De Zandkojl van Tilmans; een stukje verborgen natuur in Amby

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1965: Groene perken in de “Kojl van Tilmans”

In de zomer van 2023 ontving de redactie van Amiepedia een leuke en interessante bijdrage van de heer A. Goessens uit Amby. De heer Goessens, op het moment van schrijven 99 jaar oud, schrijft vanuit zijn hart over een bijzondere plek in Amby: “de Zandkojl van Tilmans”, bij veel Ambynezen bekend als “de Kojl van Tilmans”.

ca. 1965: Tuinhuisje

Herinneringen

Dhr. Goessens:

“De zandgroeve was voor zover ik me kan herinneren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een soort werk- en hobbyobject, waar eenieder zijn zand kon halen of zelf de hoeveelheid mocht afgraven die hij nodig had om te klussen of te bouwen. Mochten er klanten zijn die nog bruikbaar sloopmateriaal, zoals ramen, deuren, bouwmateriaal, tegels enz. hadden, dan waren ze van harte welkom om dit aan te leveren. Zelf een uurtje meehelpen bij de aanleg van een weg of het betegelen van een terras werd zeer op prijs gesteld. Met al die vriendendiensten en helpende handjes in een tijdperk dat alles kon, groeide er een van de mooiste stukjes verborgen natuur aan de Bodemsweg in Amby. Hiervan getuigen de bijgaande foto’s, gemaakt tijdens ons bezoek bij de ontwerper van dit project: Dhr. Tilmans, in 1965. Prachtig om dit alles te zien en ongelooflijk dat een mens in zo’n uitgegraven zandgat beetje bij beetje zoiets moois kon scheppen. De Bodemsweg was een lange, onverlichte, doodlopende en steile grindweg naar de Ambyerheide, met twee huizen halverwege en aan het einde is Hoeve Heihof gelegen. Dit alles ligt ver van de bebouwde kom en is omgeven met akkers, weilanden en boomgaarden. Je hoorde er destijds slechts fluitende vogels en er heerste een serene rust en stilte.

Jaren later werd dit ook ontdekt door de firma Daniëls uit Maastricht, die het zandgat gebruikte als weekend- en vakantieverblijf. Er was een prachtige entree, er stond inmiddels een chalet met alle voorzieningen, er was heel veel groen en vooral veel rust. Dit op slechts enkele kilometers van de drukke stad gelegen. Zou dit alles na zoveel jaar nog wel aanwezig zijn?

Tijdens mijn zoektocht aan de Bodemsweg kreeg ik van een medewandelaar een positief antwoord en hij bracht mij zelfs ter plekke. Vol verbazing stond ik voor de toegangslaan van destijds - bijna 60 jaar geleden - maar nu met aan de wegkant het bord “Eigen Weg” en de brievenbus van de huidige eigenaren. Anno 2023 is er op deze plek aan de Bodemsweg weinig veranderd, alleen is de weg nu geasfalteerd, verlicht en zeer geliefd bij sporters en wandelaars richting Ambyerheide, ’t Rooth en Bemelen. De bebouwing is echter in de loop der jaren, zonder afbreuk te doen aan de rust en stilte, doorgedrongen tot aan de Molenweg. Verdere bebouwing richting Ambyerheide/Meerssenerheide (“de Dellen”) is niet toegestaan. Mede door de snel oprukkende klimaatverandering van de laatste jaren, alsmede de toenemende milieuvervuiling, is dit moment o zo fijn om nog eens even terug bij “de Zandkojl van Tilmans” te zijn”.

Op bijgaande afbeeldingen, uit 1965, zien we de heer Tilmans en mevrouw L. Goessens-Linkens (echtgenote van dhr. Goessens) geportretteerd in de zandkuil, inmiddels omgetoverd tot een paradijselijk zomerverblijf.

