Mijmeringen van een trouwe Ambynees

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ouderlijk huis familie Willems rond WO-II en later

Onderstaand verhaal komt van een trouwe volgster van Amiepedia: Mieke Willems. Mieke is geboren en getogen in Amby en vertelt openhartig over haar belevenissen als oorspronkelijke inwoonster. In haar verhaal is mooi te lezen hoe zich sinds de jaren 50 van de twintigste eeuw bepaalde ontwikkelingen hebben voltrokken in Amby, in een tijdspanne van ongeveer zeven decennia. We laten Mieke dan ook graag aan het woord met haar mijmeringen als trouwe Ambynese.

Geboortehuis

Mijn geboortehuis was aan de Kerkstraat (Ambyerstraat-Zuid) en bestaat nog steeds. Dit huis is op het eind van de tweede wereldoorlog getroffen door een granaat, net op het moment toen iedereen op straat liep om de bevrijding te vieren. Wonder boven wonder bleef iedereen van het gezin gespaard. Een mirakel was bovendien dat er nog een hoek heel bleef van het huis, net dáár waar precies het beeldje van Maria stond. Dat beschouwde oma zonder te twijfelen als een écht wonder…

Meerdere gezinnen bij elkaar

Gezin van oma, Jean en broer Bèr Willems met kinderen; foto genomen voor het “achterhuis”, rond 1956

Er woonden toen meerdere gezinnen. Mijn oma woonde “voor” en ik herinner me dat er ook de familie Ummels woonde. Mijn moeder was in die tijd bevriend met Marie Ummels-Biermans (die later ook met haar gezin naar de Van Slijpestraat is verhuisd). Mijn moeder had in het verleden verkering met Sjef Willems. Sjef kreeg echter na de verloving een hersenbloeding die hem fataal werd. Ik hoor mijn moeder nog vertellen dat ze in het gezin Willems bleef komen, ook al omdat oma haar man en drie kinderen vroeg verloor aan verschillende ziektes. Na verloop van tijd, hoe kan het gaan, trouwde moeder alsnog met een zoon van de familie Willems: mijn vader Jean. Beiden bleven bij oma wonen, achter door. Daar was een grote tuin met meerdere kleinere gebouwtjes.

De oude Kerkstraat (nu Ambyerstraat Zuid) in de jaren 1950

Daar zijn eerst mijn beide broers geboren en ik kwam er in 1953 ter wereld. De toen nog zelfstandige gemeente Amby had destijds niet zoveel straten. Amby lag omringd door landerijen, velden en weiden. Dit alles strekte zich uit tot aan de Meerssener- en Ambyerheide. Koeien, schapen, paarden en varkens waren er genoeg. Ja, Amby was een rijk dorp, vooral ook rijk aan schoonheid van de natuur. Het was een dorp om trots op te zijn. En dat waren de mensen dan ook.

Een eigen gezinswoning

Duplexwoning aan de Van Slijpestraat, gebouwd omstreeks 1956

In de jaren na de tweede wereldoorlog was er in Amby - nog steeds - woningnood. Er werd een nieuwe buurt gebouwd - de zogenaamde Sjroepbuurt - en in een van die straten kregen wij tijdelijk onderdak. Dat was in de Van Slijpestraat, waarvan de eerste huizen in 1954 werden opgeleverd. Het waren mooie witte huizen, met voor die tijd goed sanitair (een douche!) en een voor- en achtertuin. Echter, wij woonden daar niet lang: de bouw van ons eigen huis in de Kloosterstraat (nu Longinastraat), samen met vier dezelfde soort woningen, was gestart in 1956 en zodra die klaar waren verhuisden we er gelijk naar toe.

In de Kloosterstraat

In 1956-1957 werden deze nieuwe huizen aan de Kloosterstraat (nu Longinastraat) opgeleverd

Ons nieuwe huis was een stuk groter en we hadden een geweldig grote achtertuin, waarin we als kind volop konden spelen. Er was zelfs plek voor een grote moestuin! Ik zie mijn vader nog met klompen aan via houten planken op de grond stampen, omdat hij aardappelen had gepoot. Wij kregen volop groente en fruit uit eigen tuin en wij vonden het elke keer weer “sjiek” om te mogen plukken en meehelpen. De snijboontjes door het molentje draaien vonden we allemaal wel een van de leukste dingen om te doen. Mijn zus en mijn jongste broer werden hier geboren en zo maakten wij met vijf kinderen ons gezin compleet.

