Historie 125 jaar Harmonie St. Walburga - deel 1: De oprichting

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tussen juni 2023 en juni 2024 viert Harmonie St. Walburga met een scala aan activiteiten haar 125-jarig jubileum.

Zoals op het vaandel van deze muziekvereniging vermeld staat vond de oprichting van Harmonie St. Walburga officieel plaats in 1898 door een groep Ambyse jongeren. Maar de echte oorsprong, getuige enkele krantenberichten, stamt uit de jaren 1896-1897.


Voor een betere leesbaarheid kunnen de opgenomen krantenartikelen worden aangeklikt.


Fanfare of Harmonie

In eerste instantie richten deze jongemannen al in 1897een fanfare op volgens onderstaand bericht uit de Telegraaf en de Limburger Koerier. Toch wordt de daadwerkelijke oprichtingsdatum op 1898 gesteld.

Limburger Koerier: oprichting fanfare. De Telegraaf in 1897: Landheren doen instrumenten cadeau.
De Limburger koerier in 1897: Instrumenten voor 24 leden

Tot op heden zijn er geen stukken boven water gekomen over de precieze oprichtingsdatum. Er doen hieromtrent wel twee elkaar aanvullende verhalen de ronde. Het eerste vertelt dat er in 1900 een muziekwedstrijd plaatsvindt in Meerssen voor jonge korpsen, niet ouder dan twee jaar. De Fanfare heeft zich ingeschreven en meegedaan met de vermelding dat ze pas in 1898 het levenslicht aanschouwde. Uit krantenberichten uit die tijd blijkt echter dat dit concours in juni 1901 plaatsvond en voor verenigingen niet ouder dan drie jaar.

Het andere verhaal is dat er weliswaar in 1897 gestart werd, maar dat het eerste jaar alleen geoefend en gerepeteerd wordt en pas in 1898 daadwerkelijk naar buiten wordt getreden.

Dit tweede verhaal lijkt het minste hout te snijden. Gezien de informatie uit twee krantenartikelen van 1901 lijkt de eerste optie weliswaar ietwat genuanceerder, maar de meest aannemelijke.


Uit De Nieuwe Courant van 14-02-1901


De Limburger Koerier vermeldt de muziekwedstrijd te Meerssen op 02-07-1901


Hoe het ook zij, het officiële oprichtingsjaar is gesteld op 1898. Dit jaartal wordt ook op de drapeau van de vereniging gevoerd, waarbij in het oorspronkelijke borduursel de 7 is veranderd in een 8. Aldus wordt anno 2023 - 2024 het 125-jarig bestaan van de vereniging gevierd.

De fanfare van Amby

In het allereerste begin was Sint Walburga een fanfare. Om onbekende redenen wordt deze fanfare volgens de site van de harmonie in 1908 omgedoopt tot een harmonieorkest.

In de Limburger Koerier van 06-06-1903 wordt St. Walburga nog een fanfare genoemd
De Limburger Koerier van 02-06-1905 noemt nu de term “Harmonie Walburgia”
Zeven maanden later wordt in de Limburger Koerier van 09-07-1903 de fanfare al “Harmonie” genoemd

Die verandering blijkt al eerder te hebben plaatsgevonden. Uit diverse krantenartikelen van die tijd wordt rond 1903 en 1904 gesproken over fanfare Sint Walburga, maar gaandeweg wordt het begrip harmonie steeds vaker vermeld. Na 1904 wordt de benaming “fanfare” in de toenmalige media al niet meer overal gehanteerd. Opvallend is dat bij het koninklijk bezoek (van koningin Wilhelmina en prins Hendrik) te Maastricht in 1903 ook de muziekvereniging uit Amby haar opwachting maakt en dan wordt aangeduid als “harmonie van Amby”! Feitelijk wordt de vereniging volgens een ander krantenartikel dus in de tweede helft van 1904 een harmonieorkest. Over het waarom er een harmonie gevormd moest worden is niets bekend. Wellicht dat men de klankkleur van deze term gepaster en mooier vond.

de Limburger Koerier van 08-12-1904 noemt de fanfare nogmaals “Harmonie”





