Dona Mosae, een kostbaar avontuur in Amby

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Rond 1900 streek een nieuwe fabriek neer op Amby’s grondgebied. Een Appelwijnfabriek. Appelwijn, of cider, was in Nederland vrij onbekend en de eigenaar die het groots aanpakte nam een grote gok. Misschien kwam het wel door de tijdsgeest. Middenin de Belle époque periode, (eind 19e – begin 20e eeuw). Het was een tijd van welvaart en vooruitgang. Een periode van avonturiers. Maar al met al wel een kostbaar avontuur

De Laserije gelegen in het vrije veld achter Wyck, bij “Het Gherecht van Wyck

De locatie aan de Scharnerweg

Toen de gemeente Amby in 1970 ophield te bestaan, was daar al een lange periode aan vooraf gegaan, waarin de gemeente Amby regelmatig grondgebied moest afstaan aan de naburige gemeenten, Maastricht en Meerssen. Maar ook zonder dat er gebied aan een andere gemeente werd afgestaan, kon het voorkomen dat de ene gemeente voorzieningen plaatste op het grondgebied van de andere gemeente. Een en ander had dan weer te maken met de organisatie van het rechtsgebied van een nabije stad. Zo is er al vanaf de 8e eeuw een zogenaamd leprozenhuis (een zgn. “Lazerij”) gevestigd geweest op grondgebied dat later toebehoorde aan de gemeente Amby. Dit Leprozenhuis, aangestuurd vanuit de stad Maastricht, herbergde de zieken die met lepra of melaatsheid waren besmet en ver buiten de bewoonde wereld dienden te worden gehouden. In de 17e eeuw is dit huis het Siecke genaamd opgeheven en zelfs afgebroken. Op onderstaand kaartje, rood omcirkeld, de plek van het leprozenhuis. Er staan ook twee galgen ingetekend omdat daar ook het Gherecht van Wyck gevestigd was.

Een romantische foto. We zien de voorgevel van Villa Providentia aan de Scharnerweg. Gebouwd door notaris Boots in de jaren 70 van de 19e eeuw.
Luchtopname van villa Providentia of Villa Roovers in Maastricht, in 1950. Scharnerweg 114A, tussen Koningsplein en Eburonenweg, afgebroken rond 1960.
Een aankondiging uit een krant waarin de uitgifte van aandelen wordt gepromoot
Toekenning voor de oprichting van de NV Dona Mosae door het Ministerie van Justitie toegekend
Kadastrale kaart van het perceel met bebouwing van de fabriek zoals deze was ingemeten in 1901 door het Kadaster.(links met rood kader, met zwart kader de bestaande villa Providentia)
Voorzijde 'Nieuwe Volksdrank' uitgegeven door Dona Mosae zelf

Op de plaats waar dit huis ongeveer gelegen moet hebben, bevinden zich nu de Albert Heijn en andere winkels aan de Scharnerweg. Tot 1920 was dit gebied, zoals beschreven in een ander artikel van Amiepedia, Ambysch grondgebied.

Villa Providentia

In 1876 is er op dit terrein in Amby, een prachtige villa gebouwd, “Villa Providentia”. De eerste bewoner was een notaris, Jan Pieter Boots. Een grote jongen in het toenmalige Amby, die vele roerende en onroerende zaken begeleid heeft, gezien het vele archiefmateriaal dat over deze notaris te vinden is. De heer J.P. Boots is niet alleen notaris geweest, maar ook jarenlang wethouder in Amby, tot zijn dood in 1908. In 1912 is de villa aangekocht door de familie Roovers. Een familie, vermogend geworden in de textiel- en onroerend goedhandel en zij heeft de villa tot het einde in bezit gehad. Begin jaren 60 is de villa, inmiddels “Villa Roovers” genoemd, afgebroken.

De “Eerste Nederlandse Appelwijnfabriek”

Op 26 december 1900 verscheen in het Algemeen Handelsblad bovenstaande advertentie. Hierin wordt aandacht gevraagd voor een aandelenemissie ten behoeve van: De Eerste Nederlansche Appelwijnfabriek “Dona Mosae” (“geschenk van de Maas”). Die zou het levenslicht gaan zien in Amby, juist op het terrein van de villa Providentia. Dat men de oprichting van de NV Dona Mosae niet licht opvatte en zelfs erg groots aanpakte, getuigt het gegeven dat er meteen een startkapitaal beschikbaar moest komen van 400.000 gulden, via een aandelenemissie van 500 gulden per aandeel. Als we via het CBS dat bedrag van toen in hedendaags euro’s tellen en waarderen, dan gaat het om niet minder dan € 5.446.088,64. Toen, maar zelfs nu nog, een enorm bedrag om een bedrijfje te starten als een drankfabriekje of kleine brouwerij.

