Wonen in een bijzonder huis aan de Heukel

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In 1941, de Tweede Wereldoorlog was nog niet zolang aan de gang, trouwden Toon van de Burgt uit Noord-Brabant met Marietje Franssen uit Maastricht (Sint Pieter, Lage Kanaaldijk). Ondanks de heersende woningnood vonden zij een tijdelijk onderkomen in Maastricht, dat echter amper kon voldoen aan de noden en wensen van het jonge paar. Op zoek naar betere huisvesting kwam het paar in Amby terecht, waar een bijzondere woning aan de Heukelstraat werd gerealiseerd.

De oorsprong

Toon, gespeend met durf en “twee gouden handen”, keek na zijn trouwen goed rond naar betere woonkansen elders. Hij vond een plekje in een weiland aan de Heukelstraat in Amby, vlak naast een klein bosje waarlangs een vrijwel droge sloot liep. Deze plek lag schuin tegenover de huizenrij die “De Acht Zaligheden” werd genoemd. Verderop was de Heukel in die tijd nog amper bebouwd. Het paar vond dit een mooie plek, waar hun toekomstige kinderen in rust en in een weidse omgeving konden opgroeien. Hun huisje zou komen te staan aan het eind van een vrij lang toegangspad (ruim 100 meter), waarmee rustig wonen verzekerd was. De rijkdom om een nieuwe woning te kopen of te laten bouwen hadden Marietje en Toon toen niet, maar zoals gezegd: Toon was een uitermate handige én energieke vent! Aan de toenmalige gemeente Amby vroeg hij toestemming om op deze plek zelfstandig een woning op te trekken en na een positief antwoord stak hij al gauw beide handen uit de mouwen.

De bouwplek

Links van dit terrein was een open veld, waar in 1953 het voetbalterrein van RKASV zou worden ingericht. In de tijd dat Toon zijn huis bouwde voetbalde RKASV nog op een veld aan de Kloosterstraat (Longinastraat), in het zogenaamde “Kuupke”. Daar werd tot 1944 gevoetbald, in welk jaar de club verhuisde naar een terrein aan de voormalige Severensteeg, waarna RKASV in 1953 naar het voormalige sportterrein van de Heukel verhuisde. Er volgde voor Toon de nodige tijd van concrete plannen maken, fundering uitgraven, flink zagen, timmeren en verven. Maar na de nodige noeste arbeid, waarbij Toons creatieve geest telkens weer zelfstandig een oplossing vond voor de problemen die hij tegen kwam, naderde het huisje de voleinding. Het paar kon trots de eigen woning betrekken!

Kaart van ca. 1970. Rechts beneden het voetbalveld geeft de rode stip aan waar het huis van de familie Van de Burgt gelegen was.

Toon had gezorgd voor een kleine keuken, een slaapkamer, een toiletruimte, en nog een kleine extra slaapkamer. Er was een aansluiting op het dichtbij gelegen waternet, koken ging via flessen Butagas en verwarmd werd via oliekachels waarvoor naast het huisje een olievat was geplaatst dat regelmatig moest worden bijgevuld.

Water

De afvoer van het huishoudwater gebeurde via “de Wijer”: een sloot die vanaf de Heukelstraat langs het huis liep. Deze sloot vertakte zich meerdere malen, waardoor er waterige greppels te zien waren langs het voetbalveld en langs de Heukel. Een van deze sloten liep naast de Heukelstraat in de richting van de toenmalige boerderij van de familie Vaessen en kwam uit op de hoek Heukelstraat-Severenstraat. Op deze hoek was een ophaalbrug over de sloot gemaakt, die bij oud-Ambynezen nog bekend staat als “de Valbrögk” (valbrug). De diverse slootvertakkingen laten het water richting het toenmalig moerassig bosgebied rondom kasteel Geusselt - met slotgracht - stromen, om vervolgens via de Kanjel onder het Julianakanaal, daarna via Borgharen en Itteren, uit te komen in de Geul en daarna in de Maas terecht komt. Het hele gebied was van oorsprong zeer drassig; er kwam zelfs hoogveen voor, hetgeen heel uniek is voor Zuid-Limburg. De bronnen borrelden her en der op (naar verluid op zeven plaatsen: “De Zeven Bronnen”). Denkelijk was dit kwelwater, dat vooral in natte perioden kleine stroompjes vormde. In de loop der jaren zijn deze sloten meermaals verlegd en is de waterafvoer verbeterd.

Dhr. en mevr. Van de Burgt vóór hun zelfgebouwde woning.

