Sieske Vliexs

Uit Amiepedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Alphonsine Vliexs
Sieske Vliexs jeugdfoto.jpg
Persoonsinformatie
Volledige naam Alphonsine Vliexs
Roepnaam Sieske
Geboorteplaats Amby
Geboortedatum 2 november 1925
Overlijdensplaats Maaseik (België)
Overlijdensdatum 11 maart 2016
Bidprentje InMemoriam België

Alphonsine 'Sieske' Vliexs (Amby, 2 november 1925 - Maaseik (België), 11 maart 2016) was werkzaam in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze zat als politieke gevangene vast in concentratiekamp Ravensbrück. Ze overleefde ternauwernood het kamp maar raakte wel door de ontberingen van de oorlog invalide.

Levensloop

Sieske was de zesde dochter van Martinus Hubertus Wilhelmus Vliexs en Marie Sophie Leonie Heijting. Vader Martinus (Hulsberg, 25 juni 1884) was werkzaam als koopman. In 1918 trouwde hij met de kruidenierster Marie (Meersen, 24 oktober 1896). Het huwelijk werd voltrokken in Amby.

Het gezin Vliexs bestond uit zeven dochters en één zoon (die slechts 3 maanden oud werd). Men verhuisde in 1925 van de Bergerstraat in Amby naar Maastricht. Daar vestigde vader Martinus zich als melkslijter. Later verhuisde de familie nog een keer ditmaal naar Maaseik (België). Moeder had er een kruidenierswinkel aan de Grote Kerkstraat 25 en vader was metselaar helper daarnaast nam hij de inkoop van de winkel voor zijn rekening.

Logo van het Geheim Leger

In de Tweede Wereldoorlog zaten vier zusters Vliexs bij de verzetsbeweging genaamd het Geheim Leger.

1941

Sieske ging tijdens de oorlog naar school in Maaseik maar werkte na schooltijd en tijdens vakanties op een boerderij in Roosteren (Nederland). Net over de grens bij Maaseik. Door een werkpasje kon ze probleemloos de grens oversteken. Ze nam soms tabak en klompen mee naar Nederland om dat te ruilen tegen graan en melk. In de winkel van haar moeder kwam juffrouw Nijssen die een belangrijke rol speelde in het verzet. Ook wel de weerstand genoemd. Drie oudere zussen waaronder Pia en Bertha sloten zich in 1941 aan bij de weerstand: Het Geheim Leger. Sieske wilde zich ook aansluiten maar wordt op dat moment te jong gevonden.

In het verzet

Op een dag hoort Sieske informatie over verdachte personen. Ze geeft dit door aan juffrouw Nijssen en vanaf dat moment zit Sieske in het verzet. Ze levert onder andere inlichtingen over Duitse wachtposten aan. Midden 1942 klopt de deken van Maaseik aan bij het gezin Vliexs. Hij vraagt de familie of ze vier ontsnapte Franse krijgsgevangenen kunnen helpen. De vier blijven een aantal dagen in huis en vluchten dan, om onbekende reden, naar een oude schuur in de omgeving. De zusters brengen 's avonds voedsel en drank naar de schuur. De mannen willen verder reizen en Sieske zorgt voor foto's voor hun vervalste werk passen.

Daarnaast begeleidt ze bemanningen van gecrashte vliegtuigen op de vlucht voor de Duitsers. De bemanningsleden krijgen op voorhand instructies en volgen Sieske in de stoomtram van Maaseik naar Tongeren. Daar stappen ze over naar Luik. Via afgesproken signalen maar zonder daadwerkelijk een woord te spreken helpt ze de bemanningsleden zo verder op hun vluchtroute.

Klokkenroof

Op 27 september 1943 is Sieske werkzaam op de boerderij in Roosteren. Ze hoort de kerkklokken van Maaseik luiden en ziet een Belgische vlag op de kerktoren wapperen. Ze vertrekt snel terug de grens over en ziet veel volk bij de kerk. De reden van het tumult is dat de Duitsers de kerkklokken willen opeisen. Net zoals bij de klokkenroof in Amby. Sieske wil de vlag verstoppen voordat de Duitsers arriveren. Dat lukt nog achter een schilderij in de kerk. Helaas wordt ze wel samen met anderen waaronder een zus aangehouden. De Duitsers willen haar voor straf kantoren laten poetsen. Daarbij moet ze de vloer poetsen met een Engelse vlag. Ze weigert dit, de Duitsers gooien de vlag op de grond en eisen dat Sieske erop gaat staan. Wederom weigert ze en ze wordt drie dagen opgesloten in een barak met stinkende konijnenmest. Daarna wordt ze vrijgelaten maar dat is voor korte duur.

