefenden. Twintig jaar geleden waren dat er nog 60.000.

Mijnwerkers en de duiven

Opvallend in de jaren waarin de mijnen floreerden in Limburg, was de combinatie mijnwerkers en de duivensport. Hun duif was een vogel die dus ook onder deze arbeidersgroep erg populair was. Deze vogel hield in die jaren rond en na de Tweede Wereldoorlog heel wat mensen bezig op de zondagochtend: duiven en de vroegmis! De liefde voor de duiven was voor de mijnwerker een ontsnapping uit de ondergrondse wereld. Een hobby die met liefde, passie, maar ook met stress beleefd werd.

Duivenkeuring voor de tentoonstelling, door Arno Custers, Nic Swelssen en Giel Hansen

Een lied van de bekende Limburgse dialectgroep Carboon getuige van deze populariteit:

“Koelpiet, koalepiet, doevepiet

Pas op dat dich de kat neet kriet

Koelpiet, koalepiet, doevepiet

Went die dich in d'r pungel sjiet

Biste alle doeve kwiet”.


“Koame deep oet de gronk, keeke hoëg in de loch,

holde oam en heë zoog... zieng doeve

Woare meuj, hauwe sjloap, hauwe honger en doësj,

dat woar nieks want heë zoog... zieng doeve


D'r joärige sjek en de zej en d'r voëgel,

zieng riekdom, zieng vrijheed... zieng doeve”

(J.Hendriks, Carboon)

Waar de duivensport vroeger een echte volkssport was, wordt tegenwoordig de hobby beoefend in alle lagen van de bevolking. Later gaan de ontwikkelingen al zo ver, dat het mogelijk is de thuiskomst van de duiven online te volgen. Was het vroeger heel gewoon om vluchten te organiseren met postduiven, tegenwoordig wordt wedstrijdsport met dieren door sommigen met argusogen bekeken. Het welzijn van dieren is belangrijker geworden. Er ontstaat weerstand. De postduivensport is zich daarom ook meer bezig gaan bezig houden met het welzijn van de duiven. Er is een wetenschappelijke commissie die bekijkt wat duiven wel en niet aankunnen.

Arno Custers

In 1925 verhaalt de krant over het 30-jarig jubileum van PDV De Olijftak, Amby

Arno Custers is een bekend persoon binnen de Ambyse gemeenschap, zeker binnen het verenigingsleven. Zo was hij onder andere jarenlang voorzitter van carnavalsvereniging De Sjlaaibök, maar in het verleden was hij ook - samen met zijn eega Marieke - Prinsenpaar én Vorstenpaar van deze vereniging. Daarnaast hanteert hij al heel wat jaartjes de voorzittershamer bij bejaardenvereniging de Sjlaaimetten. Ook was hij jarenlang lid én voorzitter van de nu helaas opgeheven postduivenvereniging “De Arend”. Deze vereniging werd in januari 1926 opgericht. Naast PDV De Arend kende Amby een nog oudere vereniging: PDV “De Olijftak”, opgericht in 1895. Deze vereniging had haar thuisbasis in café Linkens (voormalig Café het Wapen en vanaf mei 2023: “ ’t Sjinkske”).

PDV De Arend Amby

De Limburger Koerier vermeldt op 1 maart 1926 de oprichting van “PDV De Arend”

Arno werd in januari 1963 lid van Postduivenvereniging “De Arend”. Zijn lidmaatschap had op dat moment eigenlijk een trieste achtergrond. Zijn vader, ook een echte doevemèlker, was op 18 december 1962 verongelukt. Hoewel Arno al jaren duiven wilde houden, zei zijn vader altijd: “Wacht maar totdat je getrouwd bent, dan kun je zoveel duiven houden als jezelf wil”. Arno nam dus noodgedwongen de duiven over van zijn vader en werd het 63ste lid (!) van deze vereniging. Arno woonde in de Kloosterstraat (Longinastraat), in de buurt van de Molenweg. In een straal van circa 150 meter woonden veel doevemèlkersj. Behalve Arno, woonde naast hem Dré Koekelkoren, even verderop Jean Maas, tegenover hem Bèr Goyen en Pierre Swelssen, op de Molenweg Sjeng Huntjens en Jean Nulens. Ook de vader van Lou Nijsten had duiven. En natuurlijk niet te vergeten: Lou Wintjens.

