Ontstaan van de Longinastraat (tot WO II)

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
uitsnede van de topografische kaart van Amby uit ca. 1930-1940. Opvallend is de foutieve benaming Tienschuur. De tiendschuur lag en ligt aan de Hagenstraat, niet aan de Longinastraat.
Ontwikkelingskaart van de Longinastraat: Deel 1 de periode tussen 1840 (toen de eerste kadastrale kaart werd gemaakt) en 1900. De Longinastraat was niet meer dan een landweg.

Ooit was het niet meer dan een smalle landweg naar ‘de Hei’ en Berg, omgeven door wuivend graan, meidoornhagen en boomgaarden. Vanaf de prille jaren 1900 werd er echter bijna continu gebouwd waardoor de Longinastraat al snel een echte straat werd. Toen nog Kerkstraat(je) geheten, sinds 1932 Kloosterstraat en uiteindelijk bij de annexatie omgedoopt tot Longinastraat. Weinig straten in Amby zijn nog zo origineel behouden als deze straat. Dat wil zeggen dat er weinig gesloopt is in de loop der jaren. In dit artikel laten we aan de hand van de bebouwingsgeschiedenis, het ontstaan van de Longinastraat zien. Hoe groeide deze straat van een karrenspoor tot een woonstraat?

Vóór 1900: Een zandpad

De Longinastraat was tot 1900 niet meer dan een weg om de landerijen te bereiken en tevens bedoeld als verbindingsweg naar Berg en Terblijt. Het droeg de naam het Kerkstraatje omdat het langs het Kerkveld (huidige Amby Zuid-Oost) liep waar de kerk veel bezit had. De weg was overal, min of meer, gelijk aan de huidige toegang tussen Ambyerstraat Noord 2 en de Ambyerstraat Zuid 154. Voor onze maatstaven was deze weg heel erg smal. De paar huizen die op de hoek met de dorpstraat lagen waren klein en gebouwd van mergel en in vakwerkbouw. Van oorsprong behoorden ze tot één groot boerderijcomplex uit de 17e eeuw. Echter, in de 18e eeuw werd deze boerderij gesplitst in verschillende woningen waarna ze in de 19e eeuw zijn “versteend”. Zoals op veel plekken gebeurde, werden vanaf ca. 1850 de muren opnieuw opgetrokken uit zelfgebakken “brikken”. Vanaf die tijd verdween de vakwerkbouw langzaamaan uit het straatbeeld van Amby. Wel was het zo dat in die tijd de daken nog bedekt waren met stro, totdat de gemeente rond 1850 verordeningen opstelde die strodaken verbood om brand te voorkomen.

Twee oude woningen op de hoek van de Longinastraat en de Ambyerstraat Zuid. Zij maakten deel uit van een groter boerderijcomplex uit de 17e eeuw.
Zicht op de Longinastraat vanaf de kerk in de jaren 1950. Aan de rechterkant zien we de eerder besproken 17e eeuwse huizen, toen nog 4 stuks (Kloosterstraat 2,4,6 en 8). 6 en 8 werden in de loop van de jaren '50 gesloopt.
Ontwikkelingskaart van de Longinastraat: Deel 2 de periode tussen 1900-1910.

1900-1910: de eerste gebouwen

Begin 1900 begint de transformatie van de oude landweg. In maart 1905 worden de eerste nieuwe woningen opgeleverd: de boerderij van de familieWintjens- Linden (halverwege de straat aan de linkerkant) en een “tweekapper” (Gijselaers-Janssen en Merk-Last) bijna aan het einde van de straat. Een jaar later werd het klooster met meisjes- en “bewaarschool” gebouwd en niet veel later nog een huis (Slangen-Knubben) tegenover de eerder genoemde tweekapper. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar toen lagen deze huizen nog helemaal vrij in het veld aan een modderige straat zonder stoep of wegverharding. De bouw van de eerste woningen en het klooster waren een startschot en vanaf die tijd werd er tientallen jarenlang continu gebouwd in de Kloosterstraat. Tot ver in de jaren 1930 stond er altijd wel een huis in de steigers.

