Kerkramen in de St. Walburgakerk Amby

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zicht op de vijf altaarramen

Veel inwoners van Amby hebben ongetwijfeld vaker de dorpskerk bezocht. Het is een gebouw met een rijke historie, die een belangrijke, religieuze rol in het leven van velen vervult. Je bent er misschien wel getrouwd, gedoopt en je hebt er mogelijk de E.H. Communie gedaan, een uitvaart bijgewoond enz. Wellicht heb je tijdens je bezoek vaak rondgekeken wat er zoal te zien is: het grote kruis boven het altaar, beelden, schilderijen, de 14 staties die de lijdensweg van Jezus Christus weergeven enz. Vast en zeker zag je ook dat het zonlicht naar binnen viel door de gekleurde ramen rondom het altaar, in de zijbeuken als ook achterin naast en boven de hoofdingang. Je ziet op deze kerkramen prachtig gemaakte afbeeldingen, maar weet je ook wat deze voorstellen of wat de betekenis ervan is? Dat heeft Amiepedia uitgezocht.

Geschiedenis

Kerk tussen 1900-1930

De geschiedenis van de Sint Walburgakerk van Amby gaat terug tot een kapel die in 1145 voor het eerst - in combinatie met de plaatsnaam Amby - werd vermeld, waarschijnlijk met een voorganger (kapel) die zuidelijker lag dan de huidige kerk.


De kerk van Amby is een van de drie Walburga- of Walburgiskerken van Nederland, waarvan die van Amby de oudste is. Waardoor de verering van St. Walburga in Amby is ontstaan, is onbekend. De oudste afbeelding, een tekening, is van 1632 – te zien via google: “gezicht op Amby” (1632). De huidige neogotische kerk werd in 1866 gebouwd en later (1956-1957) uitgebreid.

Deze bouwgeschiedenis is te lezen in ons artikel Bouwgeschiedenis van de Walburgakerk en in het boekje “Amby”, deel 47 van de serie “Maastricht Silhouet”.

De vijf grote altaarramen



Glas in lood of gebrandschilderd

De vijf grote ramen rondom het altaar worden “glas-in-lood-ramen” genoemd, maar zijn in feite een combinatie van glas-in-lood en gebrandschilderd glas. Deze kunstvorm wordt “gebrandschilderd glas-in-lood raam” genoemd, omdat het gebrandschilderde glas deel uitmaakt van het glas-in-lood-ontwerp. De term "brandschilderen" verwijst naar de techniek waarbij een afbeelding wordt aangebracht op glas, waarna het in een oven wordt gebakken om de verf permanent te maken. Bij bijna alle meerkleurige kerkramen is deze maakvorm terug te vinden, zij het in verschillende verhoudingen.


De altaarramen

Rondom het altaar bevinden zich de vijf grootste ramen van de kerk, elk met een eigen voorstelling. Ze dateren van 1898 - al werd de kerk ingewijd in 1866 - en hebben allen dezelfde, flinke afmetingen: 350 bij 130 centimeter. Wie de maker is van deze ramen staat niet vermeld in de kerkelijke archieven en kan niet meer worden achterhaald. Wel is bekend dat het eerste kerkinterieur werd geschonken door welgestelde families, waarbij de altaarramen werden gedoneerd door de families Schoenmaeckers, Xhonneux en Huynen. Schenkers van andere ramen waren o.a. de familie Silliot, Hennus en Linssen; hetgeen onder in een aantal ramen te lezen is.

Naam van de schenkers (raamrozet in de dwarsbeuk)
Naam van de schenkers (raamrozet in de dwarsbeuk)

Op elk van deze vijf ramen staan maar liefst twéé voorstellingen afgebeeld. De bovenste afbeelding is een voorstelling uit het Nieuwe testament, de onderste verbeeldt een gebeurtenis uit het Oude Testament. Beide hebben een overeenkomstige betekenis, welke in de beschrijving van elk raam te lezen valt. Het zal de bedoeling van de kunstenaar zijn geweest dat bij het nader bekijken van deze gecombineerde afbeeldingen de enorme symboliek moet leiden tot verdieping.

Altaarraam uiterst links

Het 1ste raam links (aan de zijde van de sacristie)

In het bovenste raamdeel is een Samaritaanse vrouw te zien, die een geschenk krijgt van Christus (Johannes 4). Zij ontvangt “levend water”, hetgeen verwijst naar “eeuwig leven”. Nadat deze vrouw de Verlosser ontmoette, gaf zij dit geschenk door aan haar stadsgenoten: ze ging de stad in om haar medebewoners te vertellen over Jezus, waardoor zij de eerste getuige voor Christus in Samaria werd.

Het onderste deel verwijst naar een “leven gevend” geschenk, dat volgens het Oude Testament door Jaweh werd gegeven aan de Joden, die o.l.v. Mozes weg waren getrokken uit Egypte. Om hun honger tijdens de 40-jarige woestijntocht te stillen regende het brood uit de hemel: het Manna (Exodus 16). Beide voorstellingen verwijzen dus naar het eeuwig leven dat door het Christendom zal worden bereikt.