Eerste gevangenisstraf

Enkele dagen later bij een grenscontrole gaat het mis. Een Duitse soldaat neemt haar pas af en ze begint te schelden. Ze wordt aangehouden en vervolgens op 3 oktober 1943, zonder verhoor of proces, veroordeelt tot zes maanden gevangenis wegens verzet tegen de Duitsers. De vrouwengevangenis zit overvol en na een aantal weken mag Sieske helpen in de keuken. Op 9 februari 1944 wordt ze vervroegd vrijgelaten.

Ze laat zich niet afschrikken en gaat direct weer door met haar verzetswerk. Ze is bij verschillende illegale activiteiten betrokken. In april 1944 helpt ze mee om 16 mannen naar Luik te brengen. Ze vervoert op de fiets materiaal voor het verzet waaronder een keer vijf handgranaten. Deze worden verstopt in een zak aardappelen, ze wordt aangehouden voor controle maar de granaten worden gelukkig niet gevonden.

Na D-Day

Op 6 juni 1944 begint D-Day oftewel de landing in Normandië. Het eind van de oorlog nadert. De zusters Vliexs blijven actief in het Geheim Leger ook in het overbrengen van vliegtuigbemanningen. De spanningen nemen toe en in augustus 1944 trekken zich steeds meer Duitsers terug. Verslagen zijn ze echter nog lang niet.

Begin september 1944 verzamelt het Geheim Leger, inclusief de vier zusters Vliexs, zich in de bossen van het Belgische Rotem. Onder leiding van Gustaaf Beazar zijn honderden verzetsstrijders aanwezig. Ze zijn slechts bewapent met een 20-tal machinegeweren en enkele handgraten. Vanuit Engeland belooft men een ‘parachutage’ (wapendropping). Ze wachten af maar deze blijft uit.

Laatste verzetsdaden

Bidprentje Pia Bertha Vliexs vk.jpg
Ondertussen zijn 27 Duitse soldaten, een Belgische SS-er en een aantal Nazi-gezinde vrouwen gevangen genomen. Deze worden opgesloten in de zinkfabriek van Rotem.

Op zaterdag 9 september vallen de Duitsers het Geheim leger aan om hun kameraden te bevrijden. Bij die aanval is de eerste dode onder de verzetsstrijders te betreuren. Ze houden echter stand en slaan de eerste aanval af. De verzetsbeweging vreest wel een tweede aanval. Sieske krijgt de opdracht om informatie over troepenbeweging te verzamelen. Ze hoort dat op de speelplaats van een school dat er een aantal vrachtwagens met geschut staan.

Bidprentje Pia Bertha Vliexs ak.jpg

De dag daarna volgt dan de gevreesde tweede aanval van de Duitsers. Deze keer met veel meer manschappen en materiaal. Door het uitblijven van de wapendropping beschikt het Geheim Leger over te weinig wapens. Een aantal verzetsstrijders probeert te vluchten richting Opglabbeek. De meerderheid lukt het echter niet om uit handen te blijven van de Duitsers. Een aantal personen daarvan waaronder de twee zusters van Sieske: Pia en Bertha worden zonder proces ter plekke geëxecuteerd.


Weer gevangen genomen

Sieske wordt aangehouden in de bossen van Rotem en overgebracht naar As. In de vrachtwagen hoort ze van de schietpartij in Opglabbeek. Er wordt haar door een medegevangene vertelt dat Pia is doodgeschoten. Hij weet dat ook de andere zus is doodgeschoten maar hij bespaart Sieske het treurige noodlot van Bertha. Het verhaal wat er met de derde zus is gebeurd na haar arrestatie, is vooralsnog onbekend.

Via As komt een groep van 26 personen met Sieske uiteindelijk in Heer terecht. De volgende dag worden daar 12 mannen van de weerstand waaronder Gustaaf Beazar gefusilleerd. In 1948 wordt het verzetsmonument bij Huize St. Joseph in Heer (nu Cadier en Keer) voor deze 12 Belgische verzetsstrijders onthuld.

