Start van een traditie: de Bok weurt opgelaote in Amie
Zaterdagavond 24 februari 1979 staat waarschijnlijk nog bij veel inwoners van Amie in het carnavals geheugen gegrift. In de St. Walburgakerk vond die avond de allereerste carnavalsmis van CV de Sjlaaibok plaats. De kerk zat vol en de sfeer was verwachtingsvol, want buiten wachtte het publiek op het Severenplein op een moment dat een mooie nieuwe traditie ging worden. Na afloop van de mis verzamelden velen zich op het plein. Voor het eerst werd De Bok opgelaten. Een mooi moment dat sindsdien het officiële startsein vormt van het Ambyse carnaval. Die bijzondere eer was weggelegd voor de prins van het voorgaande jaar. In 1978 waren dat Pierre en Annie Coenen-Gulikers, het prinsenpaar dat zonder het te weten een traditie in gang zette.
Voor het eerst omhoog
Pierre straalt nog steeds wanneer hij terugdenkt aan dat moment. Aan de voet van de hoge paal stond een ladder klaar. De bok moest handmatig omhoog worden getild en in een lus worden gehangen. Geen hijskraan, geen techniek, puur spierkracht en spanning. Dat moest kunnen lukken met een niet te zware bok, die van schuimrubber was gemaakt. Toen de bok eenmaal hing barstte het feest los. Carnaval 1979 in Amby was officieel begonnen en De Bok keek er tot en met dinsdagavond 24.00 uur onafgebroken op toe!
Van café naar café
Carnavalszaterdag betekende in die tijd vooral van café naar café trekken. Elk café had zijn eigen sfeer, zijn eigen muziek, zijn eigen feest. De hofkapel liep voorop en begeleidde de Sjlaaibök en het prinsenpaar van 1979 (Jo en Maria Snackers-Ghijsen) door de Amiese sjtraote. Wat toen begon als een nieuwe traditie, groeide uit tot een geliefde activiteit die Amby nog altijd koestert. De eerste opgelaten bok van 1979 leeft verder in verhalen, in herinneringen en in de trots van iedereen die er toen bij was.
Pierre vertelt
In de jaren die volgden bleef Pierre, bescheiden maar toegewijd, trouw aan “zijn” carnavalszaterdag. Jaar na jaar zorgde hij achter de schermen voor de bloemstukken in de St. Walburgakerk, een taak die bij hem thuis uitgroeide tot een heel ritueel. Al drie weken van tevoren snoeide hij takken met bloesem, die vervolgens een warmer plekje kregen naast de kachel zodat ze precies op tijd in kleur stonden. “Dit gebeurde tot lichte ergernis van Annie, die haar woonkamer langzaam zag veranderen in een mini-kas.” Op carnavalszaterdag zelf was Pierre niet aanspreekbaar voor iets anders. Niemand moest hem in de weg lopen, want zijn volledige aandacht ging naar het in orde maken van de kerk. Pas als de bloemstukken perfect stonden, kon het carnaval voor hem beginnen.
Bij “De Knaus”
De Ajd Prinse hadden bij Café het Wapen hun vast vergaderlokaal. In uitgerekend dit café vond overigens ook de oprichting plaats van CV de Sjlaaibok, hetgeen te lezen is in het artikel Historie van C.V. De Sjlaaibök 1: De oprichting. Op het verzoek van de Ajd Prinse stelde kastelein Nico Bergholtz - de Knaus - zijn zoldertje boven zijn tuinhuis beschikbaar als bergplaats voor de jaarlijks op te hangen Bok en alle materialen die daarvoor nodig waren. In de laatste dagen voor het carnaval werd op het binnenplaatsje achter het café een wagentje versierd, waarop de Bok werd geplaatst. Hiermee werd de Bok naar de kerk vervoerd waar elk jaar op zaterdag voor carnaval de carnavalsmis plaats vindt, waarna de Bok naar het Severenplein wordt gebracht. De laatste jaren wordt dit vergezeld door sfeervolle fakkels en siervuurwerk! Op het plein staan dan best veel mensen de Bok op te wachten, terwijl iedereen in stemming wordt gebracht met carnavalsmuziek.
Bok oplaote in de loop der tijd
In de eerste jaren werd de organisatie van het ophangen van de Bok trouw georganiseerd door de Ajd Prinse Garde, die werd opgericht in het jaar van het 22-jarig Sjlaaibokjubileum. Het was de aftredende prins die de eer kreeg de bok omhoog te hijsen. In de loop der tijd werd deze druk bezochte happening op het Severenplein steeds verder uitgebreid. Binnen de kortste keren kwam er immers een heuse confettiregen aan te pas, die de startende carnavalsvierders in de directe omgeving flink wist onder te sneeuwen. In samenwerking tussen De Sjlaaibok en de Ajd Prinse Garde verscheen er na een tweetal jaren een open wagen met geluidsinstallatie, waarmee de bezoekers op het Severenplein werden toegesproken. Op deze wagen werd en (wordt) de laatst voorafgaande Prins opgenomen in de Ajd Prinse Garde en krijgt hij het “recht” om op zaterdagavond de scepter (“rammelesjang”) van de Ajd Prinse te hanteren.
De Sjlaaibök laten tijdens de ceremonie, waarbij ook de Amiese vlag wordt gehesen, plechtig het Amiese Volksleed en de eigen carnavalssjlager (clublied) horen, waarna ze enkele medailles van verdiensten uitreiken. Ooit is er zelfs het initiatief geweest om een bierkraampje op te zetten tijdens deze gebeurtenis, maar dat idee was geen lang leven beschoren: het is te weersafhankelijk en het publiek wil graag direct genieten van de beschutting van de Amyerhoof of het café.
