Militair oefen- en schietterrein op de Amiërhei deel 2

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Foto van dhr. P. Vries

In het eerste deel schreven we over de ontstaansgeschiedenis van het militair oefenterrein op de Ambyerheide. In dit tweede deel zoomen we in op een persoon die hier alles mee te maken had, dhr. Vries.

Beheer van de oefen- en schietterreinen

Uitreiking bronzen eremedaille in de orde van Oranje Nassau aan dhr. P. Vries

“Op 30 april 1957 werd in de Onderofficierskantine van de Tapijnkazerne te Maastricht door de garnizoenscommandant Luitenant-Kolonel D. Overbeeke, de bronzen eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau uitgereikt aan de heer P.J.H. Vries, die sinds 1 juli 1924 als timmerman en algemeen beheerder schietbanen op de schietbaan te Amby is tewerkgesteld”.

Identiteitskaart van dhr. Vries uit 1959-1962

De heer Vries, oorspronkelijk afkomstig uit Ittervoort, werkte tot 1924 op de kazerne zelf als ordonnans, oppasser rustkamer en op de wapenkamer. Ondanks dat de naam P(iet) Vries was, zonder “de”, werd hij door de manschappen, die met hem van doen hadden, aangesproken als “De Vries”. Vanaf 1924 tot aan zijn pensioen in 1957 heeft de heer Vries drieëndertig jaren lang op de schietbanen getimmerd, gewerkt gesjouwd en wegen/paden aangelegd en gezorgd voor veiligheid, orde en de paraatheid van de schietbanen. In 1930 is de heer Vries met zijn gezin definitief in Amby komen wonen. Het adres was toen de Kloosterstraat nr. 9, (nu de Longinastraat). Tijdens zijn afscheid als ‘’burgermedewerker defensie’’ liet hij zich ontvallen dat hij wel wilde genieten van zijn pensioen, maar ook dat hij de schietbanen niet vlug zou vergeten. Als blijk van waardering werd hem door de garnizoenscommandant een doorlopend bewijs van vrije toegang tot de schietbanen uitgereikt.

De Vrieslaan

Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum werd een straatnaambord met Vrieslaan onthuld op de Ambyerheide
Onthulling straatnaambord Vrieslaan ter gelegenheid van 40-jarig jubileum Vries.

Maar een nog groter verrassing wachtte hem toen hij op de “Amierhei” op 29 juni 1957 officieel afscheid nam van medewerkers en aanwezige manschappen. Als erkentelijkheid voor zijn trouwe dienst werd bij een van de lanen die hij had aangelegd tussen de verschillende schietbanen en de onderhoudsgebouwen en kleine kantine, een straatnaambord onthuld. Deze laan, die overigens nog steeds bestaat als wandelpad, kreeg daar de officiele naam: “Vrieslaan”. De Vries heeft sinds 1924 onafgebroken gewerkt op de oefen- en schiettereinen, inclusief de periode van bezetting van de Duitsers 1940-1944. Over deze periode is weinig bekend. Volgens geruchten is er na de oorlog wel een en ander aan vragen gesteld, maar dat heeft niet geleid tot problemen voor de heer Vries. Zoals velen, heeft hij waarschijnlijk gewoon zijn normale werkzaamheden voortgezet.

Na zijn pensioenering kreeg dhr. Vries, bij wijze van dank, voor altijd toestemming om het militair oefenterrein te betreden wanneer hij wilde.

Na de pensioenering

Begin jaren 70 is een kleinzoon van de heer Vries, nog een keer met hem teruggekeerd naar zijn voormalige werkterrein. Helaas werd dit een bittere ontgoocheling voor de heer Vries. De schietbanen waren inmiddels ontmanteld en het terrein was ontzettend verwaarloosd, evenals de lanen en de paden. De onderhoudsgebouwtjes waren verdwenen en van zijn straatnaambord was niets meer terug te vinden. Hij zei “hoe oud ik ook mag worden, hier ga ik nooit meer heen, bah”. En zo geschiedde. Tegenwoordig ziet het gebied, dankzij de natura 2000 status, er gelukkig een stuk beter uit. De paden zijn hersteld en maken natuurrecreatie meer dan mogelijk.

De heer Vries is in 1982 op 90 jarige leeftijd overleden. Hij had zes kinderen, waarvan er twee in Amby zijn geboren. Deze kinderen zijn op twee na (die als beroepsmilitair vaak moesten verhuizen), allemaal in Amby blijven wonen en ook zij zijn inmiddels allemaal overleden. De enige nog levende schoondochter (februari 2021), mevrouw Lies Vries-Braeken, 93 jaar, zwak van gezondheid, maar met een ijzersterk geheugen, vertelt met plezier dat zij als kind met haar broers en zussen vaker de schietterreinen bezocht, op zoek naar kogels in de zandbergen om die te verpatsen bij de plaatselijke schroothandelaren. Dat was niet zonder gevaar, want owee “es d’n awwe Vries diech te pakke kreeg”, zo zei ze gniffelend....” ’t waor unne sjtrenge”. Zo verhaalt ze dat bij een van de vele achtervolgingen zij een jonger broertje meevoerde op de vlucht voor De Vries en het deze lukte een jasje uit de handen van het jongetje te grissen....nooit meer teruggezien. Grappiger is dat zij en een zus (Nike Vries-Braeken), later allebei trouwden met ieder een zoon van de heer Vries. De vraag of het verdwenen jasje nog ter sprake is gekomen werd met nee beantwoord.

Verschillende kleinkinderen van de heer Vries, maar ook anderen, hebben eveneens vaker de reis naar de Hei ondernomen om kogels uit te graven. Die kogels werden bij het schieten opgevangen in grote speciaal neegelegde zandbergen, achter de schietschijven. Deze zandhopen werden om de zoveel tijd afgegraven door een schroothandelaar, die er dan het metaal van de patronen uit mocht vissen. Of daarvoor betaald werd, is niet duidelijk. Het door onbevoegden uitgraven van kogels uit die zandhopen, was zeer ongewenst en als je betrapt werd, kreeg je een boete. En voor het ontvreemden van de metalen èn voor het betreden van “Verboden voor onbevoegden” defensieterrein.

De inrichting van het terrein

Het schietterrein bestond uit verschillende onderdelen. Op een verhoogd plateau, nu nog zichtbaar, vlak en onbegroeid bevonden zich de onderhoudsgebouwen en de kleine kantine. Van daaruit liepen aangelegde en met bomen omzoomde paden naar de diverse schietbanen. Naar het Noord-Oosten kijkend vanuit de plek van de gebouwen lag rechts een langere baan, waar ook met mitrailleurs geschoten werd en iets links van de gebouwen een korte baan, voor de gewone geweren en karabijnen. Iets verderop links lag ook nog een kleine schietbaan. In feite een 100-meter, een-200 meter en de langere mitrailleurbaan. De schietrichting was zo afgewend van de rest van de Dellen dat die het gebied bestreek dat behoorde tot de mergelwinning. Zo voorkwam men ongelukken met eventueel verdwaalde projectielen en bezoekers van de hei. De mitrailleurbaan, zo vertelde een kleinzoon van de heer Vries, was het interessants voor de opgroeiende jeugd eind jaren 60. Vlak voor de zandhoop bevond zich een strook bunkers, geheel ondergronds. Van daaruit werden de schietschijven omhooggestoken en na het schieten ook weer omlaag gehaald, om de treffers te melden.

In deze bunkers verzamelden de toenmalige pubers zich, om stiekem te roken of zelfs te experimenteren met stoffen die, zo ging het gerucht, een goede vervanging voor hasj zouden kunnen zijn. In tegenstelling tot nu was daar toen veel moeilijker aan te komen. Nieuwsgierig als ze waren, werd het gedroogde binnenste van bananenschillen geschraapt, gedroogd en gerookt, want dat zou hetzelfde hallucinerende effect als hasj hebben... Nou misselijk werden ze er wel van en van hallucinatie was geen sprake.....

De bunkers en eventuele andere kunstwerken zijn nu verdwenen. Alleen de omringende taluds zijn er nog. Ondanks dat de natuur haar weg weer heeft teruggevonden en de schietbanen nauwelijks nog terug te vinden zijn, zijn het juist die taluds die de banen nog enigszins aanduiden. Tot laat in de jaren zestig was er ook een terreintje waar een duidelijk waarschuwingsbord meldde dat betreden ten stengste verboden was vanwege de mogelijkheid van onontplofte explosieven. Op dit terrein werd een aantal jaren geoefend met handgranaten. Het kan ook zijn dat het hier ook handelde om onontplofte granaten uit de laatste oorlog die door de geallieerden zijn afgevuurd op de toenmalige Duitse stellingen, die vanaf de Heide de vijand weer onder vuur namen...

Aan het einde van de bodemsweg, bij de monumentale boerderij “de Heihof”, waar men de schietterreinen betrad, bevond zich eind jaren zestig nog een klein schietterreintje waar met pistool of revolver werd geoefend. De schutters stonden daarbij onder de overkapping van een houten soort kapschuur.