Harmonie: de officiële gang van zaken

In 1855 werd in de “Wet op Vereniging en Vergadering” een opvallende bepaling opgenomen ten aanzien van verenigingen die als rechtspersoon (‘zedelijk lichaam’) wilden kunnen optreden. Zij moesten hun statuten aan de overheid voorleggen en alleen wanneer deze goedgekeurd werden, was de vereniging “erkend” als rechtspersoon en kon ze als zodanig optreden. Veel verenigingen vroegen op basis van deze wet erkenning aan. Verenigingen besloten goedkeuring op de statuten aan te vragen op het moment dat er belangrijke financiële transacties gingen plaatsvinden, zoals de aankoop van een gebouw, dure instrumenten, het verwerven van een gemeentelijke subsidie of bij het verkrijgen van een lening, erfenis of legaat. Het geld en de bezittingen konden dan niet in handen van een natuurlijk persoon vallen en de bestuursleden waren anderzijds niet meer persoonlijk verantwoordelijk voor de schulden en verplichtingen van de vereniging. Daarnaast speelden ook nog heel andere motieven een rol, zoals prestige en oranjegezindheid. Koninklijke goedkeuring gaf status. Veel verenigingen pronkten in hun communicatie naar buiten graag met de toevoeging “erkend bij Koninklijk Besluit” onder hun naam. Dat gold ook voor onze harmonie.


Lange tijd is beweerd dat de harmonie zich koninklijk mocht noemen, maar dat blijkt op een misvatting te berusten. Elke vereniging met juridisch goedgekeurde statuten was automatisch koninklijk erkend. Het was een “gewone” standaarduitdrukking die verder niets om het lijf heeft. Het staatshoofd, in Nederland de koning of koningin, ondertekent mede alle wetten, vandaar. De harmonie heeft wel in 1973, bij de viering van haar 75-jarigbestaansfeest, een erepenning van verdienste ontvangen waarmee gepronkt kan worden.

Automatisch verkregen Koninklijke Erkenning


De officiële statuten

Het verenigingsbestuur, toen onder president (voorzitter) Augustus Hennus, richt in september 1906 een verzoekschrift aan de koningin, vergezeld van een exemplaar van de statuten van de vereniging en van een uittreksel uit de notulen van de vergadering, waarop de leden besloten hadden de Koninklijke goedkeuring van de statuten aan te vragen. Deze verzoekschriften komen terecht bij het Kabinet der Koningin, dat de inhoudelijke behandeling ervan opdraagt aan het ministerie van Justitie. De minister komt tot een advies en stelt een concept Koninklijk Besluit op, dat weer door het staatshoofd - toen koningin Wilhelmina - bekrachtigd wordt. Zoals eerder gesteld worden wetten en koninklijke besluiten altijd door het staatshoofd, in ons geval destijds een koningin, ondertekend. Wellicht dat deze gang van zaken het misverstand rond het begrip “koninklijke harmonie” de wereld in heeft geholpen.


In de praktijk werd eerst nogal wat heen en weer geschreven voordat de goedkeuring verleend werd, omdat de stukken lang niet altijd meteen aan de formele eisen voldeden. Veel verenigingen voldeden niet aan de eis dat zowel het verzoekschrift als de statuten ondertekend moesten zijn door alle bestuursleden. Wat onze harmonie betreft wordt aan die eisen wel keurig voldaan. Aanvullend vroeg de minister van justitie in een antwoord op het verzoekschrift wel enkele bepalingen in de statuten aan te passen. Bijvoorbeeld dat er in de statuten niet alleen vermeld wordt wie de erebestuursleden zijn, maar ook door wie die dan worden benoemd. Ook moet in de statuten worden aangegeven door wie de dirigent formeel wordt benoemd.


Op 17 november 1906 wordt de verenigingsstatus als harmonie vastgelegd en juridisch bekrachtigd in een Koninklijk Besluit. Op 13 december 1906, bij de publicatie in de Staatscourant (nr. 291), bestaat “Harmonie Sint Walburga” de jure, dus wettig en officieel, als rechtspersoon voor de wettelijke duur van 29 jaar en 11 maanden. Pas in 1946 wordt opnieuw de juridische status van de vereniging aangevraagd, wederom voor de duur van maximaal 30 jaar. Waarom dat niet eerder is gebeurd in 1936, na beëindiging van de eerste wettelijk maximale periode van bijna 30 jaar, is onbekend.

De eerste statuten

Maatschappelijke achtergrond

Veel van het georganiseerde verenigingsleven is in de twintigste eeuw van de grond gekomen en Amby beroemt zich erop, dat het al van “oudsher” een bloeiend verenigingsleven kent. Niet alleen bloeit dit verenigingsleven volop in het dorp Amby, voordat het in 1970 een wijk wordt van de stad Maastricht. Ook anno nu, als stadswijk van Maastricht, bloeit het verenigingsleven in de gemeenschap.


