Besmettelijke ziekten in de 19e eeuw

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In 1866 stond de krant vol met advertenties van kwakzalvers en geneesheren die hun producten aan de man brachten tegen besmettelijke ziekten.

Dat de wereld in 2020-2021 beheerst wordt door de corona-pandemie is wijd en zijd bekend. Het uitbreken van een besmettelijke ziekte is iets dat we al heel lang niet meer gewend zijn. Vroeger was dat wel anders. Door gebrek aan hygiëne en goede zorg hadden ziektes vrij spel. Regelmatig had de bevolking hieronder te lijden. Vanaf medio 19e eeuw begon men met het registreren van ziektegevallen. Dat zegt ons iets over de gezondheid van de Ambynees in die jaren. In dit artikel geven we een indruk van de besmettelijke ziektes in de 19e eeuw die destijds zoal voorkwamen. Het is niet volledig; nader onderzoek brengt wellicht nog meer ziektes aan het licht.

Kwaadaardige koorts

In februari en maart 1859 wordt melding gemaakt van 15 gevallen van “kwaadaardigen koorts”, ook wel tyfeuze koorts genoemd en beter bekend als buiktyfus. Deze wordt veroorzaakt door de salmonellabacterie en is heel besmettelijk. In Amby overleden twee volwassenen en vijf kinderen onder de 12 jaar aan deze ziekte.

Amby nam in 1866 als één van de weinige Limburgse dorpen geen extra maatregelen om cholera te bestrijden.
Overzicht van lijders aan cholera in 1866/1867

Cholera

In 1866 brak in Nederland een cholera-epidemie uit. Niet voor het eerst overigens. De bacterie verspreidde zich voornamelijk door het drinken van besmet, vervuild drinkwater. Op het moment dat de ziekte zich openbaarde was het vaak al te laat. Binnen 24 uur kon de persoon zijn uitgedroogd totdat de dood erop volgde. Eerdere epidemieën hadden hun tol geëist en de regering zette grootscheeps in op preventiemaatregelen. Hoewel de gemeente Amby niet mee deed aan de preventie, was in Amby slechts één zieke in 1867, die overigens ook weer herstelde. In heel Nederland vielen heel wat meer slachtoffers: 21.000 in totaal. Ook Maastricht werd hard getroffen. Amby echter was de dans ontsprongen…

Longtering

De longtering was berucht onder de bevolking. Door een aanhoudende ontsteking van een of beide longen ontstonden klachten als hoesten, hoge koorts en vermagering. Begin jaren 1870 vielen jaarlijks enkele slachtoffers ten gevolge van deze ziekte, beter bekend als tuberculose. Aannemelijk is dat ook in andere jaren veel slachtoffers waren te betreuren. In 1900 was tbc volksziekte nummer één.

Ook in 1866 was er, net als nu, een vaccinatieprogramma. Het aantal revaccineerden was nog niet zo groot, maar er werden kleine stappen gezet.
Dokter Edward Jenner, uitvinder van het vaccin, plaatst een vaccin bij een jongen.

Pokken

In 1871 en 1872 heersten de pokken in Limburg. 12 Ambynezen werden besmet waarvan er vier kwamen te overlijden waaronder Joannes Henricus Bartels, 11 jaar. De pokken waren een uiterst besmettelijke ziekte, veroorzaakt door een virus. In de 18e eeuw vielen jaarlijks in heel Europa 400.000 doden te betreuren ten gevolge van de pokken. Maar er was in de 19e eeuw ook een lichtpunt: vaccineren. De pokken waren te bestrijden door mensen te vaccineren met de onschadelijkere koepokkenvariant. Het lichaam bouwde op die manier antistoffen op. De term vaccineren stamt uit deze tijd: vacca is Latijn voor koe. Door wereldwijde vaccinatie zijn de pokken inmiddels uitgestorven. In Amby was destijds, in de jaren 1871-1872, een gedeelte van de bevolking wel al gevaccineerd en een gedeelte nog niet.

Rode loop

Een andere zeer besmettelijke ziekte die Amby teisterde in 1872 was de rode loop, ofwel dysentrie. Deze werd gekenmerkt door zware diarreeaanvallen, gepaard met bloedverlies. In september en oktober van dat jaar waren acht dodelijke gevallen van rode loop geregistreerd in Amby, dat net nog herstellende was van een pokkenuitbraak. Onder de overledenen waren in ieder geval Maria Gertrudis Vreën-Zegers (75 jaar), Renerus Knubben (2 jaar) en Anna Elisabeth Boesten van slechts 1 jaar oud. In 1892/1893 brak de ziekte opnieuw uit. Zie hiervoor het artikel Difterie epidemie in 1892/1893 op amiepedia.

Overzicht van dodelijke slachtoffers aan de rode loop in 1872. In Amby stierven vijf kinderen en een volwassene aan deze ziekte.