De Duitsers brengen de overgebleven 14 personen verder naar Schinveld. Daar worden Sieske en de andere leden van het Geheim Leger ondervraagt. De helft wordt vervolgens afgevoerd naar Minder-Gangelt. Ze krijgen de opdracht om een gat te graven voor het verstoppen van benzine tonnen. In werkelijkheid zijn ze hun eigen graf aan het graven. Want later worden ze doodgeschoten. Het graf wordt pas na de oorlog ontdekt.

Sieske en de zes anderen gaan naar Düsseldorf. Wat er daarna met de vijf mannen gebeurd weet Sieske niet maar ze wordt samen met Hélène Vanlaer naar strafkamp Ratingen gebracht. Ze moeten dwangarbeid verrichten in de gieterij van staalfabriek ‘Siebeck’.

Ontsnapping uit strafkamp Ratingen

Op een zondag ondernemen Sieske en Hélène een ontsnappingspoging. Via een klein venster komen ze uit op een smalle gracht achter de fabriek. Daarna moeten ze over een stuk braakliggend grond heen. Ze bereiken bomen en struiken die wat beschutting geven.

Een landbouwer (tewerkgestelde Pool) die langskomt, verstopt de vrouwen op zijn kar en brengt ze naar een afgelegen huisje. Hij wijst ze de weg richting Nederland. Onderweg krijgen ze brood en 10 mark van een Nederlandse melkverkoopster. Ze adviseert Sieske en Hélène om de tram te nemen tot Möers, dichtbij de grens.

Bij een controle lopen ze tegen de lamp en worden teruggebracht naar strafkamp Ratingen. Daar moeten ze hun kleding inleveren en krijgen ze enkel een lap stof als vervanging. Die stof binden ze onder hun oksels samen. Veel vernederingen van de kampcommandant volgen. Ze worden op transport gezet naar concentratiekamp Ravensbrück. In volgepropte treinwagons met hongerige en dorstige mensen is men twee dagen onderweg. Ze krijgen slechts een beetje water. Per persoon genoeg voor enkele slokken.

Ravensbrück

Barakken van concentratiekamp Ravensbrück

Aangekomen in concentratiekamp Ravensbrück moet iedereen urenlang naakt buiten wachten. Daarna perst de SS-bewaking iedereen de badruimte in. Hun haren worden afgeschoren en alle lichaamsopeningen worden onderzocht. Vervolgens krijgen ze hun kampkleren toegeworpen. Sieske en Hélène belanden in blok 26 met alleen maar Poolse vrouwen. Ze krijgen allemaal een nummer en hadden geen naam meer. Sieske haar nummer is 72 968 en moet een rode driehoek met B van België op de kampkleding dragen. Omdat ze een ontsnappingspoging in Ratingen heeft ondernomen, krijgt ze ook nog een grote rode cirkel op haar rug.

Het leven in Ravensbrück is de ware hel op aarde. Weinig voedsel en veel kwellingen. Op een dag krijgt Sieske een nieuw nummer: 12.176. Ze gaat opnieuw op transport.

Wittenberg

Siekse vliexs kampkleding.jpg

Ze wordt per trein naar Wittenberg gebracht. In de buurt van het kamp ligt de vliegtuigfabriek ‘Arado’ waar Sieske 12 tot 14 uur per dag dwangarbeid verricht. Soms gaat het luchtalarm af als de geallieerde vliegtuigen overkomen. De gevangenen genieten zo'n moment want dat betekent de bevrijding is hopelijk nabij.

Ondertussen worden de omstandigheden door de strenge winter nog slechter. Door ziektes, honger en kou wordt overleven bijna onmogelijk. Sieske houdt het ondanks alle ontberingen vol.

In april 1945 worden de Duitsers onrustig. Door de twee fronten wordt de druk op SS-ers en de kampbewaking steeds groter. Ze maken zich op voor een vertrek.