Het oude woonhuis
Trap in het tuinpad
Flinke bloemperken werden aangelegd
Bloemperk met beeldenpracht

Grind, zand en kiezel in Amby

Een kleine 2,5 miljoen jaar geleden is het Zuid-Limburgse heuvellandschap, of beter gezegd Plateaulandschap, ontstaan. Dit gebied bestaat uit relatief vlakke plateaus, afgewisseld door lager gelegen beekdalen en (vrij) steile hellingen. Vanaf de grond lijkt dat heuvelachtig, waardoor we van het “Zuid-Limburgse Heuvelland” spreken. Als gevolg van allerlei geologische processen heeft de Maas ooit over het hele huidige Zuid-Limburgse gebied gestroomd, alvorens in de huidige bedding terecht te komen. Een gevolg daarvan is dat we bovenop de plateaus en zelfs op grote afstand van waar de Maas nu stroomt, Maasgrind aantreffen. Dit grind is door de rivier gedeponeerd op het al miljoenen jaren eerder gevormde Krijt (mergel). Daaroverheen heeft zich later weer de bekende lösslaag gevormd. In en rond Amby, gelegen op de grens van een zogenaamd laag- en middenterras van de Maas, wordt al van oudsher grind, zand en kiezel gedolven. Ook is hier naar mergel gezocht, maar die lag blijkbaar aan de Ambyse kant te diep verstopt onder het grind en de daarop gelegen lösslaag. Er is wel wat aan mergelwinning gedaan in een groeve bij de Heihof. Daarvoor moest men echter wel een tientallen meters diepe schacht graven.

Meerdere grindgroeves

Op bijgaand kaartje van rond 1938 zijn de voormalige “kiezelkuilen”, zoals ze doorgaans genoemd werden, aangegeven met een rode letter. De bekendste van de zand-, grind- of kiezelkuilen aan de rand van Amby is de “IJzeren Kuilen”, op de grens met Rothem (letter D op het kaartje). Deze bestond uit meerdere grindgroeves, allen tussen Amby en Rothem gelegen. In één van deze kuilen ligt nu de Jumbo in Rothem en een tweede, grotere kuil (D) ligt aan de Oliebergweg. In 1840 was dit nog een gemeenschappelijke schaapsweide, maar later - waarschijnlijk rond 1900 - werd dit een kiezelkuil. Al eerder werd er in dit gebied grind gedolven. Dat deed men niet voor het grind, maar voor het ijzeroer dat zich in het grind bevond. Vandaar ook de naam “Iezere Koele”. In het gebied lagen in vroeger tijden dan ook diverse metaalbewerkingsbedrijfjes. In 1938 werd deze groeve verkocht aan de Waterleidingmaatschappij. Een deel van die kuil aan de Oliebergweg werd door particulieren geëxploiteerd voor kiezelwinning ten behoeve van de gemeente Amby. Ook werd de daardoor ontstane kuil, getuige een krantenbericht uit het Limburgs Dagblad van december 1921, aangewezen als puinstortplaats. Later werd de grote groeve gebruikt door o.a. DSM als stortplaats.

Kaart van de grindgroeves rond 1938
Grind uit IJzeren kuilen voor de Ambyse scholen; Limburger Koerier van 08-09-1934
Aanvraag van Dhr. Feron om puin te mogen storten in de “IJzeren Koulen”

Een andere redelijk grote groeve bevond zich aan de Bodemsweg, iets hoger gelegen dan de paar huizen die er liggen, richting de Heihof (letter F op het kaartje). Deze groeve heeft een decennium lang eveneens gefunctioneerd als stortplaats: het gemeentestort voor het Ambyse huisvuil. Van deze groeve is momenteel niets meer te zien. Ze is geheel afgedekt en begroeid met gras waar nu de koeien grazen. Het terrein was in de 20e eeuw in handen van de familie Vaessen als bouwland. Helaas is bijna nergens een aantekening of zo op schrift te vinden dat het ook een groeve of iets dergelijks was. Heel vreemd, maar ook van andere groeves werd niet alles door het kadaster goed geregistreerd.