Lou Wintjens wordt gefêteerd als lid van PDV De Arend
Het bestuur van PDV De Arend in de jaren 1960: vlnr. de heren Fr. Meessen, Th. Knubben,A. Koekelkoren, L. Wintjens, G. Hansen, Caelen, A. Custers, W. Hermans en J. Maas


Andere spelers in het dorp waren onder andere van “Inde Pin”: Frenske Meessen, Van de Weerdt en Soudant in de Hagenstraat; aan de Dorpsstraat Ambyerstraat Noord) Michel Willems met zijn zoons Patrick en Hugo; Jo Hermans aan het Severenplein; Bemelmans Op d’n Heukel; Theo Knubben en Sjèr Hollanders aan de Cramer van Brienenstraat. En dan niet te vergeten Arno’s broer Jean Custers, die een pracht van een til had staan aan de Van Slijpestraat. Jean speelde dan weer samen met Lou Dacier. Dat samenspel gebeurde regelmatig, ook al om de kosten te kunnen drukken. PDV De Arend had nog veel meer leden dan degenen die hier worden genoemd.

Het duiven zetten en het zogenaamde inkorven gebeurde bij “d’n Hans”: café Hanssen (dat eigenlijk café Duivensport heette) aan de toenmalige Dorpsstraat 81 (Ambyerstraat Noord) 81. Dit café werd uitgebaat door Jean en Wies Goyen-Hansen. Later, vanaf 1968, verhuisde het Duivenlokaal naar het pas opgeleverde gemeenschapshuis “de Amyerhoof” aan het Severenplein. Ook de uitbaters Jean en Wies verhuisden mee. Aangezien er in 1962 blijkbaar ook al een tekort was aan bestuursleden werd Arno gezegd dat hij lid kon worden, maar dan wel ook meteen bestuurslid. In het bestuur zaten destijds onder andere Cor Dassen, Giel Hanssen, Jean Goyen, Lou Wintjens, Theo Knubben, Jean Maas en Sjeng Quadvlieg. Arno stemde toe, werd lid en bestuurder en dit heeft tot met 1998 geduurd. Van deze 35 jaar was hij de laatste 12 jaar ook nog eens voorzitter.

Registratie

Duivenklok “Zandberg”

Tijdens deze jaren veranderde er veel binnen het duiven zetten. Toen Arno begon bij zijn vereniging had je zogenaamde “Toulait-klokken” van Franse makelaardij. In deze klokken zaten voorin twee schijven waarin de uren, minuten en seconden vermeld stonden. De duif kreeg voor de wedstrijd een gummibandje om. Als de duif terugkwam werd dit bandje snel aan de zijkant van de klok geduwd en werd de tijd gemeten. Daarna kwamen de zogenaamde “Junior-klokken”; het bandje werd van het duivenpootje afgenomen en werd bovenin de klok geduwd. Daar werd het “geconstateerd”; dat wil zeggen dat de tijd van de vlucht van deze duif werd gemeten.

Maar ook de duivensport ging met zijn tijd mee. Anno 2024 wordt er een chip aangebracht bij het duifje. Dit “chippen” gebeurt trouwens al als het beestje zeven dagen oud is. Dit chip-ringen is geïntroduceerd na 1998, dus Arno heeft dit in clubverband niet meer meegemaakt. Bij het duivenhok ligt een antenne die verbonden is met een digitaal systeem. Loopt de duif over de antenne, dan registreert de klok dat de duif thuis is.

Snelheidsbepaling

De snelheid van de duif varieert, afhankelijk van windrichting en weersgesteldheid, van 60 tot 130 km per uur. De vliegsnelheid die bepalend is voor het klassement wordt berekend aan de hand van vertrektijd, aankomsttijd en vliegafstand. De vliegafstand wordt berekend aan de hand van de coördinaten (lengte- en breedtegraad), die door een officiële landmeter werden vastgesteld. Die zijn dus voor elk hok verschillend. Met ingang van 2006 worden de afstanden tussen de lossingplaats en het thuishok van de duif bepaald door middel van GPS-coördinaten. Hierdoor zijn de afstandsbepalingen veel nauwkeuriger, wat de competitie tussen de duivenliefhebbers ten goede komt.

Prijzen

Welke duif is als eerste terug? Net als bij elke andere sport is een prijs winnen natuurlijk ook aantrekkelijk. Arno geeft aan dat het bepalen van een uitslag een arbeidsintensief gebeuren was. Zeker als het om jonge duiven ging. Je zat dan de hele zondag met het voltallig bestuur uit te rekenen wie nou wel of geen prijs had gewonnen. De lijsten werden dan op het eind van de dag opgehangen en de duivenmelkers konden dan zien of ze iets gewonnen hadden. Bij de fond-vluchten waren grote prijzen te verdienen, zeker omdat werd gespeeld met de buurgemeenten. Dat was het zogenaamde “Samenspel Groot Maastricht”. Het grote inzetten gebeurde dan in het duivenlokaal in Wolder. Dorpsgenoot en lid van De Arend, Jo Lardenoye, viel bijvoorbeeld regelmatig in de prijzen. En dat viel dan weer op in het buitenland, met name bij Japanners. Die brachten dan een bezoekje aan Jo’s duiventil (“de sjlaag”), om een poging te wagen de prijswinnende duif te kopen met als doel te zorgen voor een sportief nageslacht, dat de prijzen aan elkaar moest rijgen! Garantie dat deze duiven ook zo goed waren als pa of ma duif, kon natuurlijk niet gegeven worden. Maar goed, het was de Japanners te doen om het gokken en om aanzien. Het moge duidelijk zijn, dat de desbetreffende duif goed werd opgeborgen om diefstal te voorkomen!

