Puts: de dorpswinkel van vroeger

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het winkelpand van Puts aan Dorpsstraat 18
De Dorpsstraat in het begin van de jaren 1920

In het begin van de vorige eeuw had men in een buurt of dorp vaak een concentratie van winkels met de eerste levensbehoeften. Het waren kleine winkels, klein in oppervlakte en omzet en beperkt in het assortiment. Een groot klantenbestand kon men in het geheel niet aan, houdbaarheid en gekoelde opslag beperkten de mogelijkheden in de winkels en in huishoudens. De middenstand in de dorpen had een eigen gezicht: kleurrijke mensen die gewend waren om lange dagen te maken. De winkelier ging naar de mensen in plaats van andersom, maar men kon ook na sluitingstijd achterom komen voor ‘een kopje suiker’ of iets dergelijks. Begin vorige eeuw verkochten de meeste winkels maar één ding, bijvoorbeeld brood, of vlees, of melk. Er waren ook kleinere winkels waar je levensmiddelen kon kopen, zoals suiker, meel, eieren en snoepjes. Of zaken uit andere landen zoals koffie, kaneel en peper. De eigenaar van zo'n winkel werd een kruidenier genoemd. Een van zo'n dorpswinkel van vroeger was de winkel van Puts in Amby. Onderstaand verhaal bij deze winkel geeft weer een beetje meer inkijk in het Amby van weleer!

De Dorpsstraat rond 1900
Het winkelpand van de familie Puts aan de kerk, begin 20ste eeuw



De winkel van Puts

De oudere inwoners van Amby, getogen in het dorp, zullen zich ongetwijfeld nog de winkel van Puts tegenover de kerk herinneren. Amby kende destijds, de jaren voor- en na de tweede Wereldoorlog, meerdere kleine zaken. Ze lagen verspreid door het hele dorp, dat toen weliswaar slechts uit een beperkt aantal straten bestond. Over één van deze winkels kan Riny Puts eindeloos vertellen. Ze groeide namelijk op in en achter de winkel van haar ouders aan de toenmalige Dorpsstraat, nu Ambyerstraat Noord 18, tegenover de kerk.

Ouders Puts-Maassen

Vader en Moeder Puts voor de winkel

In 1928 trouwden Frans Puts en Marie Maasen. Zij was oorspronkelijk afkomstig uit Echt en werkzaam en inwonend als huishoudelijke hulp bij een Joodse familie aan de Wilhelminasingel te Maastricht. Hij was afkomstig uit Amby en was werkzaam bij o.a. Cox-Geelen. Dit ‘Kachelpiepefebrik’, in de Maastrichtse volksmond zo genoemd, was gespecialiseerd in het verwerken van plaatijzer tot kachelartikelen. Het bedrijf startte in 1946 aan de Scharnerweg, waar nu in het begin van de 21e eeuw Albert Heijn is gevestigd. Naderhand verhuisde Frans met het bedrijf mee naar Eijsden. De ouders van Frans waren afkomstig uit Amby, maar hadden een tijdlang in Duitsland gewoond in de buurt van Duisburg. De eerste vier jaren van hun huwelijk ventten Frans en Marie met kar en paard langs de deur met groenten. Ze woonden in bij hun ouders aan Dorpstraat 18. Dit huis zouden ze in 1932 overnemen. De ouders zouden tot hun overlijden bij hen blijven wonen. Nadat Frans en Marie vier jaren lang op deze manier hun ‘waar’ aan de man hadden gebracht, begonnen ze hun winkel die tot 1970 zou bestaan. Oorspronkelijk verkochten ze levensmiddelen en groenten.

Bedrijfskaart voor detailhandel van vader Frans Puts
Venterskaart van moeder Marie Puts


Het gezin Puts

Het gezin Puts bestond naast Riny uit nog twee broers, te weten Lei en Jo, respectievelijk 12 en 8 jaren ouder dan Riny. Beiden waren niet geïnteresseerd in de winkel. Lei vertrok als dienstplichtig soldaat naar “de Oost”, waar hij eind jaren 1940 deelnam aan de politionele acties in Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Na terugkomst ging hij werken bij MOSA in Maastricht.

1952: broer Lei Puts zwaait af als Indiëganger
Vader Frans, moeder Marie, Riny en broer Jo Puts

Jo werd kleermaker nadat hij als kvv’er terugkwam van de Koreaanse oorlog. Hieraan nam Nederland mee als gevolg van een VN beslissing. KVV staat voor Kort verband Vrijwilliger: een dienstplichtige die vrijwillig 4 tot 6 jaar een dienstbetrekking aanging bij het leger. Jo werkte na zijn diensttijd in een atelier in Ulestraten dat in handen was van Annie Meijers, dochter van een grote en bekende familie uit Amby. Maar Jo had na terugkomst uit Korea meer van de wereld gezien en emigreerde al snel naar Australië, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