Maar niet alleen het Algemeen Handelsblad bracht deze advertentie. Ze werd in de dagen daaropvolgend in alle grote bladen geplaatst zoals De Tijd, een godsdienstig-staatkundig dagblad, het nieuws van de dag, de Gooi- en Eemlander etc. Zelfs in het weekblad voor bloembollencultuur. Een grootse, landelijke aanpak dus.



Voorzijde uit een dossier voor de aanvraag en toekenning voor de oprichting van de NV Dona Mosae.



In 1902 werd er in een gids voor wandelaars en wielrijders gewag gemaakt van de fabriek, als bezienswaardigheid op de route van Maastricht naar het buitengebied.

Hoezo een appelwijnfabriek?

Er werd op enkele plekken in Nederland al wel wat aan zogenaamde cider of appelwijn geproduceerd. Veel naam mocht het niet hebben. Nederland was geen ciderland. Aan de appels lag het niet. Terwijl het hier best zou kunnen. Om te beginnen hebben we appels genoeg in bepaalde streken. In de Betuwe natuurlijk, die in de zeventiende eeuw al ‘de gemeyne appel-kelder van Holland en Vriesland’ werd genoemd. Dan zijn er nog Zuid-Limburg, de Kromme-Rijnstreek bij Utrecht en Zuid-Beveland in Zeeland. De fruitstreken in het naburige Belgie, de Haspengauw liggen bij wijze van spreken op loopafstand. Hoewel Limburg tot de negentiende eeuw inderdaad enige kleinschalige ciderproductie moet hebben gekend in combinatie met die van ciderazijn, is cider voor de rest ver te zoeken. De stichters moeten vooral gekeken hebben naar de aantallen ciderproductie en consumptie in landen als België en vooral Frankrijk. Tegelijkertijd leek in juni 1899 het tij op een andere manier gunstig te worden voor vaderlandse cider. De accijns op uit verse vruchten gemaakte drank en azijnen werd afgeschaft. Een beslissing van de overheid die drankmisbruik wilde terugdringen, en goedkopere, zwak-alcoholische volksdranken op de markt wilde brengen. De ondernemers van Dona Mosae verwachtten eveneens dat de gewone mens nu eerder naar deze zwak alcoholische alternatieven zou grijpen dan naar de duurdere dranken.

In 1903 werd de inboedel uit het faillissement verkocht door de executeur Bauduin
Artikel uit het Amersfoortsch Dagblad waarin geschreven wordt over de ondergang van Dona Mosae
Krantenartikel uit 1903 over het ter ziele gaan van de appelwijnfabriek

In Amby, werd dus prompt de Eerste Nederlandsche Appelwijnfabriek ‘Dona Mosae’ opgericht, aan de straatweg naar Valkenburg. Tegenwoordig de Scharnerweg dus en zoals al gezegd op het terrein van Villa Providentia en er uiteindelijk aan vastgebouwd.


De ontwikkeling van het bedrijf

In de diverse publicaties werd de cider van Dona Mosae beschreven als bestaande “uit zuiver appelsap en kan bij gebruik met water aangelengd worden. ‘t Is een heerlijke tafeldrank, die geen dronkenschap verwekt, en de zwakste magen niet hindert – en voor zieken zijn weerga niet heeft.” Zoals bedoeld, een drank met een laag alcoholpercentage.

Ook op een andere wijze werd de grootse en voortvarende aanpak onderstreept. Zo bracht men in 1901 onder eigen beheer een brochure uit over de “nieuwe volksdrank”. Hierin wordt de drank aangeprezen als goede aanvulling op het eten, goed tegen allerlei aandoeningen en als middel tegen het alcoholmisbruik, waartoe andere dranken als jenever, wel toe leiden. De brochure was in het Nederlands, maar in kleine letters samengevat deels ook in het Frans gesteld. Vooral medicinale voordelen uit Franse onderzoeken worden hierin benadrukt.

Nederland aan de Appelwijn

De Nederlandse cider bleek qua kwaliteit nog erg op de buitenlandse achter te lopen. Erger: Een krant wist niemand te vinden die de cider daadwerkelijk lekker vond. ‘Of dit komt door de ongewoonte, of doordat de smaakpapillen van de meesten andere of sterkere prikkels verlangen, met den cider loopt niemand weg.’ Het grootste obstakel leek echter de te maken investeringen te zijn: moesten boeren nu bomen met speciale ciderappels gaan planten, zonder dat er in Nederland eigenlijk vraag was naar cider? En ‘moet men eerst ciderdrinkers vormen, of moet men op goed geluk maar cider gaan maken in de hoop dat hij ook wel gedronken zal worden?’ Er was geen eenvoudige oplossing, en zo bleef het hierbij. Maar een ciderdrinkende natie is Nederland nooit geworden. En dat is jammer, als je naar die grote boomgaarden in de Betuwe en Zuid-Limburg kijkt. Hier had toch ook een cidercultuur kunnen ontstaan als die in de West Country in Engeland, of Normandie in Frankrijk.

