Wielerbaan, deel 1. Het Sportterrein

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Begin 1895. Bouwen wielerbaan Amby.

In 1894 besloot de gemeente Maastricht dat zij, net zoals Sittard en Venlo, ook over een wielerbaan moest kunnen beschikken, niet binnen de gemeentegrenzen van Maastricht maar net daarbuiten, in het Geusselterbroek in Amby. Nadat de wielerbaan in 1895 was aangelegd vonden er vele (internationale) wedstrijden op die baan plaats; wereldbekende rijders hebben er gefietst. Er werd niet alleen gefietst maar ook gevoetbald en nog veel meer. De baan kende zijn ups en downs totdat in 1926 definitief het doek viel. In drie artikelen wordt aandacht gegeven aan de voormalige wielerbaan in Amby, te weten
Wielerbaan, deel 1. Het Sportterrein
Wielerbaan, deel 2. Vele activiteiten
Wielerbaan, deel 3. De laatste jaren
Het voorliggende artikel is deel 1 van de wielerbaan en gaat over Het Sportterrein.

Wij willen een wielerbaan

14-12-1894. Gemeenteraad Amby, “Overwegende dat het groot belang is om het verzoek in te willigen.”

De eerste wielerbaan van Limburg lag in Sittard en werd daar geopend op 28 augustus 1892. Het was een baan van grind. Wielrijders uit het hele land deden hier aan wedstrijden mee. Jaren later, in 1904, werd op de zelfde locatie een houten wielerbaan gemaakt.
Op 17 juni 1894 werd in Limburg een tweede wielerbaan geopend en wel in Venlo. Deze baan was van aangestampt gruis en heeft niet lang bestaan; drie jaar later, in 1897 verdween de baan.
In 1894 besloot de gemeente Maastricht dat zij ook over een wielerbaan moest kunnen beschikken, niet binnen de gemeentegrens van Maastricht maar net daarbuiten, in het Geusselterbroek in Amby. Dat leidde er toe dat de heren M. du Moulin, T. Janssen en L. Hoeberechts uit Maastricht bij de gemeente Amby een verzoekschrift indienden “tot het aanleggen eener rijwijlersbaan op een aan deze gemeente toebehorende perceel weiland genaamd het Geusselterbroek gelegen onder de gemeente Ambij kadaster sectie C No 211 en Meerssen Sectie C No 1475.” Het verzoek werd door de Gemeente Amby ingewilligd. In de Raadsstukken van de gemeente Amby van 14 december 1894 valt te lezen: “Overwegende dat het groot belang is om het verzoek in te willigen. Besluit: behoudens goedkeuring van Heeren Gedeputeerde Staten van Limburg bovenstaand verzoek aan te nemen onder de daarvan op te maken voorwaarden.

Waarom een wielerbaan?

7-7-1886. Wielerwedstrijd op het Vrijthof. Winnaar Johan Huysser met zijn vélocipède, de klassieke fiets met een groot voorwiel. Hij was lid van de Maastrichtsche Vélocipède-Club, opgericht door de Sociëteit Momus.

Het rijwiel van tegenwoordig heeft zich in de afgelopen 150 jaar enorm ontwikkeld. In 1817 was er de “draisine” of “hobby-horse”; een tweewielige zogenaamde loopfiets. Vervolgens kwam het rijwiel met een zeer groot voorwiel en heel klein achterwiel. Je kwam ermee vooruit maar je moest lenig zijn en geen hoogtevrees hebben. Daarna werd dat model vervangen door een veel veiliger model dat door fabrikant Rover was ontwikkeld: het Safety-model. Twee even grote wielen die met een ketting aan de trappers verbonden waren. De wielen hadden massieve gummibanden. Dit model werd later doorontwikkeld met luchtbanden die in 1890 waren uitgevonden door de Engelsman John Dunlop. Het rijwiel werd daarmee geschikter om niet alleen als vervoersmiddel te dienen maar ook om met elkaar te wedijveren wie het hardst kon fietsen. De enige gelegenheid voor het houden van wedstrijden was de gewone weg. De oudste wedstrijd op de weg is die om het meer van Genève (afstand 175 km) die in 1879 voor het eerst georganiseerd werd. De wegen waren in die dagen nog niet geasfalteerd en de fietsen hadden nog geen luchtbanden. Het was dus geen plezierritje om meer dan tien uur te ploeteren om 175 km op de fiets af te leggen. Men zocht de oplossing in wielerbanen. De banen zijn voor fietsers aangenamer om te berijden en het publiek kan de wedstrijd in zijn geheel volgen. De eerste wielerbaan werd in 1880 in München gebouwd, de tweede in 1882 in Berlijn. Nederland bleef niet achter en in 1885 werd in Nijmegen de eerste vaste wielerbaan gebouwd. De baan was van vastgestampt en daarna ingewalst puin vervaardigd. De wielerbaan in Amby is tien jaar later, in 1895, in gebruik genomen en was na Sittard en Venlo de derde wielerbaan in Limburg.