Ouders Frans en Marie Puts in de Dorpsstraat, tegenover hun winkel

De indeling van het winkelpand/woonhuis was als volgt: het linker gedeelte van het huis was ingeruimd voor de winkel, het rechter gedeelte was het woonhuis. Tussen hun huis en dat van de huidige Tattoo-shop, voorheen beter bekend van de rijwiel-zaak van Lei Puts, lag het achterhuis. Dat was de woning van “tant Leen” , de moeder van Lei. Dit huis lag iets naar achteren. Tante Leen had vier kinderen: Lies, Mia, Gerda en de eerder genoemde Lei. Riny: “Het was een leuke tante. Ik ging daar vaak kervelsoep eten. En als mijn jurk vuil was ging ik ook naar tante Leen; zij maakte mijn jurk weer schoon, want anders was er gemopper van mijn moeder als ik thuis kwam. En uiteraard waren daar de meisjes Lies en Mia aanwezig. Dat vond ik gezellig, want bij ons had ik alleen maar de jongens”. Achter hun huizen lag een grote tuin waar, zoals gebruikelijk in die jaren, een moestuin was. Ook stond er een ‘sjöpke’ (schuur). Er liep zelfs wat klein vee rond. Ook had de familie nog een stuk land waarop aardbeien werden verbouwd. Dit lag aan de Molenweg, tegenover het huidige speelterrein Tina. Kinderen uit de buurt kwamen regelmatig meehelpen, aardbeien plukken. Riny: “Later kochten pa en ma nog de twee huizen die naast hun pand gelegen waren en waar onder andere de familie Swelsen en Pieters hebben gewoond.” Nu is er op dit adres Ambyerstraat Noord 20 het bedrijf Foto Amycal gevestigd.


Riny en de winkel

Aangezien beide broers van Riny geen interesse hadden in de winkel, “mocht” Riny al vroeg meewerken. Direct na schooltijd moest zij de bestellingen rondbrengen, o.a. naar “madame” Pluijmakers - woonachtig In de Pin - en naar de nonnen van huize Severen.

Riny op jonge leeftijd

Dat laatste vond ze geweldig, want dan kon ze daar lekker ravotten met de daar verblijvende kinderen. Later moest ze tot haar grote spijt de middelbare school vroegtijdig verlaten, omdat ze fulltime moest meewerken in de zaak. “Daar had je in die jaren niets over te zeggen. In dit geval gold ‘moeders wil was wet’ en dat moest je maar opvolgen.” In 1958 trouwde Riny met Math, die naast zijn toenmalige werkzaamheden bij de papierfabriek ook in de zaak meehielp met het inruimen van de levensmiddelen, zoals haar vader voorheen ook altijd gedaan had.

Riny en Math achter de toonbank
Riny en Math in de winkel

Math Jalhay is ook geen onbekende in Amby. Het zal bij velen bekend zijn dat Math drie jaar voorop liep bij de harmonie St-Walburga als tambour-maître. Ook keepte hij enige tijd bij RKASV. Zoals dat gewoon was in die tijd woonden Riny en Math in bij haar ouders. In 1962 kochten zij een pas opgeleverd huis aan het Severenplein. Zij woonden hier tot 1965, maar ruilden toen de woning met haar ouders omdat ze de zaak overnamen. Daardoor kwamen zij weer te wonen aan de “Dörpsjtraot”. Vanaf 1970 gingen ze weer definitief wonen aan het Severenplein.

In 1965, na pensionering van haar ouders, heeft Riny de zaak overgenomen en uitgebreid met de verkoop van textiel. Zij verkocht onder andere handdoeken en andere voor de hand liggende artikelen. Om dit te mogen verkopen moest Riny wel haar textieldiploma halen. “Want zonder diploma mocht je in die jaren niets verkopen waarvoor je niet gediplomeerd was”. Zo heeft Riny dus naast haar middenstandsdiploma ook haar kruideniers- en textieldiploma behaald. Riny heeft tot in 1970 de winkel opengehouden, maar door de komst van de bekende supermarkten gingen de verdiensten flink dalen. Daarom besloot zij in 1970 de winkel van de hand te doen. Zij is daarna gaan werken in Maastricht, o.a. bij Doelemans en Hoogsteder, beiden slagerijen, en in ons eigen Amby bij de toenmalige ‘Meat Pack’ op de hoek Lindenplein-Ambyerstraat Noord.


Leveranciers van “de waar”

In recordtempo lepelt Riny vele leveranciers uit die tijd op. Zij leverden de destijds zogenoemde ‘waar’. Allemaal waren het redelijk kleine bedrijven, die later al dan niet uitgroeiden tot gerenommeerde bedrijven. Riny noemt: “Beckers-Roijen op de Scharnerweg - deze zaak bestaat nog! Zij brachten de ‘gooi boter’. De firma Geelen uit Heer bracht de kaas. Vleesbeleg werd door een zaak uit Beek geleverd (de naam is Riny ontschoten). Pluymaeckers uit Heugem bracht groenten. Soudant van de Eburonenweg verzorgde het fruit. De papierenzakken waren van Bonné-papier, eveneens van de Eburonenweg. Ingelegde haringen en rolmopsen kwamen van Baltussen. Limonade werd geleverd door Huub Tillmans uit Meerssen, die een eigen limonadefabriekje had aan de Kookstraat in Meerssen. Deze leverde ook aan Drankenhandel Sjoke Gulikers. Een leuke anekdote is, dat “Huubke” limonadeflessen leverde met een beugeldop. En wat gebeurde er als het erg warm werd in de zaak (want koelkasten waren er nog niet)? Dan sprongen deze flessen in alle stukken en hoorde je een geweldig kabaal! Moeder Marie en Riny konden vervolgens dweilen en de scherven bijeen vegen. Het winkelwezen was blijkbaar niet van elk gevaar gespeend… Het naaigerei werd geleverd door Geurts aan de Grote Gracht te Maastricht. De rest van de levensmiddelen kwam van Van Dijk-Reynaerts uit Heer. Deze hadden een zaak aan de Heerderdwarsstraat, waar nu autobedrijf Regie gelegen is. Deze zaak is later opgegaan in het grote concern Sligro”.