Het huis had in die tijd nog geen aansluiting op het rioolsysteem. Alle afvalwater kwam terecht in een grote zinkput. Om dit te kunnen lozen moest er regelmatig in de zinkput geroerd worden, waarna het vieze water terecht kwam in de bovengenoemde Wijer. Deze Wijer (of “ ’t Wijerke”) lag vooral in de zomer vaak droog. De greppel van deze sloot was daardoor een waar paradijs voor de nodige amfibieën. Heel wat kinderen brachten er hun vrije tijd door met het zoeken naar vooral kikkers (“kwakkersj”) en kikkervisjes (“koeleköpkes”).

Nogal afgelegen

Op de achtergrond van Carla’s trouwfoto is de voorgevel van de woning goed te zien.

In later jaren zorgde Toon voor aansluiting op het elektriciteitsnet, want o.a. radio beluisteren en tv-kijken moest ook hier ondanks de enigszins afgelegen ligging toch mogelijk zijn! Toon ging ermee aan de slag, maar zette met zijn karwei wel eerst even het hele dak onder stroom. Gelukkig kwam iedereen hiervan met de schrik vrij. Het geheel maakte een wat “geheimzinnige” indruk op voorbijgangers. Je kon wel zien dat “ergens daar achter” nog een woning stond, maar die lag verscholen achter flinke bosschages. Ook vanaf het latere voetbalveld was het huis, gelegen achter de later gebouwde kantine, amper te zien. Het toegangspad was niet te breed en bovendien door Toon aan weerszijden ruimschoots beplant met een grote variatie aan groen.

Lilian aan tafel, buiten op de oprit. Op de achtergrond zijn enkele woningen te zien van “de Acht Zaligheden”.

Het gezin vraagt om uitbreiding

Na korte tijd kondigde de eerste baby zich aan: Rietje werd geboren in 1944, gevolgd door respectievelijk Gonnie (1947 -2019), Ineke (1948), Carla (1952), John (1953) en na enige tijd zag ook de jongste, Lilian (1961), het levenslicht. Natuurlijk was daardoor het huis al vlot te klein. Zonder zich zorgen te maken om vergunningen e.d. wist handige Toon het huis uit te breiden. Het werd in de loop der tijd een heuse bungalow, die we nu “levensloopbestendig” zouden noemen: er kwamen een bijkeuken, een apart toilet, een doucheruimte en een eerste extra slaapkamer bij. Niet veel later bereikte je via een kleine opgaande trap de kamer en de (nog steeds) kleine keuken. Als je daar door heen liep kwam je via een dalend trapje uit bij een grote en kleine slaapkamer. Nu kon zoon John zijn eigen kamer betrekken, terwijl de meiden met elkaar een grotere slaapruimte deelden. Later kwam er ook een aparte slaapkamer voor Carla.

Fijne omgeving voor kinderen

De omgeving van het huis was een ideale speelplek voor de jeugd. Niet alleen werd er veel plezier beleefd aan de boorden van (en in) ’t Wijerke, maar wanneer RKASV niet voetbalde was het speelterrein voor de kinderen immens. Carla: “Als pa Leclaire, de terreinhulp van RKASV, de doelnetten had opgehangen, was het feest. Met een aanloop renden we dan het doel in en wierpen ons voor een zachte landing in de netten. Er waren zelfs enkele durfals die bovenop de goal klommen en zich dan in het net lieten vallen.” Pa Leclaire was hier uiteraard niet blij mee: hardop scheldend kwam hij aangelopen, boos omdat hij eventuele gaten in de netten weer moest repareren nog voor de voetbalwedstrijd begon!

Een wit bloemenmeisje tussen indrukwekkende geestelijken in het zwart.

Carla: “De Heukel, en zeker de buurt van “de Acht Zaligheden” tegenover het voetbalveld van RKASV, was een plek met een grote sociale samenhang. In die tijd kon op de Heukel alles. Het was in die tijd een kinderrijke buurt en zowel de grote mensen als de kinderen konden erg goed met elkaar opschieten! Behalve de kinderen Van de Burgt en Leclaire was er ook nog de jeugd van de families Quax, Coumans, Quadvlieg, Sour, Keymis en Paris. Moeder Leida Bemelmans organiseerde vaker bijeenkomsten waar we voor een dubbeltje konden kienen. Leida kocht van de bijeengelegde dubbeltjes dan kleine prijsjes. En in de winter was het heerlijk samen sleeën op het schuin aflopende weitje bij melkboer Roijen!” De buurt had in die jaren uiteraard ook een goede band met de kerk. Niet alleen getuigt hiervan de al oude kapel op de hoek van de Heukel en de Ambyerstraat Zuid. In 1962 werd Carla uitverkoren om als “bloemenmeisje” aanwezig te zijn bij de inhuldiging van pastoor Brouwers. Dat leverde bijgaande bijzondere foto op (midden: pastoor Brouwers, uiterst links: koster Lardinois, uiterst rechts: kapelaan Menge).

