Internaatskind van Huize Severen

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Internaatskind van Huize Severen

Diverse websites beschrijven het internaatleven in Nederland en België, die na enige verdieping een beeld geven van de wijze waarop een internaat geleid en bestuurd werd in de jaren 50 van vorige eeuw, maar ook hoe de kinderen die er woonden dit ervaren hebben. In Amby woonden en wonen enkele mensen die hun jeugd, of een deel daarvan, doorbrachten in een internaat. Een dorpsgenote wil haar ervaringen graag via Amiepedia delen.

Het internaat in de jaren 1950

Het woord internaat wordt al snel geassocieerd met strenge regels, tucht en veel bidden. Inderdaad blonken de paters, nonnen en juffrouwen vroeger over het algemeen niet uit in opvoedkundige en ontwikkelingspsychologische inzichten. Daar hadden vóór 1970 overigens nog maar weinig mensen kaas van gegeten. Maar uit verhalen uit die tijd valt op te maken dat op sommige instellingen een uitgesproken rigide klimaat heerste, vooral op internaten voor kinderen die door de rechter uit huis waren geplaatst vanwege problemen thuis zoals alcoholmisbruik, scheidingen of ontucht. Andersoortige instituten die kinderen een gedegen opleiding en discipline moesten geven waren schippersinternaten, meisjes- en jongenskostscholen en de nu vanwege ontucht veelbesproken seminaries.

Structuur was een zegen of een dwangbuis

Zaken die in het internaat altijd van belang waren, waar mensen ook veel over vertellen is de dagorde, de structuur in het internaat. Hierbij was sprake van de “drie R's”: rust reinheid en regelmaat. De geestelijken die de internaten leidden vervielen soms wel in regelzucht. Een reactie: “Voor de een was dat een zegen, voor de ander een enorme dwangbuis”. Een andere reactie: “Zo kwam het voor dat in een meisjesinternaat maar één keer per week werd gedoucht. Er klonk een belletje voor het inzepen, voor het afspoelen, voor het afdrogen en weer een belletje om uit het hokje te komen. Dat had niet alleen met efficiëntie te maken. Het waren natuurlijk katholieke instellingen en zaken als lichamelijkheid en seksualiteit waren taboe. Dus je moest dan zeker niet te lang onder de douche staan."

Meisjesgroep in de jaren 1920 van internaat Severen

Het is geen geheim dat oud-internen hun verblijf in het internaat heel verschillend waarderen. Voor sommigen was het een baken van rust, anderen kijken er vol afschuw op terug. Ondanks de vele en gruwelijke verhalen over misbruik (“een godvergeten schande”) zijn er ook jongens en meisjes, die daar nooit iets van gemerkt hebben. Maar er was ook een schaduwzijde. Veel kostschoolkinderen zijn getekend door die periode. Sommigen hebben het gevoel gehad niet te zijn gehoord en gezien, zijn zelfs beschadigd, misbruikt of mishandeld.

Bovenstaande beschrijving is zeker geen blauwdruk van de gang van zaken in elk internaat en dus ook niet van Huize Severen. Beneden wordt de beleving weergegeven van een dorpsgenote, die opgroeide in het internaat van Huize Severen, later huwde met een inwoner van een naburig dorp en in Amby een gezin stichtte. Het is een ingrijpend verhaal, waarin we om privacyredenen de hoofdpersoon weergeven onder de fictieve naam Ellie Broekjes (de werkelijke naam is bij de redactie bekend). Het verhaal kan een behoorlijke indruk maken, maar de lezer wordt gevraagd om de beleving te zien in de geest van destijds.

Hoofdgebouw (Herenhuis) Severen



Huize Severen

Het klooster van Huize Severen was het oorspronkelijke bezit van de familie Van ’t Zievel en werd in 1912 aangekocht door de Zusters van Barmhartigheid, de Orde van de Soeurs de la Miséricorde, die hun verblijf hadden aan de Kapucijnenstraat in Maastricht. Het herenhuis van Severen werd later uitgebreid met verschillende gebouwen, waardoor het geheel a.h.w. een indrukwekkend “kasteel” werd, zeker in de ogen van de jonge kinderen die er kwamen te verblijven.

