Oosttracé A2

Uit Amiepedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Oosttracé A2 was een plan van de Rijksoverheid dat jarenlang, van 1977 tot 2004, werd voorbereid. In 1996 kwam er veel verzet tegen dat plan, onder andere door de vereniging "Geen Oost-tracé voor de A2". Deze de vereniging had 446 leden waarvan 107 leden in Amby woonachtig waren. Het tracé werd uiteindelijk nooit gerealiseerd.

Twee varianten

Als de plannen van de Rijksoverheid van 1995 zouden zijn doorgegaan dan had er ten oosten van Maastricht een omleiding van de autoweg A2 gelegen volgens variant 1 of 2.

Variant 1 van het tracé kruisde de Hagenstraat op ongeveer 100 meter voorbij de Tiendschuur; dat wil zeggen dwars over de locatie waar de huidige Hagerpoort staat.
Variant 2 van het tracé kruisde de veldweg achter het veldkruis Molenweg/Hagenstraat op ongeveer 50 meter afstand van het veldkruis.

Hagerpoort
Veldkruis Molenweg











Ondertunneling E9 in Maastricht

Op 13 januari 1982 is door de Minister van Verkeer en Waterstaat een besluit genomen (Tracé-vaststelling Rijksweg 2 Maastricht 1982) voor het oplossen van de doorstromingsproblematiek op de Rijksweg 2/ E9- passage (huidige A2-passage) te Maastricht. Het betrof een oplossing op het bestaande tracé, maar dan met een ligging beneden maaiveld, oftewel een tunnel in combinatie met een bovenliggende stadsboulevard. Dat besluit is toen genomen overeenkomstig het advies van de Raad van de Waterstaat d.d. 11 november 1981 en het daarbij behorende rapport van de Commissie van Overleg voor de Wegen d.d. 23 september 1981. Er lagen 5 varianten voor waarbij de hoofdvarianten een keuze mogelijk maakten tussen het bestaande tracé en een omlegging ten oosten van Maastricht (ten oosten van Amby). De uitwerking van het vastgestelde tracé werd overgelaten aan Rijkswaterstaat en de Gemeente Maastricht. Door de toen geldende bepalingen en normen op het gebied van geluidhinder en de budgettaire beperkingen is de daadwerkelijke realisering in die jaren nooit uitgevoerd.

Studie naar oostelijke omleiding autoweg

In 1990 werd in het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer aangegeven dat de stadstraverse tot een autosnelweg moest worden omgebouwd ten behoeve van de verbetering van de bereikbaarheid, de verkeersdoorstroming en het woon-leefmilieu.

Het duurde nog tot 1994 voordat er groen licht gegeven kon worden voor het studieproject rondom de Rijksweg 2 in en nabij Maastricht. Volgens de Tracéwet was het tracébesluit van 1982 vervallen omdat niet binnen 10 jaar met de uitvoering was begonnen. Een uitspraak van de Europese Commissie in 1992 had tot gevolg dat aanvullend op het besluit van de Minister van 1982 ook nog een tracé/mer-procedure doorlopen moest worden voordat tot uitvoering kon worden overgegaan.

Als eerste stap in die procedure verscheen er op 11 december 1995 de “Startnotitie Rijksweg 2, passage Maastricht/ tracé/mer-studie” waarin een visie werd gegeven op de problematiek, de mogelijke oplossingsrichtingen en de effecten daarvan.