Andere, kleinere plekken waar aan grindwinning werd gedaan bevonden zich in het huidige waterwingebied, dat in de volksmond bekend staat als de “Drei Bösjkes”. Deze bevonden zich rond de kruising Hagenstraat-Bosweg, in het gebied genaamd "Koudreef" (Koedreef), richting de Meerssenerheide (letters C en B op het kaartje). Direct naast de Koedreef zien we op oude kaarten (C) begin 1900 een gebouwtje staan en ook de contouren van een kuil. Deze zijn nu nog zichtbaar. Deze grond was sinds lang in handen van de familie Hennus. In februari 1927 wordt er een keet gebouwd, bij het kadaster als “Keet en bouwland” genoteerd. Een jaar later wordt het “Werkplaats en Bosch” genoemd. Wellicht dat met “werkplaats” de grindwinning met schaftkeet wordt bedoeld. In 1938 verkoopt de familie Hennus-Linssen (die dus blijkbaar meerdere groeves bezat) deze groeve aan de N.V. Waterleiding Maatschappij voor Zuid-Limburg. Vermoedelijk lag deze groeve erg dicht op het waterwingebied en daarmee mogelijk van invloed was op de grondwaterstand. Aan de linkerkant van de Koedreef (letter B) lag ook weer een kleine groeve. Ook deze was in handen van de familie Hennus-Linssen. Deze groeve is rond 1930 ontstaan en is in 1938 ook verkocht aan dezelfde waterleidingmaatschappij.

Een groeve die niet op het kaartje staat is de groeve op de grens met Berg aan de Hooverenweg-Kuitenbergweg (verlengde Longinastraat). Deze werd geëxploiteerd door een lid van transportfamilie Wijnands uit Amby. Dit transport gebeurde met roodgekleurde vrachtwagens, in de volksmond “de Roeie Wienands” genoemd. Een broer, die eveneens een transportbedrijf had, reed met blauw gekleurde wagens: dat was dus “de Blawwe Wienands”. Uit deze groeve aan de Hooverenweg werd het grind gewonnen dat gebruikt werd om het huidige Severenplein te funderen. Deze klus werd in de jaren 1960 uitgevoerd door de heren Ben Huntjens en Tos Boetskens, elk met hun eigen vrachtwagen.

De behoefte aan kiezel

Lang voor dat de wegen in Amby geasfalteerd waren, werd de kiezel gebruikt om de wegen op te hogen, kuilen te dichten en om wateroverlast te voorkomen. Regelmatig stond de Dorpsstraat (Ambyerstraat Noord) rondom de kerk blank en werd er vanuit de gemeente via de media aangedrongen op het begaanbaar maken van de wegen, zodat er netjes te kerk kon worden gegaan.

Het storten van kiezel om met droge voeten in de kerk te komen; Limburger Koerier van 02-01-1918
Grind voor het dichten van de kuilen in de nog niet geasfalteerde Dorpsstraat; Limburger Koerier van 19-01-1918

Veelal werd de kiezel betrokken bij grindexploitanten, zowel uit Amby zelf als uit andere plaatsen. Leidend bij de gunning van kiezellevering was natuurlijk de prijs.

Grind voor de Heukelstraat; Limburger Koerier van 06-12-1895
In de Zuid-Limburger van 22-07-1898: aanbesteding voor herstel van de wegen in het Meersense
In Limburger Koerier van 28-11-1911: de laagste inschrijvers voor kiezelbestrating van de “gemeenteveldwegen” in Amby

Om die prijs gunstig te houden werd er vaker in de gemeenteraad geopperd om werklozen te werk te stellen in de kiezelkuilen.

DeTribune, sociaal democratisch weekblad van 178-02-1922: Werkverschaffing in de kiezelkuil?
Aanbod van zand, grind en kiezel in Het Advertentieblad voor Limburg, 1934
Het Advertentieblad voor Limburg, 1924: Kiezel- en zand groeve te koop aangeboden

De Groeve van Tilmans

Het perceel van de groeve van Tilmans (letter A op het kaartje) was begin 19e eeuw in bezit van notaris en burgemeester Cobben. Via zijn dochter Joanna Maria Cobben kwam het in bezit van haar man Jan Willem Mulders, die gemeenteontvanger en secretaris van Amby was. Deze verkocht het perceel aan burgemeester Hennus, nog altijd met de bestemming als landbouwgrond, gelegen in het Heiveld. In 1926 wordt het perceel verkocht aan zoon Joseph Mathieu Hubert (Joseph) Hennus, die gehuwd was met Victorine Linssen. Hij was gemeentesecretaris en bewoner van het pand dat later het Ambyse gemeentehuis werd. In 1941 begon hij een kiezelgroeve op dit land. Opvallend is dat dit ten tijde van de oorlog was en het is interessant ooit uit te zoeken of dit de reden is geweest om de kiezelwinning te starten…

In 1948 werd het verkocht aan Mathias Jozef Tilmans, limonadefabrikant uit Meerssen. Hij bouwt er in 1953 een loods. In 1954 wordt de groeve verkocht aan Louis Jean Tilmans, die aan de Hoofdstraat 73 (Ambyerstraat Zuid) woonde en van beroep exploitant was van een zand- en kiezelgroeve.