Baanwedstrijden waren populair bij de middenklasse en arbeiders. Rond 1900 was professioneel wielrennen vooral baanrennen. Het wegrennen stond nog in de kinderschoenen. Vanaf 1905 tot de nodige jaren daarna waren wedstrijden op de openbare weg zelfs verboden omdat plaatselijke autoriteiten daar geen vergunning voor gaven. Wie in wedstrijdverband wilde wielrennen moest dus eigenlijk de baan op. Tien jaar voordat de wielerbaan in Amby werd aangelegd, op 11 mei 1885, richtte de Sociëteit Momus de Maastrichtse Vélocipède-Club op met als doel in Maastricht en omstreken het wielrennen te bevorderen, onder andere door het houden van wedstrijden. Aangenomen wordt dat toen ook de eerste wielerwedstrijden in Maastricht werden gehouden. De club veranderde in 1894 haar naam in “Vélo-Club Maastrichtsche Kettinggangers” en was een sterke initiator om in Amby een wielerbaan te bouwen.

1925. Ledenkaart/ passavant ten behoeve van de Belgische douane.
1925. Ledenkaart/ passavant ten behoeve van de Belgische douane op naam van Sjaak Gulikers (“Sjaak van Heinsje”), timmerman uit Itteren.

Van deze “Kettinggangers” is vermeldenswaardig dat zij in 1900 bij Ministerieel Besluit van het koninkrijk België gemachtigd waren om “passavants” aan haar leden te verstrekken. Een “passavant” was een grenspasje om daarmee in België te mogen fietsen zonder dat je rijwielbelasting hoefde te betalen. In België was een fiets belastingplichtig en moest zijn voorzien van een penning. Als je in het bezit was van een passavant kon je bij de Belgische douane zonder problemen de Nederlandse grens oversteken. Voor de wielrenners in Maastricht en ver daarbuiten was zo'n ledenkaart/ passavant dus meer dan welkom.

Wie heeft een fiets?

Rond de jaren dat de wielerbaan gebouwd werd had lang niet iedereen een rijwiel. Absoluut niet. Het was alleen weggelegd voor de beter gesitueerde burgers die de financiële middelen hadden om een rijwiel als luxeartikel te kopen. Het bezit van een rijwiel gaf status en je kon er perfect mee pronken en paraderen, onder andere op het Vrijthof in Maastricht. Een fiets voor je plezier was voornamelijk weggelegd voor de gegoede burgerij. Maar ook een fiets om daarmee wedstrijden te rijden was alleen voorbehouden aan mannen die zich het luxebezit van een fiets konden permitteren. Rond 1900 was sport hoofdzakelijk een mannenzaak en op het gebied van fietsen was het voor vrouwen in Nederland überhaupt ondenkbaar dat zij aan wedstrijden zouden mogen deelnemen, zeker in het katholieke Limburg.

Bouwen wielerbaan

Begin 1895. Bouwen wielerbaan Amby. Op de achtergrond de Severenstraat met links de twee zuilen die toegang gaven tot het landgoed Severen.
2025. Zuilen met hekwerk aan de Severenstraat (C. van den Ende).

Nadat de gemeenteraad van Amby in december 1894 goedkeuring had gegeven werd meteen daarna in januari 1895 door een aantal Maastrichtse ondernemers begonnen met het aanleggen van de wielerbaan in het Geusselterbroek in Amby. Er werd stevig doorgewerkt want in mei van dat jaar zou de inwijding van de baan moeten plaatsvinden. Het werd niet zomaar een wielerbaan maar een wielerbaan volgens het model Monier dat een "hangende cementbaan" inhield en in die tijd voor wielerbanen sterk werd aanbevolen. In Het Nieuws van den Dag (Amsterdamse krant) van 17 oktober 1894 viel toen te lezen: "Dit stelsel schijnt tegenwoordig voor wielerbanen aanbeveling te verdienen; althans de nieuwe baan te Antwerpen is op die manier gemaakt en wordt zeer geroemd."

Waar lag de wielerbaan?

1-9-1944. Luchtfoto RAF met contouren wielerbaan en ijsbaan (Arno Lasoe, RAF).
2024. Op basis van luchtfoto 1-9-1944 zijn wielerbaan (rood) en ijsbaan (oranje) op plattegrond 2024 ingetekend (C. van den Ende).

