Jeugdjaren in Amby

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het persoonlijke verhaal, door Appy (Albert) Gootjes. (1954)

Mijn verhaal van de verhuizing naar Amby in oktober 1966, waar ik van mijn 12e tot en met mijn 17e jaar hebt gewoond. Hoe was dat om puber te zijn in Amby? En wat heeft dat voor invloed gehad op mijn verdere leven? Ik heb er fijne herinneringen aan overgehouden.

De Verhuizing

Zoals gezegd, verhuisden wij destijds met ons gezin van het dorp Mechelen naar Amby. Pap was politieagent en kon promotie maken, door als rayon commandant bij de groep Heer te gaan werken. We betrokken met 9 kinderen en pa en ma de dienstwoning aan het Severenplein 12. Aan de woning zat een wijkbureau gekoppeld met een gevangenis met een aparte ingang. Peter de jongste telg van het gezin woont er nog steeds. Ik kan me nog herinneren dat het een bijzondere gebeurtenis was zowel voor de buurt als voor ons. Wij kwamen van een, destijds, klein boerendorp en vonden het een hele grote stap om naar Amby te verhuizen. Ons nieuwe onderkomen was een relatief jonge woning, waar we met zijn allen onze weg in moesten vinden. De ruimte in huis was beperkt, het was best moeilijk om zo'n groot gezin te bergen. Met zijn vieren een slaapkamer delen is zowaar geen sinecure, maar daar waren we al aan gewend in Mechelen. Ik kan me herinneren dat er bij mijn oudere broers en zussen boosheid en verdriet speelden over de verhuizing. Volgens mij hadden de jongere kinderen en ik daar niet zoveel last van.

De Nieuwe buurt

De eerste kennismaking met de buurt was prettig. We waren zeker welkom en velen uit de buurt waren nieuwsgierig naar dat grote politie-gezin. Zit er iemand bij waar je mee kon spelen? Want spelen dat kon je wel op het plein. Er werd veel gevoetbald, overal kwamen groepen kinderen bij elkaar. Ik herinner me dat er altijd leven was op straat. Het was ook een redelijk onbezorgde tijd. De buurt was redelijk nieuw en je merkte dat de mensen er wat van wilden maken. Er werd geen rommeltje van gemaakt en er was geen sprake van asociaal gedrag. Merendeel van de buurtbewoners waren jongere gezinnen. Een mix van echte Ambynezen en import uit de streek , maar ook Indische gezinnen en hier en daar een “Hollands” gezin. Er was een goede verstandhouding tenminste vanuit de blik van een jeugdige.

School en stad

De inburgering leek op het eerste gezicht goed te verlopen. Voor de meesten van ons gold natuurlijk ook, dat er een overgang was naar een nieuwe school. De jongeren (behalve Peter) gingen naar de basisschool. De anderen vervolgden het onderwijs op een school voor voortgezet onderwijs. De oudsten zaten in militaire dienst (gelukkig gaf dat wat meer ruimte op de slaapkamer). Ikzelf had een paar maanden in de 1e klas van de Mulo gezeten in Gulpen en stapte na de herfstvakantie over naar de Carolus Borromeus Mulo in Maastricht. ( later werd dit de Geusselt Mavo). Aanvankelijk was ik een beetje een einzelgänger en reed alleen op de fiets naar school. Er waren wel kinderen uit Amby waar ik later contact mee kreeg maar in die begintijd hadden zich al de nodige groepjes gevormd. Daar kwam nog bij dat ik in het eerste jaar bleef zitten zodat ik weer opnieuw moest starten. De overgang naar een nieuwe school in de stad had een grote impact op mij. Ik kan me herinneren dat ik heel nieuwsgierig was in die tijd en ik ontdekte al snel de verleidingen van de stad. Dat trok me meer dan het volgen van lessen en huiswerk te maken. Op de Mulo ontdekte ik hoe ik samen met een klasgenootje kon spijbelen. De stad Maastricht trok me aan en de Paddock, de eerste disco bar van de stad was al vroeg in de middag open.