Vanaf het midden van de negentiende eeuw ontwikkelt zich in het katholieke volksdeel - met name in Brabant en Limburg - een zelfbewuste en overdadige katholieke cultuur, ook wel het Rijke Roomse Leven genoemd. Tijdens het Rijke Roomse Leven was het katholieke verenigingsleven goed georganiseerd. Van boerenbond tot duivensportvereniging, van voetbalclub tot fanfare of harmonie, iedereen was wel ergens lid van. Al die katholieke verenigingen waren meestal parochie-gebonden en stonden uiteraard onder toezicht van een geestelijk adviseur: meneer Pastoor of meneer Kapelaan moesten vooral het zedelijk welzijn in de gaten houden.


Zo ook in Amby, waar de gemeente Amby tot 1970 nagenoeg samenviel met de parochie Amby. Zelfs na de annexatie door Maastricht en ondanks vergaande ontkerkelijking zorgt dat nog steeds voor een bindende factor in het gemeenschapsleven.

Zoals eerder opgemerkt krijgt het musiceren in georganiseerd verband door amateurs in de negentiende eeuw overal voet aan de grond. Vaak mede op initiatief van de parochiegeestelijkheid, de economische elite of vaak beide.


Hoe komt het dat die muziekverenigingen juist rond die tijd in alle dorpen en steden als paddenstoelen uit de grond rijzen? Wel, daarvoor moeten we terug naar de Franse overheersing van het huidige Nederland (1795-1813). Alles wat heden ten dage tot het gebied “Nederland” behoort, is ooit een Franse provincie geweest. De inwoners van Amby zijn een aantal jaren staatsburger geweest van Frankrijk (lees o.a., het artikel Weduwe Matti, een soldatenmoeder). Hierdoor hebben de Nederlanders kennisgemaakt met de Franse militaire muziekkorpsen.

Na de Franse tijd wordt onder koning Willem I de Nederlandse krijgsmacht grondig georganiseerd en ontstaan naar het model van de Fransen ook de eerste militaire muziekkorpsen in Nederland. Militaire muziekkorpsen moedigen het prille nationale leger aan. Ze zijn erg populair en spreken tot de verbeelding.


De 19e eeuw is de eeuw van nationalisme en romantiek, waarin het streven naar politieke, sociale en culturele eigenheid de boventoon voert. Op dorps- of stadsniveau leidt dat tot allerlei vormen van chauvinisme, die zeker hebben bijgedragen aan de opkomst van allerlei verenigingen. “Wat de ander heeft, willen wij ook… en beter!”. Heel wat later opgerichte, burgerlijke, muziekverenigingen nemen de militaire stijl over. Ze spelen marsmuziek, marcheren op straat en dragen tot op heden militair geïnspireerde kostuums. De muzikanten van de militaire kapellen worden vaak de eerste dirigenten van de burgerverenigingen.

Zo ontstaan in de eerst helft van de negentiende eeuw voorzichtig de eerste vaderlandse muziekverenigingen, passend in de culturele tijdgeest van toen. Men wilde zich vooral onderscheiden van de andere dorpen of steden en zowel wereldlijke als geestelijke festiviteiten gepaste luister kunnen geven. De ene na de andere fanfare of harmonie ziet dan het levenslicht; Amby dus in 1897/98.

Culturele achtergrond

Met name in het katholieke deel van Nederland stimuleert de geestelijkheid het ontstaan van blaasmuziekverenigingen. In deze georganiseerde verbanden is zedelijke controle gewaarborgd en de invloed van het oprukkende socialisme minder kansrijk, zo werd gedacht.

In hun opleiding leren priesterstudenten hoe ze deze niet-politieke en niet-maatschappelijke verenigingen moeten bijstaan. Hiermee is de grondslag gelegd voor het verschijnsel “geestelijk adviseur”. Harmonie St. Walburga heeft ook een hele stoet van geestelijke leidsmannen gekend. Zeker in de tijd dat elke parochie zijn eigen geestelijkheid had in de vorm van zowel een kapelaan als een pastoor. Amby had bovendien nog een geestelijke in de vorm van de rector van huize Vincentius te Severen.