In diverse dagbladen van 1894 en 1895 wordt aangegeven waar de wielerbaan van Amby ligt: “Omtrent de aan te leggen wielerbaan te Maastricht wordt medegedeeld dat het terrein waarop ze gemaakt zal worden ongeveer tien minuten buiten de stad ligt.” Dat is lopend wel te verstaan. In het vakblad “Nederlandse Sport” van 1896 wordt er promotie gemaakt: “De weg van Maastricht naar de baan is zeer mooi en biedt een aangename wandeling aan.” Dit betreft een wandeling over de Meerssenerweg tot aan de wielerbaan. Op de topografische kaart van het kadaster werd de baan pas in 1902 ingetekend.

1902. Links twee spoorlijnen met rechts daarvan de Meerssenerweg. Er is nog geen autoweg. De ellips is de wielerbaan (Kadaster).

Hoe zag de wielerbaan eruit?

De wielerbaan was in omtrek 400 meter lang met sterk opgehoogde bochten, 7 meter breed en 8 meter bij de eindstreep. Het eerste jaar bestond de rijvloer uit samengestampte en daarna gewalste koolassen omdat men bij een cementen vloer door verzakken veel reparatiekosten zou verkrijgen. Het daarop volgend jaar werd er een cementen vloer gemaakt. Over de rijvloer van koolassen schreef de krant in 1895: “voldoet aan mogelijke eischen, die men in den tegenwoordigen tijd, nu alle soorten van sport zulk een hooge vlucht genomen hebben, aan eene uitstekende wielerbaan kan stellen.
Er was bewust niet gekozen voor een houten baan omdat hout te zeer aan weersinvloeden onderhevig is. Naast de baan was een tribune die in steen was opgetrokken en met een zinken dak was overdekt. Het bood aan 500 personen een zitplaats. Het laagste punt van de tribune stak behoorlijk boven maaiveld uit omdat er onder de tribune flinke kleedkamers waren gemaakt. De tribune stond op een afstand van 14 à 15 meter van de baan. Tussen de tribune en de wielerbaan was rondom een renbaan voor paardenrennen aanwezig. Vlak naast de tribune was er ook nog een houten restaurant van 8 m x 20 m. Rondom dit alles lag een uitgegraven sloot; met de verkregen grond van deze sloot is de wielerbaan gebouwd. In de winter was die sloot een uitstekende ijsbaan; zie Wielerbaan, deel 2. Vele activiteiten.

Het belooft iets moois te worden

Het Sportterrein Maastricht, ontwerp van hoofdingang (Jo Hendriks).

Voordat de wielerbaan gerealiseerd was werd het terrein (6 hectare) door de gemeente Amby aan de heren Hoeberechts, Du Moulin en Janssen verhuurd voor een periode van 15 jaar. Zodra er een naamloze vennootschap zou zijn opgericht zou het terrein door de gemeente Amby aan deze NV worden verhuurd. Het terrein moest worden ingericht tot sportterrein waar niet alleen een wielerbaan moest komen maar ook een paardenrenbaan en waar ook gelegenheid moest zijn voor lawntennis, crocket, kegelen en voetballen. In de krant van 31 december 1894 valt te lezen: “Om toegang tot het sportterrein te hebben, moet men lid zijn van de vereeniging. Wedstrijddagen zijn hierbij uitgezonderd. Door het oprichten van deze Vereeniging is men verzekerd, dat men hier aangename middagen en avonden slijten gaat, de eene zich amuseerende met kegelspel, een tweede met voetbal, crocket enz., terwijl onze toekomstige racinglui hun lust tot racen op de baan kunnen botvieren. Ook zullen in de restauratiezaal, voor liefhebbers van lectuur vele couranten ter lezing liggen. Men ziet hieruit, dat het niet alleen eene baan wordt om een paar maal in ’t jaar er op wedstrijd te houden, maar tevens een flinke gelegenheid tot uitspanning, onderling vermaak en gezonde oefeningen. Op deze wijze is het mogelijk, dat zulk eene onderneming zonder verlies geëxploiteerd wordt. Onze provincie kan dan gerust als 1ste van de Ned. provinciën betiteld worden, ten minste indien onze hollandsche sportbroeders ons dikwijls bezoeken komen en hieraan twijfelen we niet, want wie er eenmaal geweest is, komt terug, waardoor hij de andere rijders toont, dat het goed is alhier feesten mede te maken en uitstapjes in het Ned. Zwitserland te doen.

Op naar Het Sportterrein

24-5-1895. Dagblad van Maastricht, niet 25 maar 26 mei.
28-6-1895. Limburger Koerier, aankomst trein in Limmel
1898. Dienstregeling spoorwegen; trein stopt in Limmel
1924. Dienstregeling spoorwegen; S betekent "Stopt op verzoek."