Longinastraat 56, een ’pionier’. Een behoorlijk stuk van de 'bewoonde wereld' werd dit pand in 1905 gebouwd door de familie Gijselaers-Janssen. Het is mooi om te zien dat de voorgevel nog in originele staat is, met uitzondering van de voordeur die verplaatst is naar de zijgevel. Vroeger zat deze in het midden tussen de twee raampartijen in, waar nu het smalle raam zit. De bouwstijl komt overeen met voormalig café De Keizer aan de Ambyerstraat Noord en het herenhuis van Van Aubel op de hoek van het Lindenplein, die beide in dezelfde periode zijn gebouwd als dit huis.
Boerderij Wintjens met het typisch metselwerk kenmerkend voor de vroege jaren 1900; getoogde ramen, gekleurde band, siermetselwerk.
Ontwikkelingskaart van de Longinastraat: Deel 3 de periode tussen 1910-1920.
Het klooster van de zusters Franciscanessen met schoolgebouw, ofwel “de aw meidsjessjaol” . Foto genomen in de jaren ’60.





1910-1920: ”De hoezer van Van Abbel” en de molen van de familie Limpens

Molen Limpens met woning voor de molenaar, gebouwd in 1919

Zoals gezegd kwam de woningbouw snel op dreef nadat de eerste woningen gebouwd waren. Dat was overigens niet alleen zo in de Longinastraat; in heel Amby werd toen veel gebouwd. Dat had te maken met een groeiende bevolking, een toenemende welvaart en andere manieren om geld te verdienen. Steeds meer mannen verdienden hun hoofdinkomen in Maastricht in een fabriek en lieten het boerenwerk achter zich. Er was gewoonweg te weinig grond om iedere boer bestaansrecht te geven. Daarnaast was er veel armoede onder de boerenbevolking. Maar helemaal vergeten werd hun boerenafkomst niet. Vaak was het zo dat er aan huis nog een varken en kippen werden gehouden en dat de vrouw des huizes als “Sjlaaimet” wekelijks naar de markt ging met de zelfgeteelde groenten uit “de moostem” achter het huis. Deze veranderende manier van leven vroeg ook een andere manier van wonen. Veel oude boerenwoningen werden gesloopt of verbouwd om plaats te maken voor met name arbeiderswoningen voor al die mannen die op de Sphinx, de Céramique, de Mosa of bij de Spoorwegen werkten.

Blijkbaar was de heer Van Aubel in de ogen van een bewoner van de Longinastraat geen goede huurbaas. De 10 gezinnen moesten samen één waterpomp delen….

Opvallend in deze periode is de bouw van de “mulder”: de molen van Limpens, met aan de overkant de rijwoningen die onder de ouderen van nu bekend staan als de huizen van Van Aubel. Lambertus van Aubel bouwde deze woningen voor de verhuur. Er waren in die tijd wel huurwoningen in Amby, maar meestal particulier bezit. Het was vaak een bovenwoning die leeg stond of een achterkamer die werd verhuurd. Deze rijwoningen zijn in feite, samen met de woningen naast de kerk, de eerste projectmatige woningen die in Amby gebouwd werden. Opvallend is nu nog dat deze woningen aan de Longinastraat en Ambyerstraat Noord in dezelfde stijl zijn gebouwd. Zowel bij de huizen in de Longinastraat als de Ambyerstraat Noord ligt er een nu nog goed zichtbare overdekte gang naar de achteringang en “de moostem”. Deze gang werd gedeeld door de twee aangrenzende woningen. Eigenlijk is dit best bijzonder. Veel rijwoningen hebben geen achterom. De huizen werden gebouwd in een tijd dat rijwoningen een nieuwigheid waren. Vrijwel elk huis in het dorp had een vrije achterom. In een dorp moest je toch met een (hand)kar of varken in je tuin komen! Dat zal er aan bij gedragen hebben dat elke woning een achterom kreeg via een ‘tussengang’.

Advertentie uit 1917 waarin een hondenkar werd aangeprezen door de heer Spronk, die op het latere adres Kloosterstraat 6 woonde ( naast Longinastraat 133 , inmiddels gesloopt).
In 1911 werd er een bouwterrein (bedoeld voor het bouwen van een woning) aan het “Kerkstraatje” per opbod verkocht (nummer 14 en 15 in de lijst), eigendom van de erven van Joseph Cornelius Mulders en zijn vrouw Gertrudis Mulders. Zij hadden een café op de Ambyerstraat Noord 2. Het was bij deze verkoop dat Lambertus van Aubel de grond voor zijn rijwoningen kocht.