Startnotitie 11 december 1995

Met betrekking tot Amby staat in de Startnotitie 1995:
Hoofdstuk 3.3. Ecologie en landschap. “Het landschap aan de oostzijde van Maastricht wordt in hoge mate bepaald door het reliëf. Het betreft een terrassengebied van de rivier de Maas, dat landschappelijk en natuurwetenschappelijk van hoge waarde is. Het stedelijk deel van het studiegebied ligt voornamelijk op het middenterras. Bij de beleving van het landschap speelt de aanwezigheid van de rand van het hoogterras een belangrijke rol. Haaks op de Maasterrassen zijn een aantal droogdalen of grubben aanwezig. Samen met de aanwezige (hoogstam-)fruitboomgaarden en andere landschapselementen vormen deze de visuele belevingswaarde van het landschap.
Het gebied is voor de waterhuishouding van groot belang. In het gebied liggen diverse wingebieden voor drinkwater; vrijwel het gehele gebied is aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied. De aanwezige grubben vormen mede de drager van de ecologische waarden in het gebied. Het gebied heeft een relatief grote cultuurhistorische waarde vanwege de aanwezigheid van cultuurhistorische objecten en de duidelijke herkenbare samenhang daartussen. Het nationale landschapsbeleid voor het niet stedelijke deel van het inpassingsgebied is gericht op het behoud en de versterking van de landschappelijke kwaliteit.”
Hoofdstuk 3.4. Woon- en leefmilieu. “Een kwalitatief hoogwaardige stedebouwkundige vormgeving is een belangrijk beleidsstreven van de gemeente Maastricht. In dit kader is met name de vormgeving van de oostelijke stadsrand van belang. De overgang tussen stad en landschap is zonder barrières vormgegeven en vormt een van de kenmerken van het woon- en leefmilieu in Maastricht-Oost.”
Hoofdstuk 4. Alternatieven. “Er staan voor de passage van Maastricht door de Rijksweg 2 voorlopig twee tracémogelijkheden ter beschikking; een aanpassing van de infrastructuur op het bestaande tracé en een oostelijke omleiding (in weerwil van provinciaal en gemeentelijk planologisch beleid). Bij de oostelijke omleiding is het in principe mogelijk om de weg op maaiveld of verdiept aan te leggen. De oostelijke omleiding kent drie varianten: het gaat daarbij om twee autosnelwegvarianten en één autowegvariant.”

De autowegvariant volgt hierbij het tracé van de twee autosnelwegvarianten. De twee tracévarianten van de oostelijke omleiding staan aangegeven op bijlage 3 van de Startnotitie 1995.

Bijlage 3 van Startnotitie 11 december 1995
Uitsnede van bijlage 3






























202003 Oosttrace 2 varianten A.jpg
202003 Oosttrace 2 varianten B.jpg




















De Startnotitie van 1995 heeft ter inzage gelegen en in april 1996 zijn de richtlijnen voor de Trajectnota/MER door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld. Vervolgens is het onderzoek stilgelegd vanwege herprioritering binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).

Niet alleen in 1995 maar ook vele jaren eerder werd er al over een oosttracé nagedacht. Zo werd in het Structuurschema Verkeer en Vervoer (1977), het toenmalige Streekplan Zuid-Limburg van de Provincie Limburg (1977) en het Structuurplan van de gemeente Maastricht (1979) reeds melding gemaakt van de mogelijkheid van een omlegging van de E9/A2 oostelijk om Maastricht.

Vereniging Geen Oost-tracé voor de A2

Onder de naam "Geen Oost-tracé voor de A2" werd in 1996 een vereniging opgericht die zich verzette tegen de toen in de Startnotitie van 1995 opgenomen oostelijke omleiding van de A2. De vereniging had 446 leden en daarvan waren 107 inwoners van Amby.

