Oorlog voor de rechter

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Enkele jaren geleden verschenen er op Amiepedia twee artikelen over het Militair oefen- en schietterrein op de Amyerhei. Het tweede verhaal over de schietterreinen is grotendeels gewijd aan de heer Piet (Peter) Vries. Hij had als burgermedewerker bijna veertig jaren lang het beheer en onderhoud van het oefenterrein onder zich. Dit deed hij ook tijdens de bezettingsjaren 1940-1944 en daarover heeft hij zich na de oorlog moeten verantwoorden. Dit leidde tot een dossier over hem in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, te raadplegen via de site Oorlog voor de rechter.

Wel of niet “fout” in de oorlog

De informatie voor het genoemde artikel op amiepedia.nl komt merendeels uit de archieven van de familie Vries, met name de stukken betreffende de loopbaan van de heer Vries. Die loopbaan strekte zich uit over de periode 1924- 1957, in welk laatste jaar hij met pensioen ging. Onderstaand verhaal komt van een kleinzoon van Piet Vries, die zich lange tijd heeft afgevraagd hoe zijn opa (overleden in 1982) de bezettingsjaren heeft doorgebracht. Toen hij jonger was en opa nog leefde, heeft hij daar niet zo bij stil gestaan en nu zijn opa en ook diens eigen kinderen overleden zijn, is er niemand meer om te bevragen. Een enkele nog levende tijdgenoot kan slechts vertellen dat opa een groot deel van de bezettingsjaren gewoon gewerkt heeft, maar dan in opdracht van de Duitse commandant ter plekke. Zij vertellen dat hij weinig keus had, vanwege het feit dat een gezin met 8 monden gevoed moest worden. “Jouw opa was absoluut niet fout”, zo werd steevast benadrukt, “anders was hij zeker niet geridderd bij zijn afscheid in 1957”.

opa Piet Vries bij zijn pensioen

Toch zat het niet lekker: Bij het onderzoeken en beantwoorden van de vraag was “Was opa nu wel of niet “fout” in de oorlog?” werd hem begin 2025 een helpende hand geboden.

Het centraal archief bijzondere rechtspleging

Direct na het beëindigen van de oorlog en dus de bezetting stelde de Nederlandse Overheid, nog in ballingschap in Engeland, de Bijzondere Rechtspleging in. Deze Rechtspleging gold voor NSB-leden, oorlogsmisdadigers, verraders en profiteurs van de bezetting, maar ook personen die met of voor de Duitsers werkten of anderszins met de Duitsers van doen hadden. Voor onderzoek en vervolging werd een speciaal rechtssysteem bedacht: de Bijzondere Rechtspleging. De Nederlandse regering dacht hier al voor het einde van de oorlog over na, om te voorkomen dat de bevolking het recht in eigen hand zou nemen.


De onderzoekers

De Politieke Opsporingsdiensten (POD), die direct na de bevrijding actief werden, voerden de onderzoeken uit. In het bevrijde Zuiden al meteen, terwijl Noord-Nederland nog bezet bleef. Deze dienst verzamelde bewijs, nam getuigenverklaringen af en stelde dossiers samen. Al dit onderzoeksmateriaal vormt nu de kern van de meer dan 30.000 personendossiers in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), nu onderdeel van het Nationale Archief in Den Haag. Volgens de archiefwet kunnen dossiers na 75 jaar embargo, gedigitaliseerd en openbaar gemaakt worden. Maar de Autoriteit Persoonsgegevens heeft dit vooralsnog tegengehouden, omdat er gevoelige informatie in staat van mensen die nog leven. Alleen geselecteerde onderzoekers en directe familieleden kunnen een gemotiveerd verzoek tot inzage doen.

Controversieel

De namen van mensen die voorkomen in het CABR zijn wel al openbaar gemaakt. Hier is behoorlijk wat controverse over omdat niet iedereen in het CABR, dat ook wel collaboratie-archief wordt genoemd, een dader is of fout is geweest. Verder is het archief op heel veel andere terreinen eveneens controversieel. De vervolging was een chaotisch proces, gebaseerd op getuigenisverslagen en verhoren van verdachten die elkaar soms tegenspreken en ander vaag bewijsmateriaal. Ook de vraag: Wie controleerde of de mensen in de POD, de getuigen of zelfs de rechtsprekende magistraten zelf zuiver op de graad waren, kan met recht gesteld worden.

Wie screende de medewerkers van de Bijzondere Rechtspleging?