Tussen 1905 (eerste woning) tot aan 1920 gingen 32 huishoudens in de Longinastraat wonen. Dit waren meer gezinnen dan er woningen waren. Dat komt doordat er ook relatief vaak verhuisd werd. Zeker in de huurhuizen van Van Aubel was het verloop redelijk groot. De meeste bewoners woonden hier enkele jaren en trokken dan weer verder. De kostverdiener verdiende het loon door te werken bij de spoorwegen (6x), op de fabriek (16x), in de landbouw (6x), de mijn (1x) of men had een ander beroep zoals koster, slager of kantoorbediende. Van deze 32 huishoudens waren er 7 waarvan beide partners geboren waren in Amby, 7 waarbij alleen de man van Amby was en 8 waarvan alleen de vrouw van Amby was. Zeker in de huurhuizen waren veel mensen van “buiten”. Logischerwijs waren de meesten van hen uit omringende dorpen zoals Meerssen en Berg en Terblijt, die wellicht in Amby kwamen wonen om dichter bij de fabriek te wonen. Maar ook van verder weg wist men Amby, ook toen al, te vinden, zoals Papenhoven, Broeksittard, Oirsbeek, Roggel en Simpelveld. Opvallend zijn drie bewoners die uit Duitsland kwamen: Mönchengladbach, Coesfeld en Leuth. Je vraagt je af hoe deze mensen in Amby zijn neergestreken in een tijd waarin nauwelijks gereisd werd. Misschien waren ze wel met Ambynezen in contact gekomen bij het “brikke bakken” in Duitsland. Dat was immers een bijverdienste voor veel boeren die in de wintermaanden weinig te doen hadden op het land. Overigens zijn de zusters van het klooster bij deze eerste bewoners niet meegeteld. Dit waren er in totaal 62, waarvan 14 onderwijzeressen (tot 1920). Zij kwamen van heinde en verre. Voor een groot gedeelte waren zij afkomstig uit België of Frankrijk.

Bewoners van het eerste uur (de eerste bewoners)
Adres Naam
Longinastraat 70 Wintjens – Mofers
Longinastraat 76 Gerards – Ummels
Longinastraat 90 Gijselaers – Frederiks
Longinastraat 92 Van Kan – Habets
Longinastraat 94 Sieben – Hennen
Longinastraat 96 Mullers – van de Wijer
Longinastraat 98 Meesen- van der Mast
Longinastraat 100 Vandenboorn – Smeets
Longinastraat 102 Steuten – Langendorf
Longinastraat 104 Schoenmakers – Janssen
Longinastraat 104 boven Brouns – Crolla
In 1929 werd een molenaarsknecht gevraagd bij molenaar H. Limpens.
De straat had in de jaren 1920 nog steeds een sterk agrarisch karakter zoals ook blijkt uit deze advertentie.
Ontwikkelingskaart van de Longinastraat: Deel 4 de periode tussen 1920 - 1930
Het huis waar verzetsstrijder en artiest Jos Narinx woonde rond 1930, gebouwd in 1923 door de familie Souren. Jos Narinx had hier een kippenfokkerij. Helaas bleek dit geen succes en in 1936 vertrok de familie naar Maastricht waar Jos Narinx in 1942 werd gearresteerd door de bezetter vanwege zijn verzetswerk. In 1943 overleed hij in concentratiekamp Neuengamme.

1920-1930 de bouw zet door

In de “Roaring Twenties” ging de bouw gestaag door. Twaalf woningen werden opgeleverd tussen 1920 en 1930. Het echtpaar Gijselaers-Frederiks bouwde in 1922 het huis met nummer 109, een jaar later gevolgd door Souren-Arbeil op nummer 59). Later, tussen 1927 en 1935, woonde op dit adres de verzetsstrijder Narinx, die in de Tweede Wereldoorlog kwam te overlijden. De woning met nummer 78 werd eveneens in 1923 opgeleverd en werd bewoond door de uit Zwolle afkomstige conducteur Uelderink en zijn vrouw Brands. De volgende drie huizen werden min of meer gelijktijdig opgeleverd in 1924: nummer 81 (Dolhaine-Ramaekers), 83 (de kruidenierswinkel Lousberg-Lousberg) en 89 (Knubben-Brouns). Zowel de heer Dolhaine als de heer Lousberg waren van beroep metselaar. De heer Lousberg deed dit naast zijn winkel. Het ligt voorde hand dat zij zelf de stenen legden voor hun eigen woning.