Een deugdelijk marktonderzoek zoals tegenwoordig wordt uitgevoerd, zal er niet geweest zijn. Uit bovenstaande citaten blijkt evenwel, dat simpele boeren, zonder economische kennis, het belang van wat wij tegenwoordig “marktonderzoek” noemen, goed aanvoelden en wisten waar de schoen wrong. Daarbij zouden stichters van Dona Mosae, beter moeten weten, gepokt en gemazeld als ze waren in het ondernemersvak... Twee stichters waren namelijk afkomstig uit de boomkwekerij sector. waaronder stichter P.G. Copijn uit een een bedrijf, dat heden ten dage nog steeds bestaat, al 250 jaar in Maartensdijk. (Copijn Groenekan Boomkwekerij-Tuinarchitectuur B.V.).

Op deze familiestamboom vinden we deCider-avonturier P.G. Copijn terug.

Het einde van de appelcider in Amby

‘Dona Mosae’ bleek dan ook geen geen lang leven beschoren: Vanaf maart 1903 al, werd het complex, drie jaar eerder nieuw gebouwd, gesloten en de inventaris, die bestond o.a. uit een stoommachine, satureermachine, kurkmachines, spoelmachines, tapmachines, grote en kleine fusten en ‘eene groote hoeveelheid flesschen’, geveild ‘Voor de aandeelhouders is het resultaat dezer eerste Nederlandse Appelwijn fabriek dus een groote teleurstelling.’


Een combinatie van meerdere factoren zal aan dit snelle einde ten grondslag hebben gelegen. De te grootse opzet zoals blijkt uit een artikeltje in het tuinbouwblad Sempervirens ('Altijd groen') uit 1903 dat als oorzaak van het faillissement de 'te weelderige' en te kostbare opzet van het bedrijf aangeeft.. Een andere oorzaak is het niet onderkennen van de markt, ofwel het ontbreken van een cider-markt. En de lage accijns op deze zwak alcoholische dranken verhinderde bijvoorbeeld niet dat de consumenten bleven genieten van het hun vertrouwde...bier en jenever....

En zo eindigt dus op een snelle en dramatische wijze een groots avontuur in Amby. Dramatisch voor de stichters van de Dona Mosae appelwijn fabriek en financiëel zeer nadelig voor de beleggers, die hun inleg wel al erg snel zagen verdampen.

Onbekend is vooralsnog hoeveel mensen er in de fabriek gewerkt hebben en of daar inwoners uit Amby bij waren. Ook is nog niet bekend hoe het daarmee is afgelopen. We weten wel dat de directeur van de fabriek, De Vries, woonachtig was in de bijbehorende villa. De villa was in eigendom van de fabriek dus werd na het faillissement verkocht. Vier kloosterzusters kochten de gebouwen. Mogelijk om een school of nieuw klooster te stichten? In 1918 echter verkopen ze de boedel aan de familie Roovers. Verder was de executeur, notaris Bauduin schoonzoon van oudbewoner notaris Boots. Waren hierbij nog andere belangen gemoeid?

Schematisch overzicht van het echtpaar Bauduin-Boots en wederzijdse ouders.


Wat er verder van de fabrieksgebouwen tussen 1903 en 1923 terecht is gekomen, wordt nader onderzocht. Het terrein is bij een grote annexatie in 1920 bij Maastricht gevoegd en in 1923 is er op het terrein een kachelpijpenfabriek gevestigd. Het bedrijf heette Bertrams en had zijn wortels in Duitsland. In augustus 1946 neemt Cox Geelen, oorspronkelijk uit Roermond de firma Bertrams aan de Scharnerweg over. Begin jaren 60 wordt de villa Providentia/Roovers afgebroken en is alles industrieterrein, totdat de firma Cox Geelen in de jaren 60/70 verhuist naar Eijsden en er de Albert Heijn neerstrijkt. Maar dan is dit gebied allang niet meer Ambysch grondgebied.

Inschrijving uit het bevolkingsregister van Amby, het gezin De Vries wonende aan de Bergerstraat 1, het eerste huis van Amby. Later na de annexatie in 1920 werd dit deel officieel Scharnerweg.