In tegenstelling tot de andere groeves wordt deze kuil niet gebruikt om puin, vuil of ander afval te storten. In 1963 verkoopt hij de groeve door aan Grietje Vink, gehuwd met Gerardus Ballentijn uit Maastricht. Datzelfde jaar verkopen zij het door aan Jules Aloysius Daniëls, gehuwd met Geertruide Johanna Willems uit Maastricht. De firma Daniels was een welbekende fotozaak uit de Kleine Staat in Maastricht, van 1907-2002.

Het goed staat bekend als loods, bos en groeve. Ergens in de jaren 1970 is het begrip “groeve” doorgehaald. Er was alleen nog bos en een loods. In de jaren 1960 wordt er een zomerhuisje gebouwd, waarvan de heer Goessens in het begin van dit verhaal melding maakt.

Het zomerhuis, gekocht door de familie Craft







De Pauwenhof

In 1982 verkoopt de familie Daniels alles, ongeveer anderhalve hectare groot, aan Nico Craft die gehuwd is met Joke Paulussen. Zij hadden een mooie kapperszaak aan het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht. Nico en Joke Craft hebben het buitenverblijfje van de heer Tilmans - en later de familie Daniels - gaandeweg uitgebreid tot het paradijsje dat het nu is. Zij hebben het oorspronkelijke huisje uitgebreid, aangepast, verbouwd en verbeterd tot een van alle gemakken voorzien woonhuis, inclusief verdieping. Ook hebben zij het verblijf tot permanent woonverblijf gemaakt, met een geheel eigen en officieel adres. Nico en Joke zijn inmiddels met pensioen en wonen nu permanent aan de Bodemsweg in wat zij hebben omgedoopt tot “Pauwenhof”, omdat er in de hoogtijdagen wel tien pauwen rondliepen. Niet alleen het huis is gemoderniseerd, maar ook de tuin in en rond de groeve. Zo is er een mooie vijver en een heus zwembad aangelegd. Mooie, gezellige terrassen, zitjes en goed onderhouden aanplant maken alles compleet. Doordat de kuil in feite niet zo heel diep is, heb je nooit het gevoel dat je bent opgesloten in een soort gat. De hellingen zijn enerzijds steil aan de noordoost- en de noordwestzijde, maar via de inrit vanuit het (zuid)-oosten loopt de oprijlaan zacht glooiend tot bij de schuren en garages rond het huis. Bij de groeve hoort ook nog een stukje weiland.

De huidige tuin met vijverpartijen
Blik op de nieuwe “Pauwenhof”
Het vernieuwde huis

Een Spookgroeve

Overigens zien we op het kaartje dat er nog een groeve zou zijn geweest tussen de Bodemsweg en de Kojl van Tilmans in (letter E). Vreemd genoeg staat dit terrein kadastraal tot 1969 te boek als regulier bouwland, in eigendom van de familie Van Eijs. In 1968 wordt dit verkocht aan de ENCI, die dit tot zeker in de jaren 1980 bezat. Maar ook dan staat het te boek als bouwland en niet als groeve. Tot op heden is er niemand die kan bevestigen dat daar echt een groeve was. Het kan zijn dat de ENCI plannen had om er aan mergelwinning te gaan doen, maar dat het er niet meer van gekomen is.

