Processie in Amby in de jaren vijftig

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit is een verhaal van de heer Ben Huntjens. Ben, die in november 2024 zijn 87ste verjaardag hoopt te vieren, neemt ons mee naar zijn herinneringen aan de processies uit de nadagen van het “Rijke Roomse Leven”, zeg maar de jaren vijftig van de 20e eeuw. Aangezien Ben het niet bezwaarlijk vindt dat Amiepedia de tekst bewerkt en aanpast voor publicatie, is dit artikel een beetje geredigeerd. Uiteraard blijft de inhoud van dit artikel Processies in Amby in de jaren vijftig van Ben.

De processies

“We hadden oorspronkelijk twee processies per jaar in het dorp. De eerste was op de eerste zondag in juli. Dit was de sacramentsprocessie zoals nu nog gebruikelijk is, waarna de driedaagse kermis begon. De tweede processie was op 15 augustus. Dit is een Mariafeestdag (Maria-Hemelvaart). Dit is een kerkelijke feestdag die ook wel op een doordeweekse dag kan plaatsvinden. We kregen dan wel de zondagse kleren aan maar geen zondagscenten”, aldus Ben. Deze katholieke feestdag is in alle katholieke streken van de wereld een vrije dag, behalve in Nederland. Dit katholieke feest wordt gevierd op de dichtstbijzijnde zondag voor of na 15 augustus.

De processies hadden toentertijd elke keer dezelfde routes. Ben beschrijft alleen de belangrijkste processie, die van de eerste zondag van juli.

Opstelling processie

De volgorde van de deelnemende groepen in de processie was als volgt:

  • Als eerste gingen enkele paarden van de ruiterclub, bereden door Rie Limpens, Toes v.d. Linden, Jean Huntjens, Sjef Pieters (later bekend als “Hot Juu” bij carnavalsvereniging de Sjlaaibök) en Giel Bessems. Dit was soms niet zo aangenaam voor de volgende processiedeelnemers, want de paardenmoppen (paardenkeutels) vervuilden de looproute menigmaal.
Communicantjes in de processie; let ook op de beide Engelen als straatversiering
  • Dan volgden misdienaars en een acoliet met het kruisbeeld.
  • Hierna vormden de jongens en meisjes van de lagere klassen van de scholen elk een groep, die begeleid werden door de leerkrachten/zusters.
  • Vervolgens kwamen de biddende vrouwen.
  • Daarna kwamen twee groepen die werden verzorgd en gekleed door de zusters van de meisjesschool. De meisjes van de hoogste klassen vormden een gele en een paarse groep. Zij droegen lange gewaden of jurken in geel en paars: de kerkelijke en pauselijke kleuren. Geel/goud staat voor rijkdom en puurheid: de rijkdom van het geloof, de traditie van de Kerk en de puurheid van de waarheid die Christus is. Paars geeft uitdrukking aan ingetogenheid en waardigheid.
  • Deze groepen werden gevolgd door de communiekantjes en bruidjes, die strooisel van bloemenblaadjes wierpen.
Na de schoolmeisjes en hun zuster volgden de gidsen
  • De welpen, verkenners en de gidsen (nu Scouting Amby) waren de volgende groepen, waarbij jongens en meisjes apart liepen.
De Engelengroep met schilden, voorzien van devote teksten
  • Dan volgde een groep opgeschoten, grotere meisjes. Zij waren gekleed in een witte, lange jurk: de maagdengroep, waarvan elk een palmtak droeg. Zij zongen een bepaald lied waarin “Hosanna” was verwerkt. Als dit woord gezongen werd zwaaiden ze telkens met de palmtak, allen in dezelfde richting.
  • Daarachter liep de harmonie. De vlaggengroep van tegenwoordig bestond niet; er was toen nog geen Ambyse Jongeren vereniging (AJV).
  • Achter de harmonie kwamen de koorjongens en acolieten met wierookvaten. Deze werden in een figuur gezwaaid, van buiten naar binnen en weer terug. Soms werd hierbij ook wel eens de straatgrond geraakt. Dan vloog het vuur vanuit het wierookvat over de straat…
D’n Hiemel komt aan bij rustaltaar Hoeve Daelhof. De meisjes strooien van thuis meegebrachte bloemblaadjes vanuit hun mandje.
  • Als bijna laatste liepen de Hemeldragers met de Hemel (“d’n Hiemel”). Dit baldakijn werd gedragen door de toenmalige jonge en oudere boeren. Onder “d’n Hiemel” liep de priester met het Allerheiligste.
  • Het kerkbestuur met genodigden - burgemeester, wethouders en gemeenteraadsleden - volgden vlak voor het kerkelijk zangkoor dat destijds uit alleen mannen bestond.
  • Als slotstuk kwamen de Ambyse mannen, die al dan niet biddend of pratend (wauwelend of kletsend) de stoet sloten.


