Atjeh-oorlog: verschil tussen versies

Uit Amiepedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 28: Regel 28:
In eerste instantie zou Johannes’ diensttijd maar van korte duur zijn. Nadat ze echter per schip vanuit Brouwershaven vertrokken waren hoorde men dat de uitzending wel eens van onbeperkte duur zou kunnen zijn. Gelukkig duurden de laatste conflicten niet meer lang, maar toch kon niet iedereen in 1875 aan de terugreis naar Nederland beginnen worden: er bleven troepen achter om “de orde” te handhaven. Hierbij waren behalve dienstplichtigen ook vrijwillige militairen, die behalve op Atjeh ook deelnamen aan oorlogshandelingen op Java, Bali en Sumatra. Deze werden aangetrokken tegen een vergoeding van 160 gulden, waarvan de overheid het grootste deel pas uitkeerde bij terugkeer…
In eerste instantie zou Johannes’ diensttijd maar van korte duur zijn. Nadat ze echter per schip vanuit Brouwershaven vertrokken waren hoorde men dat de uitzending wel eens van onbeperkte duur zou kunnen zijn. Gelukkig duurden de laatste conflicten niet meer lang, maar toch kon niet iedereen in 1875 aan de terugreis naar Nederland beginnen worden: er bleven troepen achter om “de orde” te handhaven. Hierbij waren behalve dienstplichtigen ook vrijwillige militairen, die behalve op Atjeh ook deelnamen aan oorlogshandelingen op Java, Bali en Sumatra. Deze werden aangetrokken tegen een vergoeding van 160 gulden, waarvan de overheid het grootste deel pas uitkeerde bij terugkeer…


Johannes Feron behoorde tot de achterblijvers en is enkele jaren op Atjeh gebleven, alvorens in goede gezondheid weer te kunnen terugkeren naar Amby. Hij was er werkzaam als "fourier": in de bevoorrading. Hij trouwde op 29 oktober 1883 met Maria Brok en samen kregen zij negen kinderen, waarvan Joannes Franciscus (Frans) na circa negen maanden huwelijk de eerste was. Deze Frans, vader van oud-inwoonster Alie Senden-Feron, bleef in Amby wonen.
Johannes Feron behoorde tot de achterblijvers en is enkele jaren op Atjeh gebleven, alvorens in goede gezondheid weer te kunnen terugkeren naar Amby. Hij was er werkzaam als "fourier": in de bevoorrading. Hij trouwde op 29 oktober 1883 met Maria Brok en samen kregen zij negen kinderen, waarvan Joannes Franciscus (Frans) na circa negen maanden huwelijk de eerste was. Deze Frans, vader van oud-inwoonster Alie Senden-Feron, bleef in Amby wonen. Johannes Feron stierf op 26 april 1917 en was toen woonachtig op de [[Dorpstraat]].


==Oorkonde==
==Oorkonde==

Versie van 24 feb 2021 17:49

Ambysche jongen in de oorlog Nederlands-Atjeh 1873-1914

Een Ambysche jongeman raakte betrokken bij de koloniale oorlog Nederland-Atjeh in de tweede helft van de 19de eeuw.

Gelukkig kent dit onvrijwillig avontuur "in de West" een goede afloop.

Oorlog in Atjeh

De Atjehoorlog was een koloniale oorlog die het Koninkrijk der Nederlanden voerde met de bedoeling om de zeevaart door de Straat Malakka te beveiligen tegen zeeroverij uit Atjeh. Omdat de sultan en het overgrote deel der Atjehers weigerden zich aan de Nederlanders te onderwerpen, wilden “de Hollanders” al vlot het al eeuwenlang bestaande zelfstandige sultanaat Atjeh onder Nederlands koloniaal gezag brengen en houden, net als de andere buitengewesten van Nederlands Indië. Om dit te bereiken werden twee Nederlandse expedities naar Atjeh gestuurd onder de naam Koninklijk Nederlands Indisch Leger, de zgn. "KNIL".

Eerste militaire expeditie

Kanon van de 2de expeditie in Atjeh

De eerste expeditie naar Atjeh startte op 26 maart 1873. Gouvernementscommissaris Nieuwenhuijzen stuurde, mede namens gouverneur-generaal Loudon, een oorlogsmanifest naar de sultan van Atjeh, van wie men vermoedde dat hij de macht in het land had. Op het hierin gestelde Nederlandse ultimatum kwam niet de gewenste reactie. Daarop landde de eerste expeditie onder opperbevel van generaal-majoor Köhler op de kust van Atjeh om de bevolking “te tuchtigen” en daarna een verdrag te sluiten. De expeditie werd versneld naar Atjeh gestuurd omdat er geruchten gingen dat de sultan van Atjeh mogelijk in onderhandeling was met Italië en de Verenigde Staten om de neutraliteit te kunnen behouden. Deze eerste Nederlandse inval liep uit op een behoorlijke mislukking en vervroegde terugkeer der troepen, omdat de Atjehers te sterk waren en de Nederlandse opperbevelhebber zelf dodelijk getroffen werd door een kogel.