Roodvonk

Roodvonk was vroeger een agressievere bacterie dan tegenwoordig en hierdoor ook een stuk gevaarlijker. Snel stijgende koorts, overgeven, een zere keel en hoofdpijn zijn de bijbehorende symptomen. Het meest kenmerkend is de rode uitslag. In 1864, 1871 en 1874 zijn gevallen van roodvonk bekend in Amby.

Verschillende epidemieën

Wat kijkend naar het verloop van de ziektes op valt is dat er meerdere ziektebeelden tegelijkertijd rondgingen. In 1872 alleen al overleden in Amby mensen aan verschillende besmettelijke ziektes zoals typhus, cholera, longtering. En dat jaar was helaas geen uitzondering. Ook in andere jaren deden verschillende ziektes de rondte. Naast de hierboven genoemde ziektes kwamen ook de mazelen en kinkhoest voor. Opvallend is dat kanker zeer weinig voorkwam. In 1873 werden twee slachtoffers geregistreerd.

De overheid nam, ook toen, maatregelen om verspreiding van ziektes tegen te gaan. Evenementen waren niet langer toegestaan. Enkele Limburgse gemeenten, waaronder ook weer Amby, weigerden hier gehoor aan te geven.

Medische zorg

De medische zorg was midden 19e eeuw in Nederland ronduit belabberd. Na de val van het Franse Rijk begin 19e eeuw was het land in een economische malaise terechtgekomen en wilde de liberale overheid zo weinig mogelijk ingrijpen in de levens van de onderdanen. Er was een terugval naar het regime vóór Napoleon, maar zonder de heroprichting van de oude gildes. Ook op medisch vlak was het droevig gesteld. Iedereen kon het beroep uitoefenen van dokter, hetgeen leidde tot kwakzalverij. In 1865 kwam hierin een kleine verandering. Studies onder de bevolking deden de overheid inzien dat slechte leefomstandigheden een relatie hadden met veel besmettelijke ziektes. Met de dreiging van de cholera-epidemie in 1866 voor de deur lukte het om een aantal wetten door te voeren. Zo werd ook de titel voor arts ingevoerd. De bevoegdheid om geneeskunde uit te oefenen kon alleen verkregen worden na een gedegen universitaire opleiding. Er kwam ook meer toezicht vanuit de staat op de geneeskunde.

De overheid nam, ook toen, maatregelen om verspreiding van ziektes tegen te gaan. Evenementen waren niet langer toegestaan. Enkele Limburgse gemeenten, waaronder ook weer Amby, weigerden hier gehoor aan te geven. Echter, de meeste gemeenten, zoals Amby, waren wars van de landelijke adviezen en beschouwden dit als onwenselijke bemoeienis. Toch werden ook in Amby langzaamaan stappen gezet. Er kwamen steeds meer verordeningen, ook op het gebied van hygiëne en reinheid. Het besef dat hygiëne een wezenlijk onderdeel was bij de preventie sleet er maar langzaam in bij de dorpelingen. Liever nog hielden zij vast aan (bij)geloof en ging men op bedevaart of, en dat was wijd verbreid, men aanvaarde de wanhopige toestand waarin zij zich bevonden en men vond een bittere berusting in hun lot.

Onderbezetting en bijgeloof

Een nadeel van de wetten uit 1865 was dat de oude geneesheren die geen gedegen opleiding maar wel ervaring hadden, omgeschoold dienden te worden tot arts. Het beroep van arts steeg in aanzien en was een dure aangelegenheid. Voor een arts was het daardoor helemaal niet meer interessant om het Limburgse platteland te bedienen. Amby bleef hierdoor jarenlang verstoken van een eigen arts en moest lang een beroep doen op de artsen in Maastricht en Meerssen. Overigens was de aanwezigheid van een dokter nog zeker niet de garantie dat het wel goed zou komen met de zieke. Eind 19e eeuw gold nog in het algemeen(e) de opvatting dat besmettelijke ziektes door de lucht (of bodemgassen) werden verspreid… Ook waren er geen medicijnen die echt baatten bij deze verschrikkelijke ziekten. Daarbij had niet iedereen geld om de arts te betalen. Kortom, de arts stond ook machteloos in de bestrijding van epidemieën. Tegen het einde van de 19e eeuw namen de epidemieën af. Hoofdzakelijk kwam dit omdat er wel nog armoede was maar geen echte grote hongersnoden, zoals die er wel waren in de 18e en eerste helft van de 19e eeuw. De levensstandaard werd langzaam beter. Ook werden er veel medische ontdekkingen gedaan en kon men het ontstaan van infectieziektes steeds beter begrijpen én voorkomen.

Zie ook

Voor meer informatie over de coronapandemie:

Voor meer informatie over de difterie-epidemie in 1892/1893: