Onderwijs tot 1796

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onderwijs tot 1796 in Amby. Onderwijs wordt als een primaire levensbehoefte beschouwd. En hoewel onderwijs al eeuwenlang bestaat is de vorm en toegankelijkheid hiervan veelvuldig veranderd. Hoe zat dit in Amby? Sinds wanneer gingen de boerenkinderen naar een school? En was dit onder het toeziend oog van meneer pastoor, of juist niet? Dit artikel gaat in op het onderwijs zoals dat in Amby (en omstreken) gegeven werd vóór de Franse tijd (1796).

Lager onderwijs in Amby, het begin

We weten niet precies vanaf wanneer er lager onderwijs werd gegeven in Amby. Onderwijs wordt al eeuwen gegeven. Echter, het gros van het volk kon tot laat in de 19e eeuw niet of nauwelijks schrijven of lezen waardoor de vraag rijst hoe bereikbaar of effectief dit onderwijs was. Een dorp als Amby had waarschijnlijk één klas, waar kinderen van alle leeftijden door elkaar zaten en vooral luisterden. Dit waren kinderen wiens ouders schoolgeld konden betalen en de hulp van de kinderen op het land konden missen. Er werd onderwezen in lezen, schrijven, rekenen en de katholieke leer.

1661: de complexe staatkundige situatie van Amby

Om het onderwijsstelsel in Amby te begrijpen is het handig om de staatkundige situatie te begrijpen. Daarom een korte les over de staatkundige geschiedenis van Amby in de 17e eeuw. Amby maakte deel uit van de Landen van Overmaas (vanuit bestuursstad Brussel gezien lagen deze landen aan de overkant van de Maas). Na afloop van de tachtigjarige oorlog (1648) werd er in 1661 werd er een besluit genomen dat vergaande gevolgen had. Dit zogenaamde ‘’Partagetraktaat’’ kan gezien worden als een nawee van de oorlog. De Staten en Spanje lagen namelijk nog altijd in de clinch over de verdeling van het huidige zuid-Limburg (ongeveer) en in 1661 werd besloten dat de landen werden verdeeld tussen de Staten en Spanje. Amby kwam onder Staats- Overmaas te vallen, één van de Generaliteitslanden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoe ingewikkeld de splitsing was blijkt wel uit de afbeelding waarop de verdeeldheid te zien is. Enerzijds zien we Staats-Overmaas, Spaans-Overmaas, maar daarnaast ook zelfstandige heerlijkheden zoals Berg en een dorp als Heer viel onder de jurisdictie van Sint Servaas en was immuun. Een verwarrende situatie zeker omdat hierdoor de wet- en regelgeving per dorp verschilde.

De landen van Overmaas in de periode 1661-1795

1663 – 1673 Gereformeerd onderwijs, strikte naleving van de Staatse regels

In 1663 kwamen de Staten-Generaal met regels om duidelijkheid te scheppen richting de inwoners van het Land van Valkenburg. Deze regels hebben met name betrekking op het bevorderen van het calvinisme (en het katholicisme in te dammen). Omdat onderwijs destijds vaak door de pastoor of koster werd gegeven, of op zijn mist erg katholiek geörienteerd was, werd ook vastgelegd dat de katholieke schoolmeesters veld moesten ruimen. Zij moesten hun huis afstaan aan schoolmeesters van het ‘ware geloof’. Er moest orde op zaken worden gesteld en in de scholen moesten de katholieke kinderen gereformeerd onderwijs krijgen. En dat kon alleen met een meester (en ook zijn echtgenote!) met een gereformeerde achtergrond. Dit gold overigens ook voor andere ambten. Omdat er in deze streken nauwelijks protestanten woonden die de vrijkomende functies konden vervullen, werd men hier overspoeld door protestanten van elders die hier hun heil kwamen zoeken. Alleen als er echt geen protestant beschikbaar was, mocht bij hoge uitzondering een ambt gegund worden aan een ‘pausgezinde’. In 1667 werd gecontroleerd in hoeverre de regelementen werden nageleefd door de lokale bevolking. Iedere stad en dorp werd bezocht, ook Amby. Hieruit blijkt dat de kinderen in het vrije Maastricht naar school gingen. De Franse bezetting in de periode 1673-1678 (Hollandse Oorlog) zorgde ervoor dat de katholieken weer hun rechten terugkregen, en zo ook het recht op onderwijs. Hoewel de belegering van Maastricht in 1673 een zware slag was op het omringende platteland was men erg blij met het nieuwe bewind. Uit 1673 is een ‘visitatieverslag’ van het Bisdom bewaard gebleven. In dat jaar werd de balans van de kerken opgemaakt na 12 jaar onderdrukking en vervolging. We lezen in het verslag dat de kinderen voor catechismus naar de kerk van Limmel gingen. Daar kregen ze les van de paters predikheren uit Maastricht die ‘dit uit welwillendheid’ gaven. in Amby zelf werd dus geen onderwijs gegeven. Na 12 jaar onderdrukking door de Staten is dit ook ook niet zo vreemd.