Ten slotte

De meeste kiezel- of zandkuilen in en rond Amby waren in principe allemaal van de gemeente, of van de familie Hennus. De groeve IJzeren Kuilen en die aan de Bodemsweg zijn ook nog in bezit geweest van een zekere Jeu Vreuls uit Rothem. Op de groeve van Tilmans na zijn alle kuilen (on-)officieel gebruikt als stortplaats. De groeve IJzeren Kuilen is voornamelijk volgestort met afval uit de ovens van DSM, de zogenaamde chamotte-stenen (vuurvaste stenen). De groeve Wijnands is voornamelijk volgestort met afval uit de aardewerkfabrieken van Maastricht en - volgens enkele oudere mensen uit Amby - ook met afval afkomstig van een chemische fabriek aan de Bloemenweg in Maastricht. Wellicht dat het hier de firma Blythe Colours betreft. Deze fabriek werd in 1881 door Emile Regout opgericht als "goudfabriek". In 1926 verrees de nieuwbouw van deze fabriek aan de Bloemenweg. De fabricage in deze fabriek betrof met name kleurstoffen en glazuren. Aangezien dit afval ernstig giftige stoffen bevat (o.a. zware metalen) en deze groeves zich allemaal bevinden in of dicht bij het waterwingebied, is het te hopen dat deze stortplekken voldoende gesaneerd zijn om geen problemen te veroorzaken op het gebied van het drinkwater. Helaas bestaat over die sanering de nodige twijfel. De groeves aan de Koedreef (Drei Bösjkes) werden tot in de jaren 1970 vaker gebruikt als illegaal stort voor huisvuil.

Aan de Bodemsweg, vrijwel recht tegenover de Tilmansgroeve, aan de overzijde van de weg, lag de grote groeve op het terrein van de familie Vaessen. In de jaren 1950, zo blijkt uit de gemeenteraadsverslagen, wordt hier een huisvuilstort gecreëerd. Dit werd nodig gevonden om illegaal storten tegen te gaan en als gevolg van de zich in rap tempo ontwikkelende consumptiemaatschappij. Dit was immers een ontwikkeling die gepaard ging met meer afval en wegwerpproducten.


Trivia

Dhr. Peter van Oppen reageerde op bovenstaand artikel met de volgende aanvullende informatie over het stort aan de Bodemsweg.

In de jaren 60 werd in de kuil aan de Bodemsweg o.a. het gemeentelijke afval gestort. Ook kon iedereen die “iets” kwijt wilde het daar dumpen/storten. Dit varieerde van autowrakken tot meubilair en van sloopafval tot kadavers enz. Het terrein was vrij toegankelijk voor iedereen. Ook kwamen er praktisch dagelijks vrachtauto’s hun diverse ladingen puin en dergelijke lossen. Het stort had van boven tot beneden een hoogteverschil van zo’n 10 meter en was een kleine 100 meter breed.

Peter en zijn broer, schooljongens in die tijd, speelden heel vaak op dit terrein en waren echte “stortjutters”. In een hoek van een weiland van onze vader hadden wij een hut gebouwd met gejut materiaal van het stort. Ook de inrichting van onze hut kwam van daar. Wij struinden zeer regelmatig de afvalberg af op zoek naar bruikbaar spul.

Nadat het stort werd gesloten is het volgestort, geëgaliseerd, met grond. Hierop hebben er jarenlang melkkoeien gegraasd. Later is het landbouwgrond geworden. Eigenlijk was - en is - deze omgeving een waterwingebied.

Tussen het voormalige stort en de kiezelkuil van dhr. Tilmans, nu familie Craft, had de Mosa ook haar eigen stortplaats. Deze grensde exact aan het terrein van dhr. Tilmans. Hier werden diverse keren per week ladingen grijs-witte smurrie gestort door een soort van tractor-grijper met een grote laadbak. Peter: “Meneer Jim, de bestuurder van deze tractor, kwam regelmatig een kopje koffie bij ons drinken en zei dan altijd tegen ons dat we daar niet moesten spelen omdat dat te gevaarlijk was.” Ook dit terrein is later met aarde geëgaliseerd en men weidde er jarenlang schapen.

Nog een stuk verder lag het gemeentelijke stort van Meerssen, gelegen langs de grindweg richting het bos: het stort "Olieberg", eveneens in een waterwingebied.

Dus op een oppervlakte van ongeveer 500 vierkante meter lagen drie stortplaatsen, waar ongecontroleerd afval werd gedumpt, middenin een waterwingebied…