Training en motivatietechnieken

Het moderne “weduwschap-spel” in de duivensport

Ook de jonge duiven moesten getraind worden. Regelmatig gingen ze met deze mooie beestjes, ook wel piepers genoemd, vanuit Amby naar Mesch om ze een vlucht te laten doen. Ze werden gekorfd en ingeladen op een vrachtwagen van Frenske Meessen. Over de korven werd een zeil gespannen. Frenske was overigens ook een echte duivenliefhebber. Twee bestuursleden reisden altijd met de vrachtwagen mee om een oogje in het zeil te houden. Ook ging Arno regelmatig met zijn broers Jean en Theo duiven “loslaten” in een open weiland in Eijsden, om ze zo “af te richten” en klaar te stomen voor de vlucht vanaf Marche in België of Orleans in Frankrijk. Deze vluchten worden mid-fondvluchten genoemd: vluchten voor jonge duiven.

Vlak voor het moment dat de duiven worden gelost - allemaal tegelijk - voor een vluchtwedstrijd
Duiven op transport met een speciale trailer

De grote vluchten, de zogenaamde fond-vluchten over een afstand vanaf 700 kilometer, met startplaatsen zoals Dax, Chatauroux en St. Vincent (bij Bordeaux), waren aan de duiven van Arno niet besteed. Die afstanden waren voor duiven met een groter uithoudingsvermogen.

Zoals gezegd was de startplaats van de vluchten vlak over de grens, of ver weg in het zuiden van Frankrijk of zelfs het noorden van Spanje. Bekende losplaatsen in Frankrijk zijn o.a. Argenton, Chatauroux, Dax, Limoges, Orléans, Reims, Saint Vincent en Tours. In Spanje was Barcelona natuurlijk een kraker. De duiven op de grote vluchten moesten natuurlijk ook naar de juiste losplaats gebracht worden en dat gebeurde met een grote trailer. Bij elk duivenlokaal in Amby en omgeving stopte deze en de duiven werden aan het verenigingslokaal ingeladen. Het is welhaast ongelooflijk dat duiven bij het lossen op zo’n verre en vreemde plaats precies de weg terug weten te vinden. Dit blijft een groot mysterie!


Hoe weet een duif waar hij heen moet?

Veel wetenschappers hebben hier onderzoek naar gedaan en hun gedachten erover laten gaan. Ze komen al dan niet tot geloofwaardige verklaringen. Een mogelijke verklaring die geopperd wordt is, dat duiven het magnetisch veld van de aarde detecteren. Net zoals sommige andere soorten zoals bepaalde vissen (zalm, paling), zouden duiven hun thuis terugvinden met behulp van het aardmagnetisch veld.

De uiterste afstand die een duif in één dag kan afleggen bedraagt ongeveer 1100 km; sommige vluchten kunnen ook twee dagen duren. Aan de hand van oefenvluchten en de prestaties van verwante duiven weet de duivenmelker over welke afstanden zijn duiven het best kunnen vliegen.

Fraude

Het bestuur van PDV De Arend in 1982: vlnr. staand H. Hollanders, T. Geenen,Th. Mommers, L. Coenen en zittend Jo Lardenoye en G. Hanssen
PDV De Arend bij haar 75-jarig jubileum, voor feestlocatie café De Keizer
Het 75-jarig bestaansfeest van PDV De Arend in 1997, met vlnr. J. Maas, J. Bours, (onbekend,) J. Lardenoye en L. Wintjens

Op de vraag of er wel eens een duif positief werd bevonden, met name vanwege het toedienen van stimulerende middelen, moet Arno het antwoord schuldig blijven. Misschien dat het gebeurde, maar bij PDV De Arend en ook bij omliggende verenigingen werd hier niet op gecontroleerd. Wat hem wel altijd is bijgebleven is een geval van vermoedelijke fraude.