Op zondag 19 mei 1895 zou de officiële opening, de inauguratie, van de wielerbaan plaatsvinden waarbij diverse internationale wielerwedstrijden op het programma stonden. Een tribuneplaats kostte f 1,25 en voor leden van Het Sportterrein f 0,75. Een dag eerder, op zaterdag 18 mei, kopte het Dagblad van Maastricht op haar voorpagina met grote letters dat de wielerwedstrijden waren uitgesteld tot zondag 26 mei. De reden van de uitstelling is auteur onbekend. Daarna werd in meerdere kranten over deze inauguratie dagenlang ruim geadverteerd. Dat de advertenties al die dagen een foutieve datum bevatten (25 mei i.p.v. 26 mei), was voor het bezoekersaantal kennelijk geen punt. De dag na de officiële opening stond er in de krant “Een vrij talrijk publiek woonde de wedstrijden bij, vooral de uitmuntend ingerichte tribune was goed bezet.” Nadat de baan was geopend werden in de dagbladen vaak advertenties geplaatst over de wedstrijden die in Amby plaatsvonden, waarbij de prijzen van de plaatsen een stuk lager lagen dan voorheen: een plaats op de tribune koste f 0,75 i.p.v. f 1,25. De wielerbaan kon je uiteraard lopend bereiken, maar ook met de trein. De trein die in Maastricht vertrok richting Heerlen stopte onderweg in Limmel, Mariënwaard, Vaeshartelt, Rothem, Meerssen en in nog enkele plaatsen richting Heerlen. De wielerwedstrijden in Amby begonnen na aankomst van de trein in Limmel. Jaren later (1924) stopte de trein weliswaar ook in Limmel, echter alleen als iemand dat vooraf vroeg. De halte Limmel lag ongeveer waar sinds 2014 de Balijeweg met een tunnel onder het spoor door gaat.

Oprichting Het Sportterrein

1896. Bewijs van aandeel en prijspenning van Het Sportterrein (W. Lem).

In de Staatscourant van 11 november 1896 waren de bij Koninklijk Besluit goedgekeurde statuten opgenomen van de naamloze vennootschap “Het Sportterrein”. In de statuten is opgenomen: “Het doel van de vennootschap is het exploiteren van het bestaande sportterrein onder de aan Maastricht grenzende gemeente Amby en Meerssen; het daarop geven van feesten en het bevorderen van alles wat op sport, van welken aard ook, betrekking heeft. Zij is opgericht voor een tijdvak van 13 jaren. Haar kapitaal bedraagt f 20.000,= in aandelen van f 100,=, waarvan 80 zijn genomen. Het geheele kapitaal moet geplaatst zijn binnen 5 jaren na het verlijden der akte van oprichting. Tot leden van het bestuur zijn benoemd de heeren M. du Moulin, Th. Jansen en L. Houbrechts.” Een paar maanden eerder, op 8 augustus 1896, is Het Sportterrein opgericht.
Bij wedstrijden horen uiteraard prijzen. Prijzen in allerlei soorten en maten. Een van de prijzen die men kon winnen was een prijspenning van Het Sportterrein. De afbeelding toont een bronzen prijspenning (diameter 32,4 mm) die in 1895 is gemaakt door Ernest Alard. Aan de voorzijde is de Engel van Maastricht met stadswapen afgebeeld. Het lege veld aan de achterzijde van de penning is omgeven door een lauwerkrans en werd gebruikt om er een opschrift in te graveren, zoals bijvoorbeeld 1e prijs, een datum of een naam. De afgebeelde prijspenning is aan de achterzijde niet gegraveerd en is dus nooit uitgedeeld. Er waren meerdere uitvoeringen van deze penning. Hier betreft het een legpenning maar er waren ook identieke penningen die voorzien waren van een ring met oog en werden dan, samen met een lint, een draagpenning.

Bijzonder

12-9-1869. Wedstrijd voor jongens tot 15 jaar.
2-8-1869. Nieuwe Rotterdamsche Courant. Aankondiging eerste wielerwedstrijd Sociëteit Momus. 1e prijs is een geweer, 2e prijs een pistool.

Geweer
Door de Sociëteit Momus werd op 12 september 1869 de eerste (inter)nationale wielerwedstrijd in Nederland georganiseerd. Onderdeel van de betreffende dag was een speciaal voor jongens tot 15 jaar georganiseerde wedstrijd op driewielers. Het is tegenwoordig ondenkbaar, maar indertijd kennelijk niet: de eerste prijs was een bronzen medaille en een geweer, système Flaubert en de tweede prijs een pistool Flaubert.

Zie ook