Pastoor van den Asdonk, hernieuwer van de Walburgadag

In augustus 1976 bijvoorbeeld wordt Joseph Hubert Maria van der Asdonk pastoor van de H. Walburga-parochie in Amby en vanzelfsprekend gelijk ook geestelijk beschermheer van de vereniging. Pastoor van den Asdonk heeft meteen na zijn aantreden ervoor gezorgd dat 1 mei opnieuw benadrukt werd als de jaarlijkse Walburgadag, een traditie die de harmonie gepast in ere houdt. Nog steeds speelt de Walburgadag, de naamdag van haar patroonheilige, in de harmonie een grote rol. Jubilarissen bijvoorbeeld worden op die dag in het zonnetje gezet. In 2023 is de Walburgadag, die niet altijd meer op 1 mei precies wordt gevierd maar op een tijdstip rond die datum, de startdatum voor de viering van 125 jaar harmonie St. Walburga.


De harmonie neemt afscheid van kapelaan Anthony Anu, 25 augustus 2019

In onze tijd van ontkerkelijking lukt het weinig parochies meer eigen geestelijken te vinden en bedient een team van kapelaans, pastoors etc. meerdere parochies tegelijk. Het is dus simpelweg niet meer mogelijk om een “vaste” geestelijk adviseur te vinden, los van het gegeven of daar in deze tijd nog bij iedereen behoefte aan bestaat. Voor de harmonie was kapelaan Anthony Anu de laatste adviseur en hij was dit tot 27 augustus 2019. Sinds die tijd is deze functie niet meer actief binnen de vereniging.

De muzikale leiding

De eerste dirigent die het “directeurschap” krijgt opgedragen is de heer L. Janssen, onderwijzer in Borgharen, alwaar hij ook medeoprichter was van fanfare St. Cornelius. In 1948 viert de heer Janssen - inmiddels 82 jaar - samen met de harmonie het 50-jarig jubileum. Hij leidt het korps tijdens haar eerste optredens in en buiten Amby en bij de muziekwedstrijd in Meerssen in 1901. De derde prijs die de fanfare daar behaalt (hors concours) veroorzaakt een klein relletje, als een van de juryleden het niet eens is met die (lage) prijstoekenning, zijn juryarmband afrukt en deze kwaad voor de voeten van de andere juryleden neergooit.

De heer Janssen op 82-jarige leeftijd aanwezig bij het 50-jarig jubileum van de harmonie

Genoemd jury-lid is G(ustaaf) F(rancies) de Pauw. Frappant is dat hij al vrij snel daarna de muzikale leiding over neemt van de heer Janssen. In 1885 kwam Gust de Pauw voor het vervullen van zijn militaire dienstplicht in Maastricht terecht als trombonist van het "Muziekcorps van het 2de regiment infanterie". Hij was dus een muzikant van een militaire kapel en dit bevestigt dat Amby in de eerder vermelde traditie past, dat veel burgerlijke korpsen in eerste instantie geleid worden door ex-leden van militaire muziekgezelschappen.

Gust de Pauw was in oorsprong een Zeeuws componist, muziekpedagoog, dirigent, organist, muziekuitgever en trombonist. Hij was tevens actief als muziekleraar en beheerder van een eigen muziekuitgave. De Pauw was een veelgevraagd jurylid bij concoursen en wedstrijden in het hele land. Als componist was hij zeer productief. Hij componeerde 346 originele werken voor harmonie- en fanfareorkesten: marsen, processiemarsen enz. Zijn totale oeuvre omvat ruim 1200 composities van carnavalsliedjes, liederen, cantates tot operettes en opera's. Voor harmonie St. Walburga schrijft hij rond 1903 een feestmars: “Ambij’s Feestmarsch”.

“Ambij’s Feestmarsch” van dhr. De Pauw


De Pauw heeft een kleine tien jaar rustig gewerkt aan de muzikale opbouw van het korps, eerst als fanfare en later als harmonie, vooraleer hij zich waagt aan een krachtmeting met zusterverenigingen op een concours te Gronsveld in 1910.