Tweede militaire expeditie

Soldaten 2de expeditie in Atjeh

De tweede expeditie naar Atjeh vond plaats van 1873-1874 onder leiding van generaal Van Swieten. Er vonden "bloederige gevechten" plaats, die geen prettige herinneringen hebben achtergelaten. De kraton (Javaans paleis) werd veroverd, waarop de expeditie en de oorlog als beëindigd werden beschouwd. Atjeh was overwonnen. Er werd een bezettingsmacht achtergelaten om op vreedzame wijze toenadering te zoeken tot de bevolking. Er brak toen een tijd aan waarin vaak ernstige conflicten plaats vonden, zodat van vrede geen sprake kon zijn. In 1914 pas werden de laatste kernen van gewapend verzet uitgeschakeld. Dat jaar wordt dan ook feitelijk gezien als einde van deze oorlog. Het bleef echter onrustig in Atjeh tot 1942, toen de Japanse landing plaats vond. Op dat moment kwamen de Atjehers meteen in opstand en werden de Nederlanders voorgoed uit Atjeh verdreven. De Atjehers stellen dat zij zich nooit hebben overgegeven en houden het einde van hun oorlog met Nederland op 1942.



Dienstplichtige soldaat Johannes Lambertus Feron

De Ambysche soldaat Johannes Lambertus Feron, geboren op 10 maart 1844, moest als dienstplichtige deelnemen aan de oorlog in Atjeh en werd uitgezonden bij de 2de expeditie. Hij vertrok in december 1873 per schip naar voormalig Nederlands-Indië (nu: Indonesië). Bij zijn vertrek deed hij een opvallende uitspraak: Op 17 juli 1863 werd Maria Gertrudis Brok geboren. Denkelijk stond Johannes op goede voet met deze familie Brok, aangezien hij beloofde: “Als ik terug kom trouw ik met haar” en dat is ook gebeurd, ondanks het verschil in leeftijd. In eerste instantie zou Johannes’ diensttijd maar van korte duur zijn. Nadat ze echter per schip vanuit Brouwershaven vertrokken waren hoorde men dat de uitzending wel eens van onbeperkte duur zou kunnen zijn. Gelukkig duurden de laatste conflicten niet meer lang, maar toch kon niet iedereen in 1875 aan de terugreis naar Nederland beginnen worden: er bleven troepen achter om “de orde” te handhaven. Hierbij waren behalve dienstplichtigen ook vrijwillige militairen, die behalve op Atjeh ook deelnamen aan oorlogshandelingen op Java, Bali en Sumatra. Deze werden aangetrokken tegen een vergoeding van 160 gulden, waarvan de overheid het grootste deel pas uitkeerde bij terugkeer…

Johannes Feron behoorde tot de achterblijvers en is enkele jaren op Atjeh gebleven, alvorens in goede gezondheid weer te kunnen terugkeren naar Amby. Hij was er werkzaam als "fourier": in de bevoorrading. Hij trouwde op 29 oktober 1883 met Maria Brok en samen kregen zij negen kinderen, waarvan Joannes Franciscus (Frans) na circa negen maanden huwelijk de eerste was. Deze Frans, vader van oud-inwoonster Alie Senden-Feron, bleef in Amby wonen. Johannes Feron stierf op 26 april 1917 en was toen woonachtig op de Dorpstraat.

Oorkonde

Oorkonde soldaat Johannes Feron

De tekst van de oorkonde:


De Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië.

Gezien hebbende ’s Konings besluit van den 19den februari 1869 no. 13 waarbij het hoogstden zelven heeft behaagd een eereteeken in te stellen voor hen die deel hebben genomen aan belangrijke krijgsbedrijven verklaart dat de Europeesche fourier Algemeen Stamboek 54573 Johannes, Lambertus, Feron gerechtigd is tot het dragen van het voormeld eereteeken met gesp, als hebbende in dien graad bij het detachement Kavallerie deelgenomen aan de krijgsverrigtingen tegen Atjeh in de jaren 1873-1874.


De oorkonde is ondertekend met:


Buitenzorg, den 18 september 1875,

de gouverneur-generaal voornoemd,

Van Lansberg.