Op de eerste plaats het Ministerie van Justitie. Via antecedentenonderzoek (via lokale politici en verzetsorganisaties), aanbevelingen van verzetsgroepen of burgemeesters of via de Binnenlandse Inlichtingendienst (voorloper BVD/AIVD). Het nieuw ingesteld Militaire Gezag leverde Militaire Commissarissen, die op betrouwbaarheid, eerlijkheid en discipline van de POD’s moesten toezien, zeker in de chaotische eerste maanden na de bevrijding. Als laatste, na de totale bevrijding van Nederland en de terugkeer van de regering uit ballingschap, werd al snel een Politieke Recherche Afdeling opgezet die klachten, misstanden en misbruik van bevoegdheden (persoonlijke wraak, jaloezie, persoonlijke vetes en afrekeningen) onderzocht en het inlichtingenwerk professioneler uitvoerde. Er zijn genoeg gevallen bekend van ontslagen POD-medewerkers, soms gevolgd met strafrechtelijke vervolging vanwege ernstig misbruik. De conclusie is dat alhoewel de POD’s noodzakelijk waren om de orde te herstellen, de rechtsstaat tijdelijk behoorlijk werd opgerekt en de screening en controle volop te wensen overliet, met als resultaat meer dan 30.000 namen van personen in het CABR. “Gerechtigheid en wraak liepen vaak door elkaar” aldus Loe de Jong, in zijn standaardwerk ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’.

Piet Vries in het CABR

dossiers met inventarisnummers

De kleinzoon vermoedde altijd al dat zijn opa wel eens in het CABR kon voorkomen, ondanks dat opa Vries op 17 september 1944, direct na de bevrijding van Zuid-Limburg lid werd van de Orde Dienst (OD). De ordedienst, in feite al actief in het verzet tijdens de bezetting, kreeg de taak de orde te handhaven, meteen na de bevrijding en de chaos die ermee gepaard ging.

Pasje lidmaatschap OD

Toen begin 2025 de namen bekend werden van iedereen die genoemd wordt in het CABR, trof de kleinzoon dan toch zijn naam aan: Peter Johannes Hubertus de Vries, gekoppeld aan een tweetal dossiermappen. De toevoeging “de” werd gebruikt, alhoewel zijn opa gewoon Vries heet - zonder het tussenvoegsel. De nadere informatie over geboorteplaats, geboortedatum en woonplaats toont dat het hier wel degelijk om opa Piet Vries handelt, in meerdere CABR-dossiers zelfs. Nou, dat was toch wel schrikken, dus tijd om op nader onderzoek uit te gaan.

personalia zoals in Cabr weergegeven

Opa voor de Rechter

Na het aanmaken van een account op de site “Oorlog voor de Rechter” en het leveren van een motivatie (waarom inzage in die dossiers te willen) krijgt hij toestemming de zaak te komen inzien op 12 juni 2025. Daartoe wordt de gehele dag ter beschikking gesteld en gereserveerd. Vanwege eerder genoemde privacy gevoeligheid, mag er niets van schrijfspullen, foto- of opnameapparatuur mee naar binnen. Alles moet in een kluisje. Een kladblok mag, maar wordt nageplozen op … tja, op wat eigenlijk? Het archief stelt potloden en gum ter beschikking.

Na een rustig plekje in de toch wel drukke zaal te hebben gevonden ontvangt de kleinzoon de eerste dossieromslag. Vol spanning opent hij de omslag met daarin vele mappen. Als dat allemaal over opa gaat, dan is er toch heel wat gebeurd. Enfin, de zoektocht naar informatie begint. Dat viel tegen. Er zaten veel mappen in, maar slechts een dun mapje van 4 pagina’s ging over zijn opa. In de tweede omslag, nog dikker, met nog meer mappen, zat eveneens slechts een dun mapje over opa. De gedachte dat al die mappen informatie over zijn opa bevatten is dus geheel onterecht.

begintijd archief

Privacy

Wat onbegrijpelijk is, in relatie tot die privacy gevoeligheid, is dat opa’s dossier uiteindelijk een van de tientallen mappen is in een hele bundel, allemaal van en over toenmalige inwoners van Amby. Gewoon door hem in te zien en te lezen. Na afloop van het eigen onderzoek is de kleinzoon uiteraard even in die andere mappen gedoken. Daar kwam hij vergelijkbaar materiaal tegen als bij opa: onderzoeken die niets om het lijf hadden, maar ook best wel ernstige zaken. Dorpsgenoten van toen, die wel degelijk fout waren, compleet met veroordelingen en detentie. Hij heeft de betreffende zaalwachten hierop gewezen, maar die haalden alleen hun schouders op. Er kan immers niets gekopieerd of meegenomen worden.