Een toevallige toeschouwer: “Het oplaten van de Sjlaaibok is een leuke gebeurtenis om het carnaval mee te openen en verdient zeker belangstelling voor wie het Amiese carnaval een warm hart toedraagt. Het is geweldig om te zien dat ook de jeugdraad en hun Prinsenpaar erbij betrokken worden. Het feestje kan misschien nóg leuker worden als de geüniformeerden zich meer mixen met het publiek: samen onder de Bok de polonaise lopen op onze traditionele, eigen muziek verhoogt zeker de juiste stemming!”
Beveiliging
De belangstelling voor dit fenomeen vereiste in de beginjaren een extra stukje beveiliging. Feestvierende “onverlaten” vonden het maar wát spannend om De Bok te ontvreemden. Zij zagen de overeenkomsten met hier en daar traditionele pogingen om de scepter van de Prins te bemachtigen en deze bij de carnavalsvereniging terug te bezorgen tegen een vaatje bier. Om dit in de volgende jaren te bemoeilijken werd bedacht dat De Bok aan een min of meer afsluitbare beugel kon worden gehangen. Bovendien werd de paal – vanaf 1998 gesponsord door fa. Soons – een stuk verlengd, waardoor het beklimmen werd bemoeilijkt. Ook de standplaats is enkele meters opgeschoven, omdat de eerste positie blijkbaar niet “aanrij-vrij” was. En om het zekere voor het onzekere te nemen werd er door De Sjlaaibok, op initiatief van de “Kemissie Trap” - die de jaarlijkse taak had om op carnavalsdinsdag voor een ladder te zorgen :-)) - zelfs een reserve schuimrubberen bok gemaakt! Zo kon in ieder geval telkens een Bok worden afgehaald om onder de ogen van toegestroomd publiek het carnaval af te sluiten. Tot op heden hebben deze maatregelen goed geholpen!
Door het verhogen van de paal bleek een ladder niet meer voldoende om de bok op te hangen en af te nemen. Zo’n wiebelende ladder werd ook niet veilig genoeg meer geacht voor de Prins, die op zijn minst toch drie vastenaovendsdagen veilig moet zien door te komen. Vooral toen de bok een wat zwaardere uitvoering kreeg was het gebruik van een hoogwerker, met afsluitbaar werkbakje, een must geworden. Mooi meegenomen: nu kon ook het jeugdprinsenpaar veilig mee omhoog! Sinds 2014 is echter ook deze techniek aangepast: met een druk op een knop wordt de Bok nu hydraulisch naar grote hoogte gebracht.
Bok Bertsje
Begin jaren 1990 kreeg Bert Custers, lid van de toenmalige Raad van Elf, het idee om De Bok een wat steviger en meer professionele uitstraling te geven. Zijn buurman Hub Haanen was een verwoed surfer, die zijn materiaal repareerde met epoxyhars en bij hem keek Bert de kunst af van het werken met dit procedé. Bert ging in zijn garage aan de Walburg aan de slag met ijzerdraad en potten epoxy. Hij vertelde niemand iets hierover, want allereerst wilde hij zeker weten of het hem zou lukken, anderzijds wilde hij de vereniging ermee verrassen. Beetje bij beetje groeide zijn bok tot een prachtig carnavalsdier, dat hij bovendien in natuurgetrouwe kleuren beschilderde. Na een jaar hard werken presenteerde hij zijn bok, die uiteraard direct door iedereen werd omarmd. Om “Bertsje” (hij was niet zo’n groot menneke) te bedanken werd de bok “voor eeuwig en drie dagen” naar hem genoemd. Vanaf 1994 wordt nu elk jaar “Bok Bertsje” aan zijn blauwwitte paal op het Severenplein gehangen.
Het afhalen van de Bok
Een toeschouwer: “Het aflaten van de Bok is een teken - best wel een beetje melancholisch - dat het ‘buitencarnaval’ in Amby is afgesloten. Dat is meestal een korte gebeurtenis, onder kleinere belangstelling dan bij het hijsen van de Bok. Als hierna de vereniging naar de zaal van de Amyerhoof trekt, vindt pas daar eigenlijk het échte afsluiten – binnen - plaats, o.a met groepsfoto’s en dankwoorden van de Prins en de vereniging.
Bij goed weer zou dat voor een deel misschien ook openbaar en dus op het plein kunnen, al is te begrijpen dat dit nogal wat extra voorbereidingen zal kosten. Je moet dan bijvoorbeeld een kwartiertje eerder dan klokslag 0.00 uur beginnen en hopelijk is het dan wel droog weer. Wie weet wat de nabije toekomst hiervoor nog in petto heeft. Een algemeen “demasqué” voor Prins, Raad van Elf en andere vierders misschien?
Bok in coronatijd
Het oplaten van de Bok maakt heel wat los bij het “karnevalsvierend volk van Amie”. Het was een groot gemis dat er in 2021 vanwege de wereldwijde coronapandemie geen carnaval kon worden gevierd en er op het Severenplein dus ook geen Bok kon worden gehesen. Geen Bok? Dat was wel wat veel gevraagd voor een groepje rasechte Sjlaaibokliefhebbers. Vanuit een huiskamer werd een alternatief “bok hijsen” op touw gezet en via internet verspreid over Amby en omstreken. Het filmpje waarmee dit gebeuren werd vastgelegd nemen we dan ook graag mee in de carnavalsarchieven, de gevleugelde uitspraak in acht nemend: “In Amie kint alles!”
Zie ook
Over CV de Sjlaaibok publiceerden we een historische reeks van maar liefst 15 artikelen. Deze zijn te vinden via het eerste deel Historie van C.V. De Sjlaaibök 1: De oprichting en de links beneden dit verhaal.
Bronnen, noten en/of referenties
|