Altaarraam 2de van links


Het 2de raam van links

De afbeelding in de bovenhelft toont Christus die de maaltijd deelt met twee Emmaüsgangers, terwijl hij brood en wijn zegent (Lucas 24). De Emmaüsgangers zijn volgens het evangelie van Lucas twee reizigers, die op de dag van Jezus' opstanding van Jeruzalem naar Emmaüs wandelden. Onderweg ontmoeten zij de verrezen Jezus, maar herkennen hem aanvankelijk niet. Pas tijdens de maaltijd bij het breken van het brood ontdekken de reizigers met wie ze van doen hebben. Het verhaal symboliseert hoop, geloof en herkenning. De onderste voorstelling verwijst naar het verhaal van Melchisedek, wiens naam verwijst naar rechtvaardigheid. Melchisedek (Genesis 14) is een “uit het niets komende” persoon uit het Oude Testament die ineens verschijnt en meteen ook weer verdwijnt. Hij is een koning van Salem (Jerusalem) en hoogst betrouwbare priester van God, die Abraham tegenkomt en hem brood en wijn brengt. In het Nieuwe Testament vergelijkt de schrijver van Hebreeën hem met Jezus.

Middelste raam, boven het altaar


Raam in het midden, boven het altaar

De bovenste afbeelding laat het laatste avondmaal zien, waar Christus aan tafel zit met de 12 apostelen en voor zijn kruisiging brood en wijn zegent, waarmee hij de eucharistie instelt (Lucas 22). De ontwerper van deze afbeelding laat op kunstzinnige, opvallende wijze de geëmotioneerde en bedrukte gelaatsuitdrukkingen zien van de apostelen. De apostel rechts beneden is de enige die zich afwendt van de zegening en achterom kijkt. Is hij de Judas? De onderste voorstelling laat mensen zien die staande eten en gekleed zijn voor een reis, met wandelstaf in de hand. Deze voorstelling verwijst naar de uittocht van de Joden uit Egypte o.l.v. Mozes, welk verhaal eveneens bekend is van het Oude Testament (Exodus). Men eet ongezuurd brood, want het moest snel kunnen worden klaargemaakt om vlot te kunnen vertrekken. Het was de laatste maaltijd van de Joden in Egypte, terwijl buiten de “Engel des Doods” de tiende “plaag” volbracht die de farao eindelijk overhaalde om de Joden uit slavernij te laten vertrekken. Elk jaar wordt deze gebeurtenis door de joden herdacht in het feest dat Pesach wordt genoemd.

Het vierde raam, 2de van rechts


Het 4de raam, tweede van rechts

Aan de bovenkant zien we de bruiloft van Kana uitgebeeld. Jezus heeft op verzoek van zijn moeder water veranderd in wijn, waarna de gasten verwonderd uitriepen dat - in tegenstelling tot wat men gewoon was - nu de beste wijn tot het laatst was bewaard. Het verhaal verwijst naar de gedachte dat na het aards bestaan het beste, hemelse leven nog moet komen (Johannes 2). De voorstelling beneden laat de profeet Elia zien, die brood krijgt van een engel (Koningen 17). Het verhaal luidt als volgt: De profeet Elia werd met de dood bedreigd door Izebel. Deze koningin was een aanhangster van de afgod Baäl, een Kanaänitische god. Ontmoedigd trok Elia zich terug, bang omdat Izebel al enkele honderden geestverwanten van Elia had laten ombrengen die zich net als hij van Baäl hadden afgescheiden. Tijdens zijn vlucht viel hij onder een jeneverboom in slaap, in de hoop nooit meer te ontwaken. Maar een engel, boodschapper van God, wekte hem en gaf hem brood (Panis Angelicum) en water. “Sta op en eet, anders zal de reis te zwaar voor je zijn". Door de kracht van dat voedsel kon Elia veertig dagen en veertig nachten lopen naar de berg Horeb (in de Sinaïwoestijn), de berg van God waar Mozes later de Tien geboden ontving.

Altaarraam uiterst rechts


Het 5de raam, eerste van rechts

Op de bovenste helft zien we het verhaal van de Wonderbaarlijke Broodvermenigvuldiging uit het Nieuwe Testament (Matteüs 15, Marcus 8). Jezus hield zijn befaamde “bergrede” voor een grote schare toehoorders. Het was al tegen de avond en de apostelen meenden dat de mensen zouden weggaan om te eten. Jezus gaf zijn publiek dat uit enkele duizenden mensen bestond te eten, en wel vanuit een mand met slechts enkele vissen en een paar broden. Nadat iedereen voldaan was bleven er zelfs nog twaalf manden met voedsel over. Opvallend: de “bergrede” is tevens afgebeeld op de kuip van de preekstoel! De afbeelding hieronder laat een voorstelling zien van het einde van de lange tocht, die Mozes met de Joden ondernam om het “beloofde land” te bereiken. Enkele vooruitgestuurde verkenners keerden terug met grote druiventrossen; een teken dat het bereikte land vruchtbaar was en volop “melk en honing” te bieden had (Jozua hoofdstuk 3-5). Het “beloofde land” is een metafoor voor elke woonplek of leefsituatie waar een mens zich thuis en voldaan kan voelen.