Een echte straat van het dorp

Opheffingsadvertentie van kaasventer Robeers
De kookkachel, oftewel cuisinère, die met hout en steenkolen werd gestookt

De toen zo geheten Kloosterstraat was een geweldige straat, waar iedereen elkaar kende. Bij boer Gus, schuin bij ons tegenover, haalden we de aardappelen, bij boer Dullens boven aan de straat de melk. Kaasboer Robeers, die met zijn grote bakfiets ventte, woonde eveneens aan de overkant en bij het winkeltje van Lexis-Lousberg, die we kenden als Bea en Giel, kochten we de rest van onze etenswaren. Je kreeg er ook huishoudelijke spullen, speelgoed, enzovoorts. In die tijd waren de dorpswinkels (met “koloniale waren”) immers letterlijk “van vele markten thuis”.

Kolenboer Knubben bracht de kolen voor de kachel en het fornuis – de meeste mensen kookten in die tijd op de kachel: de cuisinière (“kwizzenjaer”). Ik weet mijn reactie nog goed toen ik dit de eerste keer zag: ik dacht: “Oh, Zwarte Piet! Wat komt die nu hier brengen?”. Want ja, ik zag een heel sterke vent, helemaal zwart van de kolen en hij droeg een zware zak over zijn schouder! Dus deze “zwarte Piet” maakte op mij als kind een flinke indruk!

Melkventer Jean Huntjes, met kar en paard

Nóg meer venters

Zo kwamen nog veel meer venters aan de deur en door de straat. De meesten op regelmatige tijden, zelfs dagelijks zoals de bakker en de melkboer. Aan onze deur kwam Jean Huntjens met kar en paard, maar o.a. ook Karel Aarts ging met de melkwagen door het dorp. Zij brachten flessen pudding, eieren en melk, met vaak een extraatje voor de moeders die net een kersverse baby hadden gekregen. Een enkele venter zag je slechts een paar maal per jaar, zoals de scharenslijper (de “sjieresjliep”) en de voddenkoper. Deze laatste riep telkens hard om “Loemele”, welke uitgerekte en zingende uitroep door de kinderen op straat werd nagebootst. Oud ijzer werd opgehaald, een marskramer kwam met veters langs de deur en dan had je nog degene die wij kinderen “de Limonademan” noemden. Dat was Sjoke Gulikers, die natuurlijk meer zijn “Drie Hoefijzers- en Bredabier” verkocht dan limonade. Wekelijks kwam ook de man van De Gruyter aan de deur: de kruidenier met “het snoepje van de week”. Ik zie ze nog allemaal zo voor me en zal er beslist ook nog zijn vergeten…

Spelen op straat

Mijn jeugd in de Kloosterstraat en directe omgeving was heel fijn. We konden fijn buiten spelen in het getske naar de jongensschool, al mocht ik niet verder dan de splitsing bij het kapelletje, dat er vandaag de dag overigens nog steeds staat. Maar het mooiste was misschien wel dat we nog op straat konden hinkelen, tollen (“kokerelle”), krijten en noem maar op. Er waren bijna geen auto’s en als er al eentje kwam hielden we rekening met elkaar. Dat ging er toen vrediger aan toe dan vaak nu het geval is.

Medeleven

Processie in Amby was altijd een feest. De hele straat werd versierd met engelen en vaandeltjes. Er stonden zelfs erebogen, rijk versierd met zelfgemaakte papieren bloemen. We knipten bloemblaadjes uit de tuin en strooiden die op straat voor ons huis. Bijna iedereen in de straat deed dat, waardoor de hele weg tot aan de hoek welhaast één groot tapijt was. De mensen leefden intensief met elkaar mee. Bij geboorten hielpen gezinnen elkaar bij het huishouden en de opvang van kinderen. Als iemand stierf bezocht zo ongeveer iedere straatbewoner de uitvaartdienst in de kerk. Ook werd dan een spontane buurtcollecte gehouden voor H. Missen voor de overledene: “Vanwege de buurt”, zo werd dan in de kerk afgeroepen bij de misintenties. Bij feestjes bracht men vlaai naar de buren. Ook kan ik me herinneren dat het vrij normaal was dat er bv. een kopje suiker werd geleend. Ik woonde heel graag in de Kloosterstraat en maakte er veel vriendinnen.

Op eigen benen

Toen ik in 1971 trouwde woonde ik korte tijd aan de overkant, in een beneden woning. Ook daar was het een leuke tijd. Toen ik dan ook in 1974 de sleutel kreeg van een duplexwoning in de Rembrandtstraat was het even slikken omdat ik de Kloosterstraat (toen al Longinastraat) moest verlaten. Voor mij was dat net alsof ik uit Amby weg ging.