Deelname aan het internationale concours te Gronsveld – Limburger Koerier van 26-04-1910


Een 2e prijs in de 3e afdeling is echter niet het succes waarop wordt gehoopt, maar prikkelt de leden wel om zich beter te gaan inzetten. Ondanks dat de harmonie niet het beste resultaat behaalde, vindt de dirigent van de concurrerende harmonie uit Bleijerheide het nodig te reageren op de jury-uitslag. Vermakelijk zijn de ingezonden stukken in de Limburger Koerier van juli 1910, waarin de dirigent van de harmonie van Bleijerheide zich beklaagt over de jurering. Volgens hem heeft harmonie St. Walburga ten onrechte een betere beoordeling gekregen van de jury dan zijn eigen orkest…

De Limburger Koerier van juli 1910 vermeldt de kritiek op de jury
Kritiek op de jury (vervolg)

Hoewel er sprake is van zware tijden voor de vereniging als gevolg van de mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog, lukt het Gust de Pauw - met de onvermoeide hulp van onderdirecteur Hubert Habets aan zijn zijde en hard te studeren - zich met onze harmonie te revancheren op een landelijk concours in 1919. In het verre Amsterdam behaalt men op sublieme wijze een eerste prijs in de 3e afdeling, waarop in Amby uiteraard een groots feest volgt.

Bekroning met een eerste prijs van een concours te Amsterdam – Limburger Koerier van 16-08-1919

Een nieuwe muzikale leider

Drie jaar nadat directeur De Pauw zijn 25-jarig jubileum vierde neemt deze in 1928 zijn ontslag. Directeur werd de heer H. Habets, zelf sinds 1903 spelend lid en sinds 1919 onderdirecteur van de harmonie. Het vertrek van De Pauw veroorzaakt nogal wat opschudding en leidt tot het vertrek van nogal wat leden.

Daarop besluit de heer Habets snel weer plaats op de muzikantenzetel te nemen en de leiding in handen te geven van de heer G. Schoutete uit Rothem als de nieuwe dirigent. Helaas niet voor lang, zodat de heer Habets de baton maar weer overneemt. Het lukt hem met grote bezieling en hard zwoegen met de overgebleven leden een geweldig resultaat neer te zetten op een concours in 1935 te Grevenbicht. Een geweldige opsteker om op deze wijze naar het 40-jarig jubileum toe te werken. Er meldt zich zelfs een aantal spijtoptanten opnieuw aan. Het 40-jarig bestaansfeest in 1938 wordt dan ook groots gevierd in het tot feestparadijs omgetoverde park van Severen.

De 40-jarige harmonie in de Limburger Koerier van 09-07-1938. De foto werd genomen voor het hoofdgebouw van Huize Severen, welke plek bij latere jubileumfoto’s ook werd gekozen als achtergrond.


Crisisjaren

Daarna valt er langzaam een schaduw over het verenigingsleven vanwege de bezetting door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen de harmonie, maar het totale verenigingsleven van Nederland lijdt hieronder. De eerste jaren van die bezetting loopt alles nog een beetje min of meer als vanouds en op normale voet verder. Daarvan getuigt een groots muziekfeest in 1941 in de weilanden rondom de molen van de familie Limpens aan de Kloosterstraat (huidige Longinastraat).

Advertentieblad van het departement van de Wester-Eems op 06-09-1941
Aankondiging van een jaarlijks zomerconcert

Nadat verplicht toegetreden moest worden tot de door de Nazi’s ingestelde “Kulturkammer”, wilde men nog cultureel iets te betekenen hebben, werd de stekker uit de harmonie getrokken en dook men onder. De Reichskulturkammer was een Duits instituut tijdens het bewind van de nazi’s, welke meteen na het aan de macht komen van Hitler in 1933 werd ingesteld. Het kende na de bezetting ook een Nederlandse “Kammer”. De Kulturkammer hield in dat iedere schrijver of kunstenaar die geen lid werd van de Kulturkammer, zijn of haar werk niet in openbaarheid kon en mocht uitvoeren. Dit gold ook voor de amateurkunsten.

Het is niet bekend of over al of niet toetreden tot de “Kammer”, een discussie is gevoerd onder de leden en/of met het bestuur. Feit is dat de harmonie tot na de bevrijding op non-actief gaat.

Wereldlijke activiteiten

Een van de doelen van de oprichters, de “lollige vrienden ”van 1897, is het opzetten van een muziekvereniging om feestelijke gebeurtenissen luister bij te zetten. In die eerste jaren van de harmonie gebeurt dat veelvuldig. Een selectie uit de kranten van die tijd toont een harmonie die heel erg actief is bij de plaatselijke festiviteiten.

Zo wordt veel aan toneel en voordrachten gedaan. In de pas opgerichte Harmonie St. Walburga zitten leden, die naast musiceren ook het spelen van toneel ambiëren. Als de fanfare/harmonie een concertmiddag of -avond organiseert, wordt deze vaak afgesloten met een toneelstuk, duetzang, voordracht en/of pianospel. Voor duetzang werden destijds wedstrijden in heel Limburg georganiseerd, waarvoor heel wat belangstelling was.


Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog wordt er een heuse toneelvereniging opgericht op initiatief van enkele leden van de harmonie. Kartrekkers zijn de heren H. Piters, muzikant en bestuurslid en H. Braeken (ere-)bestuurslid. Deze vereniging, Toneelvereniging Vondel geheten, wordt gevormd door spelers uit de harmonie, samen met niet-harmonie gebonden leden. Deze toneelvereniging heeft enkele grootse, spraakmakende voorstellingen gegeven. Tot en met het verdwijnen van toneelgroep Vondel, eind jaren vijftig, is er een intensieve relatie geweest tussen de instrumentale muziek van de harmonie, het toneel en andere - al of niet muzikale - voordrachten van de leden.


Ook in die tijd wordt Koninginnedag al gevierd, vaak met lampionoptochten maar altijd opgeluisterd door de harmonie. Ook is men present bij politiehonden-demonstraties, wielrenwedstrijden, paardenrennen, kermissen en fancy-fairs. Er worden ontelbare serenades gebracht, zomerconcerten gegeven, meegedaan aan muziekwedstrijden, concoursen en wat al niet meer. Diverse krantenartikelen in dit artikel laten dat zien. De activiteiten die de harmonie zelf ontplooit hebben meestal als doel de kas te spekken. Een batig saldo maakte de feestelijkheden pas echt succesvol en compleet.


Het gaat te ver om al die acties op te sommen, maar het meest beroemd zijn de fancy-fairs. Al of niet in samenwerking met andere verenigingen werden die vrijwel elk jaar gehouden. Geliefde locatie is natuurlijk het Severenpark, maar ook de weilanden rondom de Tiendschuur, de molen in de toenmalige Kloosterstraat, de speelplaats van de lagere scholen (vooral de jongensschool) en diverse andere weilanden worden vaak tot feestlocatie omgetoverd. De toneelvoorstellingen vonden voor de oorlog van 1940-1945 veelal plaats in de theaterzaal boven de jongensschool, die eind jaren zeventig helaas verdwenen is door de verbouwing tot leslokalen.

Serenade bij wethouder, tevens vice-voorzitter van de harmonie, dhr. Coumans – Limburger Koerier van 02-06-1905
De Limburger Koerier van 02-06-1905 noemt nu de term “Harmonie Walburgia”.
Aankondiging in het Limburgs Dagblad van 19-01-1920: een “Voordrachtenwedstrijd”
Toneel met de harmonie – Limburger Koerier van 02-03-1905
Aankondiging in het Limburgs Dagblad van 02-06-1923 van een kermisconcert
Limburger Koerier - een zomerconcert in augustus 1915
De Limburger Koerier van 29-11-1919 vermeldt: Wedstrijd in “Komische Voordrachten”
Jaarlijks toneel met de harmonie – Limburger Koerier van 16-11-1933
Toneel met de harmonie – Limburger Koerier van 16-11-1907
De harmonie organiseert een lichtstoet op Koninginnedag – Limburger Koerier 02-09-1909
Opluistering bij politiehonden-demonstratie; Limburger Koerier 09-06-1923

Religieuze activiteiten

Op religieus gebied werd ook het nodige ondernomen. De opluistering van processies, het begeleiden van communicantjes, begrafenissen, jubilea, trouwerijen, tot het muzikaal ontvangen van nieuwbenoemde kapelaans en pastoors. Diverse malen komen er bisschoppen op bezoek. Die werden eveneens uitbundig muzikaal onthaald.

Twee grote religieuze en plechtige gebeurtenissen, waarbij de harmonie samen met de gehele gemeenschap aantreedt zijn in 1905 de “plechtige doop” van twee nieuwe kerkklokken en de hernieuwde consecratie of inwijding van de kerk door de bisschop na een grondige vernieuwing, verbouwing en uitbreiding van de kerk in 1928.

Bezoek van de bisschop bij de hernieuwde inwijding van de kerk in 1928
Bezoek van de bisschop (vervolg)
Bezoek van de bisschop (vervolg)
Opluistering van de inwijding van twee nieuwe kerkklokken in 1905
Limburger Koerier van 28-03-1905: Inwijding van de nieuwe kerkklokken
Limburger Koerier van 28-03-1905: Inwijding van de nieuwe kerkklokken (vervolg)


Zie ook