Plaatsing in het internaat

Latere bijgebouwen van het internaat

Toen haar moeder eind jaren 1940 in verwachting was woonde het gezin Broekjes in Maastricht, in het toen arme deel van de Rechtstraat en later in Caberg en Malpertuis. De ouders hadden het niet breed en Ellie werd, samen met haar tweelingzus, in 1948 geboren in Villa Kanjel. Daar kwamen veel vrouwen terecht om te bevallen, vaak ongehuwd of uit grote arme gezinnen. Om het gezin te ontlasten werden Ellie en haar tweelingzusje als baby ondergebracht bij de zusters van de Misericorde in Maastricht. Daar verbleven zij tussen kinderen die afkomstig waren van gebroken gezinnen, vechtscheidingen, van ouders die de voogdij ontnomen was en wezen. In hun peutertijd, rond 1949-1951, werden Ellie en haar zusje overgeplaatst naar Huize Severen. Het bleek dat er nóg twee zusjes in dit internaat waren geplaatst en samen werden de vier meisjes vaak “de Broekjes” genoemd. Ellie heeft er negen of tien jaar doorgebracht.



Barmhartigheid

De zusters van Barmhartigheid werden door de kinderen niet zo “barmhartig” beleefd. De meesten waren hardvochtige nonnen die de kinderen drilden met harde hand. Er waren weliswaar enkele uitzonderingen bij, zoals zuster Bernadette. Zij was de lieveling van alle kinderen. Maar uit later gedeelde herinneringen met anderen die in het internaat verbleven was zij een zeldzame uitzondering.

Religieus

Het leven in het internaat was zeer gestructureerd en dagelijks waren er heel wat vaste momenten voor gebeden. Op de lange gangen van het zusterverblijf en de in het gebouw gevestigde school stond een Christusbeeld. Daar mocht je niet eerder langs voordat je er een kruisteken bij maakte. Ellie kan zich herinneren dat ze drie maal per dag in de kerk zat, waar ‘s middags bezoek aan “het lof” bij hoorde. Dat was de benaming voor de katholieke gebedsdienst met zang, waarbij het Allerheiligste - de heilige hostie na de consecratie - aanbeden wordt. Een keer per maand werd er tot Maria gebeden in het gezamenlijk dagverblijf. Er werd dan een Mariabeeld neergezet, waarvoor de kinderen op de knieën gezeten wel een uur lang met opgeheven hoofd moesten bidden, jongens en meisjes gescheiden. Mogelijk dachten de zusters op deze manier uit de kinderen goede novicen en priesters te kunnen rekruteren?

De Eerste H. Communie

Mariabeeld in de Lourdesgrot van het Severenpark

Ellie deed haar eerste H. Communie in het klooster, op dezelfde dag als haar tweelingzusje. Hun verbondenheid was heel sterk, ook al zagen sommige nonnen het liever anders. Beiden werden gescheiden gehouden en moesten bijvoorbeeld apart bij Moeder Overste komen. Men liet de kinderen na het religieuze gedoe dat lang duurde heel wat aanmodderen. De communiedag zelf was een enorme regendag en hoewel alles doordrenkt was van religie en bidden, hoefden de kinderen die dag niet naar de Lourdesgrot in het Severenpark te gaan. Ellie en haar zus kregen op die dag helaas geen bezoek van hun ouders. Wel kregen alle communicantjes van het internaat een cadeautje van de zusters: een missaaltje (kerkboekje) en een rozenkrans. Ondanks de feestdag was het om zes uur ’s avonds bedtijd geblazen. Het bezoek aan de Mariagrot gebeurde enkele dagen later, tijdens een soort van retraitewandeling, waarbij knielend op een stenen bankje gebeden moest worden.