Avontuurlijk buiten spelen

Vanwege de zeeën van ruimte werd er heel veel buiten gespeeld. “Last van druk verkeer hadden we op de Heukel niet. Zo hadden de kinderen een Indianenclubje opgericht en werden er wild-westspelletjes gespeeld. Als je lid van dit clubje wilde worden moest je eerst “de proef van het brandmerken” ondergaan. Er werd daartoe een stok uit het kampvuur gehaald en die werd dan tegen je blote arm of been gehouden!” Er werd samen wel meer kattenkwaad uitgehaald. “Op sommige vrije (vakantie-)dagen werd wel eens “oorlogje” gespeeld. We verzamelden dan op het voetbalveld, klommen over de afrastering en liepen schreeuwend, uitdagend maar behoedzaam richting Wittevrouwenveld. Daar probeerden we de jeugd van de “Apachebuurt” uit hun tent te lokken. Die lieten dat uiteraard niet op zich zitten en kwamen op ons afgerend. Na het gooien van enkele stenen of zo maakten we dan dat we weer veilig op de Heukel terug kwamen. Dat ging vrijwel altijd goed, op één keertje na… De “Apachen” kwamen ons achterna gerend tot helemaal op de Heukel. Bij de familie Quax stormden ze naar binnen en daar hebben ze in de keuken alle stoelpoten gebroken. Dat betekende voor ons géén “oorlogje” meer! (Althans voor een tijdje…)

“Bij de boerderij van de familie Vaessen - voordat deze verbouwd werd tot loonbedrijf - stond een grote betonnen put, een soort silo waar gier (mest) in werd verzameld. Als je over de rand ging hangen en naar beneden schreeuwde, kreeg je een mooie echo terug. Op een keer hingen we met een groep over de rand, maar werd door een van de grotere kinderen een jongen over de rand gekieperd. Deze viel in de stinkende gier! De schrik sloeg ons om het hart toen bleek dat hij niet kon zwemmen. Snel werd door iemand de boer gehaald, die hem er via een ladder nog net op tijd wist uit te vissen. Vanwege het “odeurtje” zal het slachtoffer denkelijk thuis met de tuinslang zijn afgespoeld…”

Sociale samenhang

Dat de mensen intens met elkaar meeleefden was bijzonder goed te zien in tijd van nood en tegenslag. Carla: “Toen buurtgenoot Gino Coumans - samen met zijn vriend Theo Mols - met de motor verongelukte, ging de hele buurt een lange tijd diep gebukt van verdriet. Tijdens de uitvaart was het erg druk en een heel lange tijd is dit ongeval het gesprek van de dag geweest.”

Op deze (trouw-)foto is het toegangspad naar de woning goed te zien.


“Bij het voetbalveld, ter hoogte van het latere parkeerterrein, stond een klein houten huisje. Meer dan een houten keet was het niet. Daar woonden dhr. en mevr. Soudant met hun kinderen. Mevrouw Soudant stond erom bekend dat ze voor een stuiver of zo gebroken ijskoekjes verkocht in grote puntzakken, gemaakt van oude kranten. “Sjnipsels” noemden we dat. Als de volwassenen naar het voetbal stonden te kijken, lieten wij ons die goed smaken.” Ook ligt het vers in Carla’s herinnering dat mevrouw Soudant soep aan de man bracht. Tot grote verbazing van haar ouders bleek deze soep de kinderen zelfs beter te smaken dan de van grote stukken vlees getrokken soep van thuis!

Einde van de woning

De glooiing (greppel) laat anno 2024 nog zien waar “de Wijer” vroeger gestroomd heeft.

In de loop der jaren bleef Toon maar bouwen en verbouwen aan zijn huis. Zelfs de aanbouw van een garage werd niet vergeten. De houten wanden waren inmiddels vrijwel allemaal vervangen door in steen opgemetselde muren. Vader Van de Burgt was immers geen man om stil te zitten. Helaas is hij in 1978 op nog vrij jonge leeftijd overleden. Zijn vrouw Marietje is tot 1988 in het huis blijven wonen, waarna ze een bejaardenwoning aan de Olmenhoven betrok. Carla: “Voor haar was dat als het ware een vakantie.” Helaas heeft ze er maar vijf maanden mogen wonen, waarvan de laatste twee ernstig ziek.


Toon Van de Burgt heeft niet meer meegemaakt dat de gemeente Maastricht - Amby was inmiddels geannexeerd - voor een toch wel erg gering bedrag het huis heeft opgekocht en gesloopt. Maar nu nog, na de aanleg van de sportvelden links en rechts van de plek waar het huis heeft gestaan, kun je tussen de gebouwtjes van de waterleiding en de elektriciteitsmaatschappij, evenals langs de afrastering van het sportveld, nog de (flauwe) bedding zien waar voorheen de Wijer (sloot) is geweest.