Verslag van het onderzoek in map 1

Omdat er inderdaad niks te fotograferen viel en de dossiers erg beperkt blijken, heeft de kleinzoon al het belangrijke materiaal maar gewoon overgeschreven. Al het cursief gedrukte in dit artikel is de letterlijke weergave van de teksten die hij aantreft in het dossier; van de getuigen, een eigen verklaring van opa Vries en de officiële instanties. Maar alvorens alles te gaan lezen en schrijven heeft hij eerst gezocht naar de uitspraken en conclusies van het onderzoek. Opluchting… opa blijkt brandschoon: “Verdenkingen ongegrond: onvoorwaardelijke buitenvervolgstelling, 6 maart 1947 “. Dossier P.J.H. de Vries genoemd H605.

In het eerste dossier worden de getuigenverklaringen aangehaald van één persoon en een zelf geschreven verklaring, een zogenaamd verweerschrift van Piet Vries. Aan deze verdediging is een verklaring toegevoegd van een wachtmeester van de Politieke Recherche.


De getuige is Johannes Hubertus Limpens, 29 jaar en ongehuwd, ambtenaar gemeentesecretarie Amby, wonende Kloosterstraat 10. Hij laat weten:

Ik heb de door u bedoelde De Vries reeds jaren gekend. Ook tijdens de bezetting heb ik tegenover hem gewoond en door mijn werk op het gemeentehuis van Amby was ik goed op de hoogte van zijn handelingen. De Vries is nooit lid van het N.A.F. of enige andere NSB-organisatie geweest. Ik weet ook dat hij verschillende malen door Peeters en Stipthout bewerkt is om lid van het N.A.F. te worden. Hij weigerde dit echter steeds. Als hij lid was geweest had ik dat geweten omdat daarvan dan een kaart zou zijn aangelegd op het gemeentehuis. De Vries heeft zich tijdens de bezetting als een goed Nederlander gedragen. Hij was reeds lang op de schietbanen voordat de Duitsers kwamen.


Opperwachtmeester b.d. der Politieke Recherche, C. van Heijnsbergen laat zich over opa uit als reactie op het onder genoemde verweerschrift, gedateerd 1946.

Verdachte: Gehuwd, rijkswerksman in dienst van het Rijk, Kloosterstraat 9. Ik ben reeds 22 jaar (in 1946) als Rijkswerksman in dienst van het Rijk. Ik werk als zodanig reeds 12 jaar op de Schiethei (1934-1946) te Amby. Toen de Duitsers in 1940 binnenvielen was ik daar ook werkzaam. Na enige weken kwam burgemeester Hermens van Amby met een Duits officier bij mij en ik moest toen de sleutels van de loodsen overgeven. Na enige dagen werd mij medegedeeld door de Duitsers, dat ik mijn werk moest hervatten. Ik was toen op wachtgeld gesteld. Dit wachtgeld werd mij door de Nederlandse instanties uitbetaald. Het verschil tussen het wachtgeld en het weekgeld [het normale loon] werd door de Duitsers uitbetaald. Ik ben verschillende malen lastig gevallen door NSB-ers die mij wilden dwingen bij het N.A.F. te gaan. [1]

Ik heb dit echter nooit gedaan. Ik heb mijn werk op de schietbanen normaal vervuld. Ik heb me nimmer met de Duitsers ingelaten. Ik kwam met hen niet anders in aanraking dan op die schietbanen. Ook hier had ik weinig met hen te maken omdat ik alleen in de loodsen werkte.

Ook mij, van Heijnsbergen, is de heer Vries goed bekend. Hij heeft zich op geen enkele wijze misdragen en staat gunstig bekend. Zijn namen zijn overeenkomstig het bevolkingsregister van Ambij, waarvan door mij persoonlijk op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal om te worden gezonden aan de heer Districtscommandant der Rijkspolitie te Maastricht. Gesloten te Ambij 14-12-1947.