Alle deelnemers aan de processie liepen in twee rijen: eentje langs de linker en de ander langs de rechter straatkant. Tussen deze rijen liep een “voorbidder”, die met een “aanwijsstok” met kruisje erop aangaf welke rij het eerste en welke rij het tweede deel van het Onze Vader en het Weesgegroet Maria moest bidden. Zo werd het lange Rozenkransgebed doorlopen.




De route

De processie op de eerste zondag van juli ging vanuit de kerk naar de Kloosterstraat (vanaf 1970 Longinastraat), tot halverwege het klooster van de zusters. Daar waren de voormalige meisjesschool en het toenmalige Groene Kruisgebouw. Hier was het eerste rustaltaar.

De straat was toen nog niet helemaal bebouwd. Enkele huizen voorbij het klooster waren slechts weilanden. Daar is zelfs nog het voetbalveld van RKASV geweest. Nadat de bebouwing van de straat volledig was, is het rustaltaar verplaatst naar het kruispunt Longinastraat-Molenweg-Hooverenweg-Keutenbergweg (richting Berg en Terblijt, denkelijk vanwege de steile helling op z’n Amies uitgesproken als "Kutteberg"). Dit rustaltaar was op de hoek bij boerderij Daelhof, waar momenteel het Magisch Theatertje gehuisvest is.

Rustaltaar bij de oude Kapel op de kruising Eindstraat, Hagenstraat en De Doej

Vandaar ging men verder via de Molenweg richting Hagenstraat. Bij het kruisbeeld halverwege, op de hoek Molenweg-Hagenstraat, werd geen halt gehouden. Verder ging de processie via de Hagenstraat naar het rustaltaar “In De Pin”. Dit was gelegen op de kruising Hagenstraat met de toenmalige Dorpsstraat (Ambyerstraat Noord) , de Eindstraat (eveneens nu Ambyerstraat Noord) en In de O (De Doei). Hier stond de voormalige kapel.

Het veldkruis op de hoek Molenweg-Hagenstraat

Deze Kapel aan het Kruis is verplaatst - of liever gezegd: er werd een nieuwe kopie gebouwd - naar de splitsing Ambyerstraat Noord-Westrand. Vanaf de kapel in de Pin trok men vervolgens richting kerk over de Dorpsstraat (AmbyerstraatNoord).


Overigens, nadat het kapelletje verdwenen was (1968) tot aan de wederopbouw van een vervangende kapel en later de herbouw van de originele kapel iets verderop (1985), werd het kruisbeeld op de hoek van de Hagenstraat en de Molenweg wél enkele malen gebruikt als rustaltaar.

Kamerschieten

Kamerschieten

Tijdens de processie werden ook toen “kamers” geschoten. Dit was iets dat alleen bestemd en gedaan werd door de Jonkheid van de Pin en heden ten dage door de groep “Kamersjöttersj Amie”.

“Kamers” zijn zijn ijzeren of stalen “bussen” met bovenaan een vulgat en een ontstekingsgaatje aan de onderkant. Deze kamers waren in het bezit van de familie Smeets, met name Sjef Smeets, bekend onder zijn bijnaam “Pitsje”. Bij het voorbereiden en afschieten van de kamers werd Sjef bijgestaan door enkele leden van de Jonkheid waarbij zijn broer Jan. Na zijn overlijden namen enkele andere personen dit over. Dit waren de heren Pie Zaar, Frans Braeken, Harry Otten en Rob Plantaz. Na het overlijden van deze eerste vier mannen wordt het kamerschieten voortgezet door Rob Plantaz, samen met Alphons (Biek) Damoiseaux, zijn zoon Chrit, Stan van Geffen (neef van “Pitsje”), Steven Brauwers en Niels Peeters en een soms wat wisselende verdere bezetting.