Als men bij het heuveltje staat van de voormalige gebouwtjes, ziet men naar rechts kijkend verderop de open plek waar gewone oefeningen werden gehouden. Daar werd kamp gemaakt, werden latrines gegraven en schutterputjes aangelegd en aan verdere paraatheid gewerkt. Als er op het terrein schietoefeningen gepland waren, werden er op alle toegangen en paden naar de schietbanen rode waarschuwingsvlaggen gehangen en stonden er vaak militaire wacht- en waarschuwingsposten. Soms stonden die zelfs al bij het begin van de bodemsweg/hoek Molenweg en wellicht ook op andere toegangswegen vanuit Rothem en Meerssen.

Er wordt allang niet meer geschoten op de Amierhei. Er wordt wel nog geoefend, maar er mogen geen putjes of latrines gegraven worden. Er mogen wel voertuigen komen, maar die worden alleen op de paden getolereerd. En als er al schoten klinken, dan is het het geluid van de oefenmunitie die gebruikt wordt. Eventuele schade veroorzaakt door die oefeningen aan natuur en/of particulier bezit, wordt door Defensie vergoed. Zo is er op het moment van schrijven van dit artikel (februari/maart 2021), een oefening gepland in Meerssen en ook op de heide, waarbij helicopters worden ingezet en er klimactiviteiten worden geoefend in de Curfsgroeve.

Hier oefenen de leden van de groep rijkspolitie Meerssen op de Ambyerheide. Plaatsen als Borgharen en Itteren vielen daaronder en ook Amby. In Itteren zat ome Lambert Heijnen. De foto is van omstreeks 1950. uiterst rechts staande de heer J.P. Smeets postcommandant RP Borgharen

Wie kwamen er allemaal schieten?

Foto bij krantenartikel uit 1965 over schietoefeningen op de Ambyerheide
In bovenstaand artikel uit “het Limburgs Dagblad van 25 mei 1965, wordt melding gemaakt van schietoefeningen van reserve officieren. Elke veertien dagen buiten het winterseizoen oefenen die op de Ambyerheide, zoals zij steevast het Dellengebied noemen. In het artikel wordt melding gemaakt van een uitnodiging van de garnizoenskommandant voor een schietwedstrijd tussen de beroepsofficieren en de burger-reserve-officieren. Of dat er van is gekomen en wat de uitslag ervan was is onbekend. Wellicht dat bij nader onderzoek in de Tapijnkazerne archieven daar iets over te vinden valt.

Op de eerste plaats kwamen de dienstplichtigen oefenen die op de Tapijnkazerne gelegerd waren. Regelmatig marcheerden die vanuit Maastricht via Amby, de Kloosterstraat op, richting schietterreinen. Soms waren er ook militairen van andere legerplaatsen die hier kampement en oefening hadden. Dit vanwege de unieke situatie van het terrein (met hellingen en heuvels) om te oefenen. Uiteraard werd hier ook geschoten en geoefend door de onderofficieren en de officieren zelf.

Maar ook andere groeperingen kwamen oefenen; de rijkspolitie, de douane, de PTT, de marechaussee en de nationale reserve. Zeg maar alle groeperingen die gerechtigd waren wapens te dragen en te gebruiken uit hoofde van hun functie. Zoals eerder aangehaald, is het gebied vrijwel niet meer herkenbaar als schietterrein. Het is een mooi stukje natuur, zeer in trek bij de omgeving vanwege de schitterende wandelmogelijkheden. De huidige verantwoordelijke voor de terreinen namens het Ministerie van Defensie, heeft laten weten dat men van plan is de schietbaanfunctie weer wat duidelijker te accentueren in het landschap. Hoe dat gaat gebeuren is nog onderwerp van discussie. Daarbij zal wellicht een QR-code aangebracht worden op informatieplakkaten waar dit Amiepedia-verhaal is terug te lezen door de bezoekende wandelaar en/of natuurgenieter. Ook de straatnaam “Vrieslaan” wordt weer teruggeplaatst op de oorspronkelijke plek.

Zie ook

- Voor meer informatie over de aanleiding om in Amby een militair oefenterrein aan te leggen: Eerste Wereldoorlog

- Meer achtergrondinformatie over het militair oefenterrein in zijn algemeen: Militair oefen- en schietterrein op de Amiërhei


Een foto van een voorlopige herplaatsing van het straatnaambordje “Vrieslaan”, aan de rand van het oorspronkelijke laantje.