1678-1748 Gereformeerd onderwijs, minder strikte naleving van de Staatse regels

In de periode 1661-1672 werden pastoors verjaagd, verbannen of sloegen op de vlucht. Kerken en pastorieën werden onteigend en iedere vorm van uitoefening van het katholieke geloof was streng verboden, zo ook onderwijs. De Fransen (1673-1678) hadden een gematigde visie over geloof. Zij gaven zowel de protestanten als katholieken het recht hun geloof uit te oefenen, dus ook katholieke scholen. Toen de Fransen weer verjaagd waren in 1678 viel Amby weer onder Staats bewind. De oude regels van voor de Franse bezetting werden weer ingevoerd maar wel iets gematigder. Wellicht hadden de Staten toch iets geleerd van de Franse bezetter… Ondanks het gematigde bewind werden de scholen weer protestants, maar de katholieke geestelijken mochten blijven. Kerken werden vanaf nu zowel door de katholieken als door de protestanten gebruikt.

In 1705 wordt in het tweede visitatieverslag van het bisdom beschreven dat de pastoor, Petrus Vlecken, goed catechismus gaf. Hieruit valt op te merken dat de verplichting protestants onderwijs te geven afgezwakt was of dit gebeurde in het geheim. In 1722 werd een derde visitatie afgelegd. Meneer pastoor, Aegidius Roijen, verklaarde dat er geen schoolmeester was aangesteld voor Amby. Er was wel een ‘’ketter’’ (protestant) die klaarblijkelijk het ambt van schoolmeester vervulde zoals de regels van de Staten-Generaal ook voorschreven. De pastoor verklaarde verder dat de kinderen volgens afspraak buiten de parochie naar school werden gestuurd. Dit is een opvallende zin, met name de aanduiding ‘volgens afspraak’. Het lijkt er op dat met de komst van een ketter als schoolmeester er geen plaats meer was voor onderwijs gegeven door een katholiek. Immers, de regels schreven voor dat alleen in uitzonderlijke gevallen als er geen protestant zich meldde voor een vrijgekomen functie, een ambt ingevuld mocht worden door een katholiek. De katholieke bevolking was hier zeker niet blij mee en het lijkt erop dat met een omliggend dorp afspraken heeft gemaakt de Ambyse schooljeugd te onderwijzen. Dit zou Heer, Berg of Maastricht kunnen zijn aangezien hier andere regels golden dan in Amby. Drie jaar later, in 1725, vindt weer een visitatie plaats. Weer geeft pastoor Roijen aan dat er geen schoolmeester is. In 1748 veroveren de Fransen weer Maastricht en de ommelanden (Oostenrijkse successieoorlog). De katholieken krijgen weer ruimte om hun geloof te bezigen en dus ook onderwijs te geven. Dit is echter van korte duur. in 1749 worden zij weer verdreven.

1748-1796 Gereformeerd onderwijs, minder strikte naleving van de Staatse regels

Gedurende de hele 18e eeuw blijft deze situatie bestaan. De ‘Hollandse’ regels waren streng maar oogluikend werd soms het een of ander toegestaan. in 1788 werden de pastoors uit de landen van Overmaas door de Raad van State gestimuleerd om klachten op papier te zetten zonder vrees voor vervolging. Het leek erop dat er door de overheid, misschien wel voor het eerst, oog was voor de situatie van de katholieken. De tijd was er ook naar, in Frankrijk hing de revolutie in de lucht en ook in Nederland roerden zich patriotten die het niet eens waren met het huidige bewind. Het was de overheid alles eraan gelegen om steun te krijgen van het volk.

De pastoors hebben toen gezamenlijk hun klachten op papier gezet en geadresseerd aan de Staten-Generaal. Met name het tweede punt is hierin interessant: De pastoors klaagden dat de bevolking ongeletterd bleef. Dit lag volgens hen aan het feit dat de weinige protestanten die hier aanwezig waren meerdere functies invulden. Een schoolmeester was vaak ook dorpsmeester, schepen, secretaris, etc. De aandacht voor onderwijs verschoof dan naar de achtergrond. Hierdoor waren veel scholen dicht en moesten kinderen uitwijken naar andere dorpen. Omdat de school juist in de winter het drukst werd bezocht viel het op dat juist de kinderen uit andere dorpen dan wegbleven, vanwege het slechte weer. De pastoors vroegen dan ook toestemming om katholiek onderwijs te mogen geven. Dit zou een middel zijn om de onwetendheid en onkunde onder de bevolking te doen afnemen en een ‘onzeggelijke troost’ zijn voor de pastoors die hiermee goede indruk kon maken op de bevolking. Helaas is het niet bekend hoe hierop is gereageerd. Wel weten we dat nog geen 6 jaren laten de Fransen aan de deur stonden. In 1792 werd het land door hen bezet voor enkele maanden. In 1794 kwamen ze terug en onderwierpen Zuid-Nederland aan het Franse bewind.

Uit de Franse volkstelling uit 1795 weten we dat er op dat moment een schoolmeester in Amby woonde, dhr. Corneil Vorst, getrouwd met Marie Sibille Sleijpen, zij woonden op de boerderij van haar ouders Mathieu Sleijpen en Catharina Bouwens, beter bekend als Hof van Huntjens. Het ligt voor de hand dat op deze grote boerderij ook les werd gegeven, een schoolgebouw bestond toen nog niet. Later verhuisden zij naar Den Haag. Waarschijnlijk was Corneil Vorst protestant en de laatste schoolmeester in Amby die volgens het oude Staatse regelement was aangesteld.

De Fransen hielden in 1795 een grote volkstelling. In Amby vinden wij het huishouden van Vorst-Sleijpen, van beroep schoolmeester