De vereniging had als doelstelling het voorkomen van aantasting van de aan de oostzijde van Maastricht gelegen gebieden door aanleg van een autosnelweg. De belangrijkste argumenten daarvoor waren:

  • Het oosttracé biedt geen blijvende oplossing voor het verkeersprobleem gegeven het feit dat slechts 20% van het verkeersaanbod doorgaand is.
  • Een nieuw leefbaarheidsprobleem wordt gecreëerd aan de oostkant van de stad en een flexibele overgang van stad naar platteland wordt onmogelijk
  • Er vindt aantasting van het landschap plaats met als gevolg onder meer:
    • de toch al schaarse open ruimte wordt verder ingeperkt
    • bedreiging van de leefgebieden van o.a. hamster en das
    • bedreiging landgoederen en kleine landschapselementen
    • de drinkwatervoorziening in het gebied komt in gevaar
    • een belangrijk landbouwgebied wordt in ruimte beperkt

Het belang van de vereniging was vooral:

  • bundeling van krachten maakt effectievere beïnvloeding mogelijk
  • bundeling van kennis en expertise om met tegenargumenten te komen
  • verdeling van de kosten van een eventuele procedure of inhuren van externe expertise.

Opheffing vereniging

Op 19 maart 1997 deelde Rijkswaterstaat tijdens een persconferentie mee, dat de tracé/MER-studie voor Rijksweg 2-passage Maastricht beperkt zou blijven tot die alternatieven welke de toen bekende problemen konden oplossen. Het oosttracé viel daarbij af, omdat volgens berekeningen de verkeersdrukte in het jaar 2010 ter plaatse van de bestaande traverse (1997) even groot zou zijn als in 1997. Bij de afweging om het oosttracé te laten afvallen hebben tevens het maatschappelijk draagvlak, leefbaarheids- en milieuaspecten een rol gespeeld. De doelstelling van de vereniging, te weten het voorkomen van aantasting van de aan de oostzijde van Maastricht gelegen gebieden door aanleg van een autosnelweg, leek met deze mededeling van Rijkswaterstaat in feite bereikt. Tijdens de extra ledenvergadering van 17 april 1997 werd besloten dat de vereniging weliswaar bleef bestaan, maar voorlopig voor een periode van twee jaar een sluimerend bestaan zou leiden. In 2000 is de vereniging ontbonden toen klip en klaar was dat de omleiding aan de oostkant van Maastricht voor de Rijksoverheid geen reële optie meer was om te onderzoeken.

Oostelijke omleiding is niet realistisch

Startnotitie juni 2004

In juni 2004 verscheen er wederom een startnotitie, de “Startnotitie A2-passage Maastricht” van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat waarin de Hoofdingenieur-Directeur aangeeft: “De lange voorgeschiedenis van het A2-project Maastricht heeft ertoe geleid dat wij ons er nu samen met de gemeente Maastricht, de gemeente Meerssen en de provincie Limburg sterk voor maken om snelheid te betrachten”.

Volgens de kennis en inzichten van 2004 zou volgens deze startnotitie met een oostelijk tracé langs Amby de doorstroming op de A2 wel gegarandeerd zijn, maar zou de bereikbaarheid van Maastricht niet daadwerkelijk verbeteren omdat nog steeds een groot deel van het verkeer gebruik zou blijven maken van de bestaande A2-passage. De verkeersprognoses gaven aan dat er dan nog steeds sprake zou zijn van een slechte doorstroming en dus ook van een slechte bereikbaarheid van Maastricht. Het oostelijk tracé bood dus naar verwachting geen afdoende oplossing voor het probleem en werd daarom niet als een realistisch alternatief beschouwd. En niet onbelangrijk: in de startnotitie 2004 werd ook onderkend dat een oostelijk tracé langs Amby in een gebied lag waarin ook twee kernleefgebieden van hamsters (de korenwolf), een grondwaterbeschermingsgebied en een waterwingebied lagen. Ook werd onderkend dat ten aanzien van het landelijk gebied door de Provincie werd uitgegaan van “het in stand houden van een vitaal landelijk gebied waarbij gestreefd wordt naar beheersing en zelfs terugdringing van de verstening”. In figuur 4 van de Startnotitie 2004 is het niet als realistisch beschouwde oosttracé globaal weergegeven.

Kortom: geen Oosttracé voor de A2.

Het niet als realistisch beschouwde oosttracé volgens de Startnotitie 2004