Rembrandtstraat

Rembrandtstraat, gezien vanaf de Cramer van Brienenstraat

Maar de nieuwe woning wende snel. Ons dochtertje kreeg daar al vlot vriendinnetjes en wij maakten er samen met de buren mooie jaren mee. We hebben er heel wat af gefeest. Het mooie uit die tijd is dat ik heden ten dage nog steeds bevriend ben met mijn vroegere buren daar. Sinds enkele jaren - ik woon nu aan de Martin Lamkincour in een appartement boven de supermarkt/sportschool - zijn zij nu weer mijn buren. “Mijn schuinse onderburen”, noem ik ze dan lachend.

Maar ook met de andere mensen in de Rembrandtstraat hadden wij een mooie band. Beneden woonde Theij Winands, De Zjwever. Wie kende deze uitbater van voormalig Café Wijnands en spreekstalmeester van CV de Sjlaaibok nu niet? Vaak hebben we samen een “dröpke” gedronken en heel wat lol daarbij gehad.

Duplexwoningen aan de noordzijde van de Rembrandstraat
Duplexwoningen aan de zuidzijde van de Rembrandstraat

Mispelhoven

Mispelhoven, zicht naar de oostkant

Toen ik in 1979 net bevallen was van ons tweede kindje, een zoon, kregen we de sleutel van een hoekwoning in de nieuw gebouwde Mispelhoven. “Dat is aan de andere kant van het dorp”, zei ik dan. Ook daar was het fijn en rustig wonen. Er reden alleen auto’s die er echt moesten komen en soms was het er zelfs “stil”. Alles was toen nog lopend te doen, want voorzieningen in Amby waren bij wijze van spreken nog “om de hoek”. We hadden leuke overburen, waar we een goede vriendschap mee kregen die nu nog steeds stand houdt. We vierden daar ons eerste buurtfeest, waarop de mensen elkaar (nog) beter leerden kennen en dat lukte aardig.

Tarwehegge

Tarwehegge, met zicht richting de Schovenlaan

Toen er in 2009 weer een nieuwe buurt werd gebouwd, de zogenaamde “Heggenbuurt”, besloten wij na enkele huurwoningen dan toch maar eens voor een eigen huis te gaan. Het werd een mooie hoekwoning aan de Tarwehegge. Aardig hierbij was dat onze overburen ook besloten hadden om hier een huis te gaan kopen. Ze kochten hun woning dan wel niet aan onze overkant, maar wel om de bocht van de straat. Zodoende verhuisden we compleet samen naar de nieuwe buurt en ook hier hadden we weer mooie jaren.

Weer een verhuizing

Vanwege gezondheidsproblemen besloten wij enige tijd later eens uit te kijken voor een appartement. Er werden woningen afgebroken aan de oude Dorpstraat, Ambyerstraat-Noord dus. Daar zou een grote supermarkt komen met appartementen: wooncomplex Martin Lamkincour.

Appartementen boven supermarkt en sportschool

In eerste instantie stonden deze appartementen te koop, maar er werden er niet veel van verkocht. Toen wij hoorden dat er ook appartementen verhuurd werden zijn we gaan informeren. Gelukkig kwamen ook wij voor huur in aanmerking en mocht ik er zelfs eentje uitkiezen. Dat werd voor mij natuurlijk een hoekappartement. Ik heb altijd op een hoek gewoond en ik doe dat nu nog steeds.

Ons huis aan de Tarwehegge was gelukkig al snel verkocht en in 2009 was de verhuizing. Het nieuwe appartement was uiteraard wel even wennen, temeer omdat ik er een van de eerste bewoners was. In de begintijd was het een behoorlijk geklop en geboor om me heen. Het gemak van de lift én omdat mijn hele woning gelijkvloers was maakte alles goed. Ik woon hier nu al 13 jaar met plezier. Het is er heel fijn wonen. Winkels voor bijna alles wat ik nodig heb zijn dichtbij; ik kan ondanks mijn gezondheidsproblemen mijn boodschappen zelf halen en dat is precies wat ik wilde: zoveel mogelijk onafhankelijk zijn van anderen. De buurt is sociaal-rijk: men leeft met elkaar mee bij verdriet en pijn, maar ook bij vreugde en feest. Buurtfeestjes waren en zijn altijd leuk. Je leert daardoor elkaar wat beter kennen. Men helpt elkaar als dat kan en iedereen zegt elkaar gedag. Ik heb er tot heden zeker geen spijt van dat ik hier ben komen wonen. Als er stille dagen zijn hoef ik maar naar de voorkant te lopen en zie ik altijd mensen; je bent hier dus nooit echt alleen.

Een tevreden Ambynees

Ik voel me een tevreden Ambynees en hoop dit nog een tijdje te mogen zijn. En ook al is Amby zeker niet meer als toen, ik voel me nog steeds een Ambynees en ben er trots op om hier te mogen wonen!