Deze kamers moe(s)ten gevuld worden met buskruit en een bepaald soort grond: kurkdroge leem (“leim”), ontdaan van alle steentjes. Eerst wordt er een laagje buskruit in gestopt, afgedekt met een stukje krantenpapier. Daarop komt dan telkens een laagje “leim” dat stevig wordt aangeklopt. Er komt net zoveel “leim” op het buskruit totdat de kamer geheel is gevuld. Het aankloppen (“houwe”) van de kamers gebeurt met een houten hamer en ronde houtjes die in de opening passen. Geen ijzeren of metalen hamers: deze kunnen bij een misslag vonken doen ontstaan waardoor het buskruit vroegtijdig kan ontploffen. Voor uitleg van de gehele procedure: zie het geïllustreerde artikel Kamersjöttersj Amie op Amiepedia.


In vroeger tijden werden de kamers gevuld en “gehouwe” op de boomstammen die In de O (De Doei) in bruikleen waren gegeven.

Het afschieten van de kamers gebeurde destijds ook in het straatje In de O (De Doei). Bij aankomst van de processie werden twee of drie kamers afgeschoten, als teken dat de stoet naderde en mensen zich konden voorbereiden op de komst van “d’n Hiemel” met het Allerheiligste. Bij het geven van de zegen met het Allerheiligste werden twaalf tot veertien kamers achter elkaar geschoten. De laatste twee of drie werden afgevuurd bij het vertrek van de processie.

Processie in de jaren 1950: het bloementapijt in de krant

Omdat het kamerschieten een bijna verdwenen gebruik is, is er moeilijk aan nieuwe kamers te komen. Door oplettendheid van de schutters is het aantal kamers in 2024 gestegen naar 29 in totaal.

Bloementapijt in de héle Kloosterstraat

Straat- en altaar versieringen

In die tijd werden de straten versierd met vlaggen en vaandels. In de Kloosterstraat (nu Longinastraat) werd een hele bloemenloper van begin tot einde gelegd. Hier werkten alle bewoners, groot en klein, aan mee.

Het tapijt “loopt” langs de eerste huizen en de school (rechts van de voetganger)


Bij de kapel In de Pin en bij het gemeentehuis werden op de grond versieringen aangebracht. Ben: “De makers hiervan bij de kapel In de Pin zijn mij onbekend, maar aan het gemeentehuis deden dat de gebroeders Bèr en Jeu Slangen, Sjef Rompelberg, mijn broer Jean Huntjens en ik.” Hier werd al op zaterdagavond en zelfs ’s nachts aan gewerkt op een grote plank. Om 6.00 uur ’s morgens werd alles naar buiten gebracht en neergelegd voor de afwerking. Het was vervolgens de bedoeling dat de priester met het Allerheiligste daar overheen liep - minstens één voetstap - maar deze probeerde er steeds, elk jaar, omheen te lopen. Toen is er een afspraak met de Hemeldragers gemaakt dat deze “d’n Hiemel“ waaronder de priester met het Allerheiligste liep vlak voor het zand- of bloemenfiguur zouden neerzetten, zodat de priester er wel door móést lopen.

Het tapijt loopt langs de haag aan het begin van de Kloosterstraat. Nu is daar het begin van de Peppelhoven.
Het straatlange bloementapijt start op het kruispunt Dorpsstraat-Kloosterstraat
Het tapijt gaat langs de nog onbebouwde weilanden, in het midden van de Kloosterstraat. Later is hier het Eikenpad aangelegd.

De duiven

Bij het rustaltaar voor het (voormalige) gemeentehuis werd nog iets extra’s gedaan. Ben: “We hadden namelijk op de boerderij - nu de Hof van Huntjens - sierduifjes, Witte Pauwstaartjes. Hiervan werden er enkele gevangen en in een korf gezet. Boven de deur van het gemeentehuis is een betonnen balkon met een steun voor een vlaggenmast. Hier werd een plaat neergezet met het woord “Welkom”. Als kleine jongen moest ik daarachter, voordat de processie arriveerde, met de duifjes plaats nemen. Als de priester dan met het Allerheiligste de zegen gaf kreeg ik een teken van Jeu Slangen uit een raam van bij ons thuis en moest ik de duifjes los laten.”


Dan ging de processie verder tot in de kerk, waar na een korte afsluitende plechtigheid en de zegen de processie werd ontbonden. Nu kon de kermis kon beginnen, maar liefst drie dagen lang!

Zie ook

Processie in Amby