Een duif kwam met een voorsprong van 15 minuten binnen en dat wekte toch wat argwaan. Bewijs was moeilijk te geven, maar zo’n grote voorsprong was gewoonweg niet mogelijk. De 1e prijs werd daarom niet uitgereikt. De betreffende “doevemèlker” was woedend. Hij spande er zelfs een rechtszaak over aan en het bestuur van “De Arend” werd dan ook voor het gerecht gedaagd. Arno en het volledige bestuur van de duivenvereniging hadden echter de steun van de bond. Blijkbaar koos de verdachte (duiven-)eieren voor zijn geld, want vijf dagen voordat de zitting zou plaatsvinden werd de zaak ingetrokken.

Tegenwoordig

Tonny Geenen en Arno Custers

Dat de duivensport in Nederland en ook in de omringende landen zijn langste tijd gehad heeft, moge duidelijk zijn. In Amby heeft alleen Tonny Geenen nog een duiventil in zijn achtertuin. Hij moet zijn duiven gaan zetten in Margraten. Naast Margraten is er nog een inzetlokaal in Gronsveld bij café Kips, maar dan is de koek wel op.

Voor veel mensen is het nog steeds een hobby die intensief wordt beleefd en waarbij de wedstrijden van maart tot en met half oktober plaatsvinden. Net zoals veel hobby's die in verenigingsverband worden uitgeoefend, kent de duivensport een groeiende vergrijzing. Mede hierdoor is deze sport in Nederland en België op zijn retour. In het voormalige Oostblok en in Azië is de sport echter flink groeiende. Daarnaast is het, zij het steeds minder, ook een gokspel: de eigenaars kunnen op hun eigen duiven geld inzetten. Hierbij speelt de te verwachten prestatie van een duif uiteraard een grote rol. Gedacht moet worden aan prijzen van enkele tientallen euro's.

Waaraan de tanende belangstelling ligt is voor Arno duidelijk: “Duiven houden is best duur. Voor een zak duivenvoer van 25 kilo betaal je nu € 20,00. Daar doe je als kleine duivenmelker met een 40-tal duiven ongeveer drie weken mee. Destijds werd zeven gulden betaald voor dezelfde hoeveelheid. De mensen verdienden toentertijd dan wel minder, maar het staat niet in verhouding met heden ten dage. Daarnaast gaf je als duivenmelker bij een vlucht vroeger 10 cent per duif mee. En dan ging de reis bijvoorbeeld helemaal naar Dax. Nu zijn deze kosten al € 0,50 per duif.”

Duiven op “de sjlaag”
Sjer Hollanders controleert een nestbakje
Een vlucht postduiven

“Voor de bouw van een duiventil, een “doevesjlaag” moet een vergunning aangevraagd worden. De gemeente bepaalt hierin veel, zelfs de kleur. Daarnaast wordt er zo dicht op elkaar gebouwd dat er helemaal geen plaats meer is voor zo’n til. Ook het van vader op zoon doorgeven van deze sport is voorbij”.

Arno, evenals zijn broers Jean en Theo, nam het virus bijvoorbeeld over van zijn vader. Zelf heeft Arno twee dochters. Over de vraag of er ook dochters zijn die ooit de hobby van hun pa hebben voortgezet, moet hij lang nadenken. Hij denkt dat er in Wolder een vrouw meespeelde. Toen Arno door ziekte een tijdje uit de running was, heeft zijn jongste dochter hem trouwens ooit voortreffelijk vervangen. Zij was destijds een meisje van een jaar of 14/15, maar nog voordat ze ’s morgens naar school ging verzorgde zij de duiven perfect en ook na schooltijd werd het hok mooi schoongemaakt. Ze ging ook zelf duiven zetten. Het was destijds natuurlijk een hot item dat zo’n jong meisje duiven kwam zetten. En, nog mooier, als kers op de taart pakte ze ook nog een 1e prijs!


Al met al is het jammer dat een stukje folklore uit het straatbeeld, uit Amby, uit eigenlijk geheel Europa verdwijnt. De mannen, die op een zondagmorgen naar de lucht staan te turen en zich afvragen waar hun duifjes blijven: waar zijn ze gebleven? Waar zijn ze, die op vrijdagavond de duiven gingen zetten en daarbij samen een biertje dronken of een kaartje legden? Er was destijds een grote saamhorigheid, die helaas ook in het dagelijkse leven van nu steeds minder wordt!







Chel Savelkoul (1924-2003) was een Limburgse tekstschrijver, regisseur, componist en zanger. Hij schreef en zong veel Limburgstalige liedjes, waarvan “Huer Ich De Maas Weer Roesje” tot de bekendste worden gerekend. Een van zijn liedjes gaat over de beoefenaars van de duivensport: "D’n Doevemèlker". Klik op onderstaande link om dit te beluisteren. Amiepedia heeft er ter illustratie een aantal foto’s aan toegevoegd.