Uit huis geplaatst

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Uit huis geplaatst

boek: “Strafkind”

Op 13 januari 2021 verscheen op sociale media en in dagblad De Limburger een interview met Marion (achternaam bij redactie bekend), afgenomen door Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes van de Goede Herder. Marion leverde middels een ooggetuigenverslag een bijdrage aan het boek “Strafkind, gevangen bij de nonnen” van de auteurs Wieke Hart en Maria Genova, uitgegeven in 2020.

N.a.v. ons verhaal “Internaatskind van Huize Severen” wil Marion haar verhaal ook met ons delen. Amiepedia geeft - met respect voor haar openhartigheid - v.w.b. de relatie die haar verhaal heeft met Amby haar bijdrage letterlijk weer. De verhaallijn buiten Amby (cursieve tekst) is ingekort. Wie meer informatie wil over dit onderwerp wordt verwezen naar Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes van de Goede Herder: www.kmgh.nl

De eerste keer uit huis geplaatst

Marion is in 1953 geboren in Amby. Ze vertelt:

“Toen ik 6 jaar oud was stierf mijn moeder op 38-jarige leeftijd. Mijn vader was 18 jaar ouder dan mijn moeder en bleef met vijf jonge kinderen achter. Mijn oudste broer, destijds 16 en helaas niet bij ons opgegroeid, woonde bij de ouders van zijn vader. Mijn moeder is eerder getrouwd geweest en had uit dat huwelijk twee kinderen: mijn oudste broer en mijn oudste zus. Deze laatste is wel bij ons opgegroeid. Zelf ben ik het oudste kind van mijn vader. Na mij komen mijn zusje (vier jaar jonger) en een tweeling (beide jongens, vijf jaar jonger). Toen mijn moeder ziek werd kwamen wij allen terecht in een kindertehuis in Vaals, bij de nonnen.”


In Vaals werd een streng en hardvochtig regime ervaren. Lastige of huilerige kinderen kregen slaag op hun blote billen. Wat Marion jaren lang met zich mee droeg was de uitspraak van een non: “Omdat je stout bent geweest (ze was van een trapleuning gegleden) is je moeder dood”.

Overplaatsing

Marion vertelt verder:

“In dit kindertehuis verbleven we één jaar. Bij de dood van moeder was mijn oudste zus 13 jaar en zij heeft het hierdoor natuurlijk ook zeer moeilijk gehad. Mijn vader heeft jaren lang écht zijn best gedaan. We hadden echter geen hulp en waren arm. Het was moeilijk voor hem, maar liefde heeft hij ons zeker wel gegeven. Toen ik 14 jaar was ging het niet meer. Het werd steeds moeilijker voor mijn vader. Wij werden toen in een tehuis in Horn geplaatst. Mijn oudste zus was toen 21 jaar en ging op zichzelf wonen. Het was er niet slecht, maar mijn vader ging erg achteruit. Mijn zorg ging toen vooral naar mijn vader. Vriendinnen schreven me dat hij dronk en vaker was gevallen. Ik zat er toen in de 2de klas van de Mulo maar liep telkens weg, terug naar huis en mijn vader. Helaas moest ik ook telkens weer terug. Vader heeft in die tijd een zelfmoordpoging gedaan; die gelukkig is mislukt. Hierdoor kwam hij enkele maanden in een psychiatrische instelling terecht, waarna hij weer naar huis mocht. Hoe het kwam weet ik niet, maar in die tijd raakte hij zijn huisje in Amby kwijt. Hij ging toen in de kost bij een vriend en diens echtgenote.”

Naar Venlo?

Vanwege o.a. het vele weglopen zou Marion worden overgeplaatst naar een tehuis voor werkende meisjes in Venlo, zo werd haar beloofd. Ze zou dan van daaruit elk weekeinde haar vader en broertjes/zusje kunnen bezoeken. Ze werd even later door een “voogd” en een verder onbekende man opgehaald, maar i.p.v. naar Venlo werd ze, nog maar 16 jaar, als postpakketje afgeleverd bij huize De Goede Herder in Almelo, waarna ze deze zogenaamde “voogd” nooit meer heeft gezien.

voormalig klooster De Goede Herder, Almelo
voormalig klooster De Goede Herder, Almelo



Ze kwam in een regime terecht van vroeg op staan, hard werken in de naai- of wasruimte, gangen schrobben, verboden contact met lotgenoten, altijd afgesloten deuren en een volledig gebrek aan privacy. Waar ze ook liep of stond ging een non met sleutelbos met haar mee, zelfs bij douche- en toiletbezoek werd ze niet alleen gelaten. Bij ongehoorzaamheid of opstandigheid wachtte de isoleercel. In plaats van familiebezoek heeft ze haar vader, zus en broers lange tijd niet gezien of gesproken. Post werden gecensureerd en bij onwelgevalligheden niet doorgegeven. Brieven die Marion naar de kinderrechter schreef werden nooit beantwoord, zo mogelijk niet eens verzonden. In een corrigerend gesprek met een priester werd haar duidelijk dat ze omwille van haar gedrag wel eens tot haar 21ste in dit tehuis moest blijven. Dat was voor Marion het teken om zich minder opstandig te gedragen. Marion wilde graag secretaresse worden. Vlak voor haar 17de verjaardag koos ze na een gesprek met “Moeder Johanna” er voor om te solliciteren als bejaardenverzorgster. Dan kon ze tenminste in zo’n bejaardenhuis op een kamer intern. Ze werd aangenomen bij een bejaardenhuis in Maastricht en mocht er een opleiding volgen. Marion greep meteen de kans om haar vader te bezoeken, met wie het steeds slechter ging.

Terugzien van vader

Marion:

“Ik ben direct naar mijn vader gegaan. Hij was zo in de war dat hij maar steeds zei dat we maar moesten gaan zwerven. Ik zei hem: Papa, ik ga een huis voor ons zoeken en dan komt alles goed. Dan komen de kinderen weer naar huis. Nu begrijp ik echter dat mijn vader ziek was. De genadeslag voor hem was een brief van de kinderbescherming, waarin werd medegedeeld dat hij uit de ouderlijke macht was gezet. Dat was fataal voor hem. Hij pleegde zelfmoord.”


Marion ging elke zondag op bezoek bij haar zusje en broertjes. Haar zusje kwam in een pleeggezin terecht waar ze het gelukkig heel goed heeft gehad. Haar oudste broer heeft na zijn huwelijk de tweeling in huis genomen en nadat Marion zelf is getrouwd is een van de jongens bij haar komen wonen. Marion mocht twee kinderen krijgen. Haar eerste, een zoontje, is helaas korte tijd na de geboorte overleden. Haar tweede is een prachtige en lieve dochter, waar ze ontzettend blij, dankbaar en trots mee is.

Zie ook