Kleiner raam, zijbeuk
Kleiner raam, zijbeuk
Kleiner raam, zijbeuk

Twaalf kleinere ramen

Boven in de kruisgang bevindt zich nog een vijftal kleinere glas-in-lood ramen, die met een kleinere afbeelding verwijzen naar religieuze symboliek. De namen van de schenkers staan onder in het raam vermeld.


  • rechts van het koor: twee taferelen m.b.t. de H. Walburga; het opvangen van Walburga-olie en de genezing van een stervend meisje
  • een druiventros die verwijst naar het beloofde land, met Mozes (die het beloofde land niet kon betreden) op de achtergrond
  • een Esculaap, welk symbool verband houdt met (geestelijke en lichamelijke) gezondheid
  • het Lam Gods, dat symbool staat voor onschuld, gehoorzaamheid en het ultieme zoenoffer van Johannes de Doper
  • de moeder-pelikaan: religieus symbool voor Christus’ zelfopoffering, gebaseerd op de middeleeuwse legende dat de vogel zijn borst opent om zijn jongen met eigen bloed te voeden. Het staat voor altruïsme, naastenliefde en de wederopstanding
  • graan en korenaar, die verwijzen naar het Hemels Brood
  • kelk met hostie: deze afbeelding spreekt voor zich
  • monstrans met het brood der engelen
  • De toren van David: verwijzing naar Maria’s heiligheid, haar genade en het feit dat ze zonder erfzonde is ontvangen. Door haar gebeden en voorbeeld is zij onderdeel van Gods “verdedigingsmechanisme”, onoverwinnelijk en altijd de zonde overwinnend.
  • de Ark des Verbonds: de versierde kist waarin de Stenen Tafelen - 10 geboden - werden bewaard
  • het Gouden Huis: symbool voor Maria omdat zij de "woning" was waarin God (Jezus) negen maanden lang woonde tijdens haar zwangerschap.
Walburgaraam, boven de ingang naar het kerkportaal


Walburgaraam

Boven de hoofdingang, de toegangsdeur tot het kerkportaal, bevindt zich een meer eigentijds uitgevoerde afbeelding van Sint Walburga, met links van haar afgebeeld een gezin en rechts het kerkgebouw, geflankeerd door twee vaandels met de tekst “Sint Walburga bid voor ons”. Dit raam is een tastbare herinnering aan de viering van het 12de eeuwfeest van de H. Walburga. Deze werd in 1979 onthuld door pastoor Van den Asdonk en kapelaan Maas.


Vier evangelisten

Boven de deuren van de zijbeuken, links en rechts naast de hoofdingang van de kerk, zijn vier gestileerde glas-in-lood ramen te bewonderen. Deze ramen zijn vermoedelijk gemaakt door Jos Postmes. Ze bevonden zich oorspronkelijk in de kapel van het in 1994 grotendeels gesloopte Henric van Veldekecollege in het Villapark in Maastricht en werden daarna in Amby geplaatst. Afgebeeld zijn de vier evangelisten: Marcus, Mattheüs, Johannes en Lucas, met hun respectievelijke symbolen een leeuw, een engel, een adelaar en een os. Wie goed kijkt herkent in de ramen de belangrijkste letters van hun namen.

Twee Evangtelisten; raam zijbeuk links bij in-/uitgang
Twee evangelisten; raam zijbeuk rechts bij de in-/uitgang


Samenvattend

Op de 12 kleinere ramen zijn diverse voorstellingen - symbolen - te zien, die te maken hebben met het (nieuwe) testament, maar waarbij tevens het verhaal van St. Walburga wordt weergegeven.

Het raam boven de hoofdingang verwijst, zoals aangegeven, naar Sint Walburga, waaraan kerk en parochie zijn toegewijd.

De vier ramen naast de hoofdingang verwijzen naar de vier evangelisten, met voor de goede kijker de herkenbare letters van hun naam. Deze ramen vallen ook op omdat ze i.t.t.de overige een moderne vormgeving hebben.

De beide voorstellingen van elk altaarraam heeft voedsel en drank als onderwerp, die noodzakelijk zijn om te kunnen (over-)leven. De symbolische betekenis moge duidelijk zijn: het is steeds weer een verwijzing naar het eeuwige leven, die telkens werd aangebracht door de, voor ons onbekende, ontwerper als ware het zijn gegeven opdracht.

Nu de betekenis van de voorstelling duidelijk(er) is, zal de toeschouwer denkelijk met meer focus naar deze “kerkrijkdom” weten te kijken.