Met Ton van Kan en Alphons (Biek) Damoiseaux even chillen op de bok van de huifkar

Het verenigingsleven: Scouting

Onderwijl vond ik wel steeds meer aansluiting met leeftijdsgenoten in het dorp. Mijn sociale leven in Amby breidde zich steeds meer uit . Allereerst de scouting en later het jeugdwerk bij kapelaan Kasdorp wat weer later overging in de AJV (1968-1969) Op die maandagavonden heb ik biljarten geleerd en met kapelaan Kasdorp zijn we een keer op kamp geweest in de Ardennen. Ook de scouting bijeenkomsten op vrijdag en zaterdag staan me nog bij met als hoogtepunt de jaarlijks terugkerende kampen. Op mijn 15e kon ik de overstap maken van de verkenners (scouting) naar de Rowans. Zij waren meer naar buiten gericht en ontwikkelden activiteiten met een meer sociaal karakter. Er was meer behoefte om elkaar te treffen, ergens bij te horen en samen te zijn met leeftijdsgenoten. Ik heb goede herinneringen aan die tijd. Gezellig bij elkaar te zijn op de zolder van de St. Paulus scouting. Een hechte club waar goede vriendschappen uit voort kwamen. En na afloop nog even naar de Knous. Café Het Wapen, waar nu in 2021 ‘Bie José gevestigd is). Voor menigeen werd dit hier hèt stamcafé. De eerste verliefdheden ontstonden ook in die tijd.

Op deze foto voerden we een act op over de gebeurtenissen in Saint Tricat. Van links naar rechts Jo Aerts, Ben van Geffen, Ferry van den Booren en mijzelf.

Met de Rowans naar Frankrijk

Ook bij de Rowans, RA 166, waren de zomerkampen het hoogtepunt van het jaar alleen hadden die dan wel meer een sociaal (liefdadigheids) karakter. Zo hebben we in 1970 en 1971 tijdens de zomervakanties mee geholpen aan herstelwerkzaamheden aan kerken in Noord Frankrijk (St. Tricat aan de Noordwestkust in 1970 en Jeantes-la-Ville in 1971 waar muurschilderingen van Charles Eyck waren aangetast. In beide kerken werden bouwherstel werkzaamheden gedaan). Ik heb nog vaak met veel weemoed teruggedacht aan die tijd. En vele jaren later ben ik op doortocht naar de vakantiebestemming in Frankrijk een paar keer via een omweg nog door de dorpen gereden.

Al die activiteiten die we voor de gemeenschap deden, hebben we in 1972 afgesloten met een zomerexpeditie (kamp) in Ierland . Met paard en huifkar trokken we door Zuidwest Ierland. Wat een bijzondere beleving was dat! Deels geschonken door de gemeenschap of bekostigd met geld dat werd opgebracht door acties die we voorafgaand deden. N.a.v. het 5 jarig bestaan van de Rowans hielden we in 1972 een feestavond in de Amyerhoof.

RKASV vanuit een voetbalgezin

Parallel met die laatste jaren in Amby was ik ook lid van de voetbalclub en zette zo de traditie voort binnen onze familie, dat de jongens van Gootjes moesten voetballen. Pa was de grootste supporter (en criticaster).Hij vond trouwens dat ik het meeste talent had. Ik speelde een seizoen bij de A-Jeugd en we waren best fanatiek en goed. Veel spelers stroomden vanaf hun 18e door naar het eerste elftal. Een aantal namen van de spelers van toen : John Crijns, Jan Gulikers, Fred Stals, Semmie (Hans) Hentzepeter , Guido Beckers, Jan Huyts de keeper: woonde in de Pin...en ook nog een jongen die woonde in het internaat Severen…. Toen ik uit het dorp vertrok om in de verpleging te werken kon ik niet meer trainen en vaak maar 1x per 2 weken spelen. Dat is de reden dat ik vaak reservespeler was. Vlak daarna ben ik gestopt.

Even terug naar de roots

Ik kwam nog wel met regelmaat in Amby terug en maakte ook nog de overstap naar de PIVO’s, (oudste speltak van de scouting) en vanuit die groep kwamen we met een grote groep jongeren nog bij elkaar in de kelder van de boerderij de Tiendschuur van de familie Damoiseaux in de Hagenstraat. Verjaardagen en oud en nieuw feesten werden daar gevierd. Met regelmaat werden er thema feesten gehouden.

Op deze foto gingen we met zijn allen geschminkt en al in de stadsbus richting Maastricht.

Amby een bijzondere plek

Het was een mooie tijd in een dorp, dat veel verenigingen telde. Ik had er mijn plek gevonden maar de behoefte om verder te kijken dan Amby werd steeds groter. Nieuwe dingen ontdekken en beleven werd mijn drijfveer. Zeker heeft de tijd in Amby mede de basis gelegd voor mijn leven daarna nl. het werken in de psychiatrie en in het onderwijs. Ik woon nu al heel mijn leven met partner en 2 zonen in Kerkdriel, in de Bommelerwaard in Gelderland in een dijkwoning aan de Maas. Met veel plezier en met goede herinneringen aan die Ambysche tijd. Als gepensioneerde doe ik het nu rustig aan en zorg regelmatig voor de kleinkinderen en we trekken er op uit met de camper om nieuwe dingen te blijven ontdekken. Mijn familie en Amby hebben een bijzondere plek in mijn hart en het is altijd fijn om er weer terug te komen.