Ma en Riny Puts naast hun ijskast buiten
Riny, trots op de succesvolle ijsverkoop

IJsjes van Puts: een schot in de roos

Riny vertelt: “En niet te vergeten: de ijsjes van Sibema uit Heer. Ik had de zaak dus in 1965 overgenomen en dat was inclusief een grote diepvrieskist. Deze stond op de stoep voor de winkel en dat was een schot in de roos. De toenmalige jeugd uit Amby vond deze roomijsjes met wafeltjes van Sibema super lekker en ze vonden dan ook gretig aftrek”. Riny wordt nog regelmatig hierover aangesproken door de jeugdigen uit de jaren 1960. “Och wat waren dat toch lekkere ijsjes die wij bij jou kregen”. Leuk vindt Riny het dat de huidige bejaarden het altijd hebben over de winkel van haar moeder, terwijl de opgroeiende jeugd uit de zestiger jaren het altijd heeft over haar ijsjes. Riny: “De mensen die mij daarover aanspreken zeggen altijd: Als wij zondags geld kregen, dan gingen we bij madam Puts een ijsje halen”.


Op de pof

“In die tijd had je je vaste klanten. In zo’n klein dorp als Amby kende men elkaar goed. Daarom werd vaak op de pof gekocht. Er waren klanten bij die maanden niet konden betalen en daardoor liep de rekening alsmaar op”. Als Riny haar moeder daarover aansprak was het standaard antwoord: “Dat komt wel goed”. Maar het kwam nooit goed, volgens Riny. Later sprak ze daar wel eens met haar moeder over. Deze zei dan steevast dat ze tijdens de oorlogsjaren nooit honger hebben hoeven te lijden, zoals bij sommige Ambyse gezinnen blijkbaar wel het geval is geweest. De distributiebonnen die zij in oorlogstijd ontvingen van de klanten kon moeder Marie weer inleveren bij de boeren, zodat er steeds voldoende voedsel in huis was. En die luxe hadden veel gezinnen niet. En sommige van die klanten kochten dus op de pof, waarbij de rekeningen open bleven staan. Een mooie karaktertrek van moeder Puts.

Moeder en dochter bij de winkeldeur

Trouwens, over luxe gesproken: Riny’s ouders hadden dan wel geen auto, waardoor pa eerst te voet naar zijn werk in Maastricht moest en naderhand met de fiets naar Cox-Geelen in Eijsden, maar ze waren wel een van de eersten in Amby die een tv-toestel hadden. Riny herinnert zich als de dag van gisteren de uitzendingen van de Tour de France. Aan hun raam stond een heel gezelschap te kijken naar de vedetten op de fiets. En elk hoogtepunt werd met luid enthousiasme begroet. Trouwens niet alleen de kijkers waren fan van het tv-toestel; ook de muizen hielden van dezelfde luxe. Ze vonden het wel fijn zich te nestelen in de warmte van de beeldbuizen! Riny vertelt nog tal van anekdotes over leuke zaken, maar er ging ook het nodige ‘leed’ over de toonbank…


Tot slot een mooi detail

De Latei, afgewerkt met bloemfiguren

Amiepedia ging op zoek naar de geschiedenis van het pand en ontdekte dat een van de oudste bouwvergunningen van Amby de toestemming is voor het vergroten van het raam in het pand van Puts uit 1907.

Plattegrond en getekend vooraanzicht van café en het latere winkelpand

Je ziet op de foto de oude en nieuwe situatie. Er was toen eerst een cafeetje van 20 (!) m2. Omdat men zeker vroeger niet ‘zomaar’ een groter raam plaatste, én een deur met glas, wordt vermoed dat dit gedaan is om te voldoen aan een wet m.b.t. daglicht in horecapanden. Maar dat is niet duidelijk. Dit verklaart ook waarom hiervoor een vergunning werd aangevraagd. Dat werd in 1907 nog bijna nooit gedaan voor zo’n kleine technische ingreep. In de plattegrond staat ook geschreven dat na de verbouwing 1/6 deel van de oppervlakte van de gevel van glas zou moeten zijn. De ijzeren latei die toen geplaatst is, zit er nog steeds. Deze is mooi afgewerkt met bloemetjes.

Riny Jalhay-Puts