Onderzoeksgegevens map 2

In de tweede map, uit de andere omslag, eveneens gevuld met mappen over inwoners van Amby en getiteld “Documentatielijst dossier H. 605 van P.J.H. de Vries te Amby”, bevindt zich een soort overzicht of inhoudsopgave aan van wat er in die map hoort te zitten:

1. Afschrift van een brief met aanmaning tot toetreding van De Vries tot NAF

2. Proces verbaal d.d. 14-4-1947 van Van Heijnsbergen

3. Duits dossier met proces verbaal


Aanmaning toe te treden tot de NAF


In deze map zit een afschrift van een brief, gericht aan Piet Vries, waarin druk wordt uitgeoefend om lid te worden van de N.A.F.:

Aan den heer De Vries, Amby 24 2-’43. Mijnheer, Zoals u waarschijnlijk wel bekend zal zijn, moeten op bevel van den Rijkscommissaris Seys-Inquart, alle Nederlanders, welke voor de Duitse Wehrmacht werken, lid zijn van het Nederlandse Arbeidersfront. Aangezien ik u tot heden niet in onze cartotheek heb aangetroffen, verzoek ik u inliggend formulier nauwkeurig ingevuld aan mij te willen zenden. Hoogachtend, De plaatselijke leider NAF Limmel (Het formulier zat er helaas niet bij en de naam was onleesbaar, helaas)


Het proces-verbaal van Van Heijnsbergen

Dit betreft een ontvangstbewijs betreffende de Onvoorwaardelijke Buiten Vervolgingsstelling van de heer Vries.

Ondergetekende, Peter, Johannes, Hubertus de Vries, geboren 7 juni 1892 te Ittervoort, wonende te Ambij, Kloosterstraat 9, verklaart hierbij op 14 april 1947 uit handen van G. Olde Hanhof, wachtmeester der 1e klasse te Amby, te hebben ontvangen een schriftelijk besluit van den heer Procureur Fiscaal bij het Bijzondere Gerechtshof te ’s Hertogenbosch dd 6 maart 1947, houdende de Onvoorwaardelijke Buiten Vervolging Stelling van hem, De Vries, voornoemd. Amby 14 april 1947 Voor ontvangst PJH Vries (Handtekening opa)

Het Duitse Proces-verbaal

Het proces verbaal van de Duitse Commandant heeft in feite met de hele kwestie niets van doen. Het betreft hier enkele verslagen van diefstallen. Een aantal keren werden de loodsen opengebroken en onderhoudsmaterialen en gereedschappen gestolen. Daarover heeft opa verklaringen afgelegd. Interessant is dat de Duitse bevelhebber, waaronder opa direct werkte, een zekere Oberleutnant Beier van de Duitse Wehrmacht, belast met toezicht op de loodsen, de aangifte deed bij de Nederlandse Marechaussee in Meerssen, die het onderzoek naar de diefstallen uitvoerde. Aangezien er een vage vingerafdruk werd gevonden en enkele achtergelaten limonadeflesjes, werd er zelfs een heuse speurhond ingezet. In een uitgebreid verslag is te lezen hoe speurhond Benno, van speurhondenbegeleider J.J. Naus uit Geleen, het terrein onderzocht, zonder resultaat. Ook werden foto’s gemaakt. Het hele, lijvige verslag/proces-verbaal is opgestuurd naar de officier van Justitie, arrondissement Maastricht, op 16 april 1943.

Bevindingen

Toen begin 2025 het CABR openbaar dreigde te worden gemaakt, wat wettelijk gezien volkomen gerechtvaardigd is, ontstond er behoorlijk wat commotie onder de bevolking. Velen zijn bang dat de “vuile was” die ontegenzeggelijk buiten gehangen gaat worden, de goede naam en eer van vele families zal aantasten. Een zorg die heel begrijpelijk is, ook al zijn de feiten twee of drie generaties geleden begaan. Anderen, met name historici en andere geïnteresseerden, menen dat de dossiers vooral een goede bron zijn van nader onderzoek waarbij het niet persé gaat om te duiden wie goed of fout is. Het Nationaal Archief ziet zelf het CABR niet alleen als archief over daders, maar ook als een archief dat gaat over de slachtoffers en verzetsstrijders. Door de informatie bij de processen te gebruiken is het mogelijk om meer te weten te komen over bijvoorbeeld de Joden of verzetshelden die verraden zijn. Hoe het ook zij, de komende jaren zal het archief verder aan de openbaarheid prijs gegeven worden en zullen in Amby enerzijds zuchten van opluchting geslaakt worden, zoals in de familie Vries, maar in andere families wordt misschien wel met verbazing kennis genomen van het doen en laten van familieleden tijdens de bezetting.