Longinastraat 109 (1922) en in het midden 107 (1930) werden beide bewoond door de familie Gijselaers. De familie Gijselaers was buitengewoon vertegenwoordigd in de Longinastraat. In het middelste huis woonde Schoenmakers-Gijselaers, in het rechterhuis Gijselaers – Frederiks. Het linkse huis, nummer 105, moest nog gebouwd worden.
In 1921 wordt een terrein voor de bouw van een woning te koop aangeboden in de lokale krant

Een paar jaar later worden weer vier woningen opgeleverd. De huizen van Longinastraat 65 t/m 71, 65 en 67 werden gebouwd door het echtpaar Gijselaers-Janssen, de schuinoverburen. Deze huizen werden verhuurd en wisselden regelmatig van bewoners. De eerste bewoners waren Janssen – Verlijsdonk en Uelderink – Brands (die dus eerst verderop in de straat woonden op nummer 78). Tussen 1939-1940 woonde hier het Joodse echtpaar Kaufmann-Daniels. In Amby woonden al haar oudste zoon en schoondochter. Net voor de oorlog uitbrak, op 17 april 1940, overleed dhr. Kaufmann. In september 1940 verhuisde mevrouw Kaufmann-Daniels naar Amsterdam, naar haar jongere zus, zwager en familie. Haar jongste zoon woonde daar al vanaf 1929. In Amsterdam werd zij gearresteerd en vanuit Westerbork op 29 juni 1943 gedeporteerd naar Sobibor. Daar is zij direct na aankomst op 2 juli 1943 vermoord. Ter nagedachtenis aan Paula Kaufmann-Daniels is een struikelsteentje geplaatst voor het huis nummer 67. De woning met nummer 69 werd gebouwd door Lousberg – Mesters, onderwijzer van beroep. Het buurpand werd gebouwd door de mijnwerker Sour – Bemelmans. In 1930 werden twee woningen opgeleverd: nummer 55 (Simons-Willems) en 107 (Schoenmakers – Gijselaers). Duidelijk is te zien dat de straatzijden van de Longinastraat langzaamaan werden volgebouwd met woningen.

1924: “Karoten” (wortelen) te koop bij boerderij Wintjens
Jos Narinx en zijn toenmalige verloofde Isabella Werkman
Ets uit 1933 van de hand van kunstenaar Narinx. We zien de achterzijde van de Kloosterstraat in een sneeuwlandschap. Op de achtergrond de kerk van Amby, meteen daarvoor het dak van de molenaarswoning Limpens.
Kloeken te koop met kuikens bij Jos. Narinx aan de Longinastraat (toen nog Kerkstraat)
Ontwikkelingskaart van de Longinastraat: Deel 5 de periode tussen 1930 - 1940
Schoolmeisjes overhandigen de zusters van de Longinastraat een geschenk ter ere van het 25-jarig jubileumfeest van het klooster en school.
Eén van de feestelijkheden: het 25 jarig jubileum van de zusters Franciscanessen in 1931

1930-1940 de crisisjaren

Na de “opgewekte jaren “van 1920 kwam er een diepe recessie in de jaren 1930. Ondanks het tegenzittende economisch klimaat werden er toch nog woningen gebouwd in deze straat, om te beginnen met Longinastraat 105 dat in 1931 werd opgeleverd door Simons – Willems. Het toeval wil dat nummer 55 een jaar eerder ook door Simons – Willems werd gebouwd. Maar het gaat hier om een ander echtpaar: op nummer 55 woonde de fabrieksarbeider Johannes Simons en Maria Catharina Willems en op nummer 105 woonde hun zoon: boekdrukker Johannes Hubertus Simons, getrouwd met eveneens een Willems, Maria Josephina geheten.