Sieske vreest dat de Duitsers iedereen zouden meenemen bij vertrek. Echter er gebeurd iets ongelooflijk. De Duitsers verlaten het kamp en ze sluiten de poort. Ze laten iedereen onbewaakt achter de elektrische draadversperring. De keuken van de SS-ers waar nog voedsel ligt, wordt meteen geplunderd. Er wordt gevochten om iets te bemachtigen. Iedereen is uitzinnig van vreugde.

Plots wordt geroepen dat de Duitsers terugkomen. Er wordt geschoten op de gevangenen die bij de SS-gebouwen rondlopen. Sieske krijgt een slag met een geweerkolf op haar rug terwijl ze vlucht met aardappelen naar haar barak. De commotie duurt niet lang. De SS vertrekt voor de tweede keer. De draadomheining wordt doorgesneden en een juichende massa gevangenen loopt de vrijheid tegemoet!

De Belgen blijven in het kamp en wachten angstig af. Het is 23 april 1945 en de eerste Russische soldaten naderen het kamp. Er wordt rondom het kamp nog gevochten tussen tussen de Duitse Volkssturm (oude mannen en jonge knapen) en het Russisch leger. In het kamp zorgen kogels en granaten voor paniek. De barak van Sieske vliegt in brand en Berthe uit Leuven overlijdt die nacht. Kort daarna bevrijden de Russen het kamp dan echt. Ze brengen voedsel mee: melk, eieren, konijnen, kip en zelfs een klein varken. Sieske kan er niet van genieten. Ze is ziek en doodmoe.

Terug naar huis

Uiteindelijk vertrekt Sieske met een groep Belgen te voet terug naar huis. Het duurt nog tot 10 mei 1945 voor ze de Elbe kunnen oversteken. Daarna worden ze opgevangen door de Amerikanen. Naast voedsel krijgt Sieske de kans om weer in een echt bed te slapen. Ze wordt gecontroleerd door een dokter en deze stuurt haar naar een ziekenhuis in Bitterfeld. De andere Belgen komen op bezoek en vertellen dat ze terug naar huis kunnen. Sieske kan en mag niet mee, ze is te zwak. Ze blijft tot eind mei in het ziekenhuis.

Ze moet in haar ‘zebraplunje’ de begrafenis van acht Politiek Gevangenen bijwonen die nog na de bevrijding vermoord worden. De Amerikanen filmen deze begrafenis en verplichten de Duitse burgers de lijken te groeten.

Voorlichting geven aan scholieren

Sieske is inmiddels genoeg aangesterkt om terug te keren naar België per vliegtuig. Op 8 juni 1945 landt ze op vliegveld Bierset. Ze kan nu eindelijk terug naar huis. Er volgt een onbeschrijfelijke vreugde bij het weerzien van haar ouders en zussen. Meteen gevolgd door een zware slag want ze hoort dat ook Bertha is doodgeschoten door de Duitsers. Ze kan niet begrijpen en aanvaarden dat haar twee zussen niet de kans hebben gekregen om te overleven. Zij zijn zonder vorm van proces, laffelijk vermoord! Sieske kreeg die kans wel en overleefde de hel!

Na twee weken thuis vertrekt ze naar Zwitserland voor de verzorging van de opgedane tuberculose. Een jaar later kan ze terug naar huis.

Ze blijft haar leven lang last houden van de lichamelijke kwalen die het gevolg zijn van haar gevangenschap in de kampen. Sieske is oorlogsinvalide maar desondanks geeft ze lezingen aan scholieren. Daarnaast zet ze zich jarenlang in voor de Politieke Gevangenen en voor het Geheime Leger. In 2016 sterft ze op 90-jarige leeftijd.


Wijze raad

Sieske Vliexs oudere leeftijd.jpg

In meerdere interviews die Sieske geeft, is de gruwel die ze doorstaan heeft te lezen. Bij een interview in 2008 geeft ze een wijze raad. Ze krijgt de vraag voorgelegd: "Waar ik de kracht vond om door te gaan?"

Tot het laatste hield ik de moed erin, want als je de moed opgeeft is het gedaan! Samen met een fijn opgevoede Poolse vrouw die ook op het bovenste bed lag, zong ik liedjes in het kamp. Men kan overleven als men de wil heeft. Toch hoop ik dat de jeugd en de komende generaties dit nooit moeten meemaken, dat ze nooit een oorlog zullen kennen. Als ik één wijze raad mag geven: wees tevreden met wat je hebt.

Zie ook