Stevige opvoeding

Voor velen was deze jeugd geen leuke tijd, ook niet voor “de Broekjes”. Als kind van nog jonge leeftijd moesten zij al veel werk verrichten en werd er vlot straf gegeven. Dat betekende opsluiting in een donkere kast of uren lang op de knieën blijven zitten. “Daar heeft menig kind wel een trauma aan over gehouden”, zo vertelt Ellie en ook zijzelf en haar zussen zijn hier niet ongeschonden uit gekomen. Toch werden er ook mooie dagen beleefd, met name als er - onder toezicht uiteraard - gewandeld of gespeeld mocht worden in het aangrenzende Severenbos. Uit de betrekkelijke vrijheid van het bos kon Ellie kracht putten, hoe klein ze toen ook nog maar was. Vooral ook op die momenten werd door Ellie een grote saamhorigheid ervaren met de andere internaatskinderen, lotgenoten. Natuurlijk moest er bij die gelegenheid ook telkens gebeden worden bij de Mariagrot en bij het bezoek aan het kerkhof van de zusters. Daar heeft Ellie een soort van haat-liefdeverhouding aan overgehouden. Vooral ook omdat ze, zo klein als ze was, menig gestorven zuster een kruisje moest geven. Dat alles heeft geresulteerd in een vorm van tweeslachtigheid op latere leeftijd: aan de ene kant de liefde voor de vrijheid in de natuur van het Severenbos, maar aan de andere kant de afkeer van het verplichte vele bidden bij de Lourdesgrot. Het duurde op latere leeftijd enkele jaren voordat ze langs een kerkhof durfde lopen, vanwege de connectie met de dood die ze als kind bij de nonnen als iets macabers heeft ervaren.

Banden met Amby

De school van het internaat Severen

Het leven in het internaat was vergelijkbaar met het leven in een enclave: een apart gebied bij Amby, waar het klooster wel enkele lijntjes mee had. Zo mochten op een gegeven moment de jongens van Huize Severen naar de jongensschool van het dorp - waar ze overigens door medescholieren als een aparte groep werden beschouwd en er vrijwel geen écht contact mee hadden. De meisjes bleven op de internaatschool. Ellie herinnert zich haar schooljuf van de eerste klas (nu groep 3): juffrouw Huntjens, die in Amby woonde. Enkele potige kerels, die in dienst van de zusters onderhoudsklussen aan het gebouw en in het bos verzorgden, waren mannen uit het dorp. Ook uit Amby kwamen de misdienaars van de eigen kerk van Severen, waar in die tijd rector Bollen de missen voor de nonnen las. Deze rector was overigens in het klooster de voogd van de vier “Broekjes”.

Eigen leven

Een bruidje legt haar boeket bij het Mariabeeld

Toen Ellie later haar man, komende van een naburig dorp, leerde kennen heeft ze in eerste instantie zichzelf beloofd Amby de rug toe te keren. Echter, toen ze ging trouwen moest er een huis worden gezocht. Vanwege de beschikbaarheid van een woning tegen een betaalbare prijs werd toch voor Amby gekozen. Op een koude maar droge dag in december 1971 werd er getrouwd in de kerk van Amby, in aanwezigheid van zuster Bernadette met wie Ellie nog contact had. Op de bruiloft waren wel Ellies zussen maar niet haar ouders aanwezig. Als locatie voor het maken van trouwfoto’s werd gekozen voor het Severenbos, een gebruikelijke plek die vaak door pas getrouwde stelletjes werd gekozen. Het was Ellies wens om bij de Lourdesgrot in het Severenpark haar bruidsboeket neer te leggen. Blijkbaar hebben meer “meisjes van Severen” dit op hun huwelijksdag gedaan. Ellie: “Dit betekende zoveel als een overwinning, een afsluiting van pijnlijke jeugdervaringen.” Nu, op latere leeftijd, heeft Ellie een eigen gezin en zelfs kleinkinderen. Ze heeft de negatieve gevoelens van zich af laten glijden en ze maakt nu, terugkijkend op haar jeugd, nog graag een wandeling door het Severenbos.









Trivia

Uit een reactie op dit artikel blijkt dat in de jaren 1950-1960 kinderen van internaat Severen de kleuterschool bezochten aan de toenmalige Kloosterstraat, nu Longinastraat. Met name de meisjes volgden hierna de lagere school die verbonden was aan Huize Severen. Ondanks spaarzaam onderling contact is er toch een enkele vriendschap kunnen ontstaan tussen kinderen uit het dorp en het internaat.







Zie ook