In 1932 werd nummer 58 gebouwd door het echtpaar Daemen – Wintjens. Twee jaar later volgt nummer 85, gebouwd door Lousberg-Lousberg die op hetzelfde perceel reeds een winkel met woonhuis hadden. Tot slot worden in 1936 drie woningen gebouwd: nummer 72 door de familie Gerards-Ummels, naast hun bestaande woning, en de tweekapper op nummer 60-62 door de familie Dassen.

Vanaf dat moment werd er lange tijd niet meer gebouwd in de Kloosterstraat (Longinastraat). Tot na de oorlog zou het duren voordat er weer steigers in het straatbeeld verschenen. Deze “bouwstop” was waarschijnlijk te wijten aan de wereldwijde economische crisis waardoor overal nieuwbouw stil kwam te liggen.

Werkgelegenheid

Dat de crisis ook in Amby hard toesloeg blijkt wel uit het feit dat de gemeente moeite deed om de vele werklozen van werk te voorzien. Eén van die grote werken in het kader van de werkverschaffing was het asfalteren van verschillende straten in het dorp. In 1934 werd een gedeelte van de Kloosterstraat (Longinastraat) voor het eerst geasfalteerd. Waar enkel weiland was (laatste deel van de straat) werd de weg verhard met kiezel. Wat eerst nog een bekiezelde weg was, was nu opeens een échte straat geworden compleet met stoepbanden. Nog géén trottoirs: dat was toen nog niet nodig.Voetgangers liepen over de straat.

Krantenbericht uit oktober 1933 waarin bekend gemaakt dat de raad van Amby besloten heeft de toenmalige Kloosterstraat te asfalteren
Maria Zaar-Hovens als jong meisje voor haar ouderlijke woning eind jaren 1940. Onder haar voetjes het resultaat van de wegwerkzaamheden uitgevoerd in de jaren 1930. Let ook op de voortuinen in de straat, die toen nog volop aanwezig waren.
Advertentie uit 1932 waarin de “Jonkheid Kerkstraat” een bijdrage van 1 gulden (!) doet ten behoeve van de drieling Julia, Mia en Rika. In de krant werd uitgebreid stil gestaan bij de geboorte van deze drieling en de kosten die dit met zich mee bracht.(Klein voorbehoud: in dat jaar werd de straat herdoopt tot Kloosterstraat en ging een gedeelte van de Dorpsstraat Kerkstraat heten. Het is niet helemaal zeker te zeggen over welke Kerkstraat we het hier hebben.)

Tijd voor een feestje

Natuurlijk was het niet alleen maar kommer en kwel in de crisisjaren. Er was ook tijd voor vertier en een feestje. De Kloosterstraat kreeg een eigen Jonkheid. De jonkheid versierde bij processies het rustaltaar en de straten. Bij gouden huwelijksfeesten werden deze eveneens door hen opgesierd met prachtige dennengroen en bloemen van crêpepapier.

Na het overlijden van moeder Wintjens-Mofers in 1934 verhuisden de bewoners van Kloosterstraat 76 (Longinastraat 76) naar elders. Zoals toen gebruikelijk werd alles wat niet meeverhuisde, en dat was nogal wat, per opbod geveild. Veel meubels, maar ook zaken die voor ons minder voor de hand liggen zoals de processiestokken met vlaggetjes (zie vorige foto!), 65 kippen, “vlaplaten” (blikken om vlaai te bakken) en zelfs mest ging onder de hamer.
De processie trekt door de Kloosterstraat, die in die jaren nog zeker niet haar landelijk karakter verloren heeft. Uiterst links zien we nog net een glimp van het huidige nummer 89. Op de voorgrond een van de voortuinen van de ‘huizen van Van Aubel’. Let ook op het wegdek: dit was nog niet geasfalteerd. De foto is daarom te dateren tussen de bouw van de woning 1924 en asfaltering in 1934.
Op onderstaande foto zien we dezelfde plek maar dan bijna 100 jaar later. Het enige herkenningspunt is de hoek van het huis nummer 89 links in beeld.

Na de jaren 1930 brak de Tweede Wereldoorlog uit die ook een stempel drukte op de bewoners van de (Kloosterstraat) Longinastraat. De woningbouwproductie stokte en zou pas na de woelige oorlogsjaren weer opgepakt worden. In het vervolg op dit artikel wordt uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van de straat in de jaren na de oorlog.



Trivia

Bronvermelding