Hof van Huntjens, deel 1

Uit Amiepedia
Versie door Rob Plantaz (overleg | bijdragen) op 10 jun 2022 om 21:47 (→‎Zie ook)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Hof van Huntjens anno nu

Covid-19, ofwel de Corona pandemie, lijkt op het moment van het voorbereiden en schrijven van onderstaand verhaal - mei 2022 - een onprettige herinnering te worden. De maatregelen en restricties die bij de bestrijding hoorden zijn langzaam aan het verdwijnen. We kunnen ons oude leven weer oppakken, zoals op pad gaan en elkaar ontmoeten en spreken. Ook onze professionele bezigheden doen we weer zoals we dat gewend waren. Dat geldt vooral voor de horeca, die noodgedwongen twee lange jaren pas op de plaats heeft moeten maken. Maar de (eet-)cafés, de Amyerhoof en de restaurants in Amby draaien weer op volle toeren. Zo ook restaurant en Brasserie “Hof van Huntjens”. De “Hof van Huntjens” is ondergebracht in een voormalige boerderij en daarover gaat onderstaand verhaal. Het verhaal bestaat uit meerdere delen. Beneden volgt het 1ste deel.


Schriften van Ben Huntjens

De geschriften van Ben Huntjens

Enkele jaren geleden, vrijwel meteen na de opstart van amiepedia.nl, plaatste de redactie een oproep in de Amyer Praot en op Facebook. Hierin werd mensen die Amby een warm hart toedragen, zowel binnen als buiten de huidige gemeenschap, gevraagd materiaal ter beschikking te stellen dat een plekje op de site kon krijgen. Een van de eersten die aan deze oproep gehoor gaf was de toen tachtigjarige heer Ben Huntjens, woonachtig in appartementencomplex “De Sprunk” in Amby. Ben en zijn vrouw Jeanne Stevens zijn voor menige, vooral oudere, inwoner van Amby geen onbekenden. Ben stuurde de redactie iets zeer opmerkelijks: namelijk een tweetal schoolschriften op A4 formaat, tweezijdig volgeschreven met allerlei informatie over Amby. Het opmerkelijke zit hem in het feit dat Ben in zijn hoofd een rondgang door Amby heeft gemaakt. Systematisch heeft hij alles, maar dan ook alles wat hij zich van de straten, de bebouwing/of nog-niet-bebouwing, de bewoners, de bedrijven en winkels wist te herinneren uit zijn vroegste jeugd, opgeschreven. Hij hopt, zeg maar, van straat naar straat en van deur tot deur. Hij beschrijft hoe het er “indertijd” – met name in de late jaren veertig, de jaren vijftig en zestig – uitzag en hoe het er toen aan toe ging. De redactie vond het uiteraard een erg interessant en leuk stuk, maar wist niet goed wat ze ermee aan moest of hoe het geschikt gemaakt kon worden voor plaatsing. In de loop der jaren daarna is het schrijven gekopieerd en in de archieven van de redactie opgeslagen. Eén van de redactieleden is zelfs bezig het geheel over te tikken in een Word-document. Het materiaal werd bij tijd en wijle door de redactie geraadpleegd en ijverig bestudeerd, om vervolgens weer een poosje te verdwijnen in een lade.

Hoe verder

Tot november 2021. Toen de Corona-maatregelen het toestonden is een lid van de redactie naar Ben gestapt met de vragen waarom hij dat stuk geschreven heeft, het ons heeft toegezonden en vooral wat we er volgens hem mee moeten doen. “Ja, logisch”, aldus zijn directe antwoord, “jullie vroegen om informatie en die heb ik jullie gegeven. Wat je er mee doet moet je zelf weten”. Aanvullend zei hij ook nog: “Ik zie dat er soms foutjes of onvolledigheden bij sommige artikelen of foto’s op de site staan en zo kunnen jullie dat aanpassen”. En inderdaad hebben we het materiaal in eerste instantie daarvoor gebruikt. Als naslagwerk dus. Tijdens het bezoek hebben wij Ben uiteraard onze excuses gemaakt over dat het zo lang geduurd heeft vooraleer we hem lieten weten dat zijn geschriften welkom waren. We hebben Ben ook uitgelegd dat er nog steeds wordt nagedacht wat verder te doen met zijn werk om het goed tot zijn recht te laten komen. De redactie is het er wel over eens dat als zijn werk overgetypt is, het op de een of andere manier een plek moet krijgen op Amiepedia. Anderen kunnen het dan in zijn geheel lezen en er aanvullingen of verbeteringen aan toe voegen.

De Hoeve

Bovenstaande is echter niet de enige reden geweest om naar Ben toe te stappen. Ben is namelijk geboren en getogen op de voormalige boerderij die nu als brasserie/restaurant “Hof van Huntjens” bekend staat en voor een deel verbouwd wordt tot appartementencomplex. De familienaam Huntjens werd de naamgever van de hoeve en het huidige restaurant. Het vervolg van dit artikel probeert een licht te laten schijnen op deze voormalige boerderij – “de Hoeve” zoals de familie Huntjens haar omschrijft - haar geschiedenis, haar bewoners en haar transitie tot onder andere horecagelegenheid anno nu. De rol van Ben en zijn familie in de wording van de Hof van Huntjens komt verderop meermaals aan de orde.

Het begin

De Hoeve tussen 1934 (de aangebouwde villa is al gemeentehuis) en 1938 (voor dat een brand de originele schuren verwoestte). Meer naar links is het huis met witte gevels te zien: het “Brickenhuys”.

De oudste geschiedenis van deze prominent in Amby gelegen hoeve laat zich niet gemakkelijk ontrafelen. Veel ervan is in nevelen gehuld en wat het zeker niet eenvoudig maakt is dat deze monumentale hoeve niet getooid is met een naam. Vrijwel alle grote en voorname hoeves in en rond Amby hebben min of meer een eigen naam, of een naam die is ontleend aan het herenhuis waar ze soms bij hoort. Dat maakt archiefonderzoek doorgaans een stuk gemakkelijker, want dan heeft de onderzoeker een belangrijk trefwoord. De datum van de bouw van de Hoeve hebben we nog niet precies kunnen vaststellen, evenmin als naam van de opdrachtgever of van de eerste bewoners.

Wel zijn er interessante aanknopingspunten gevonden. In een eerder artikel op amiepedia.nl is de geschiedenis van het zogenaamde Brickenhuys oftewel Pannenhuys beschreven. De hoeve is min of meer in de “tuin” - de omringende weilanden en tuinen – naast dit huis gebouwd. Uit afgeleide informatie blijkt dat de hoeve midden 18e eeuw zal zijn opgericht. De bouwstijl blijkt typisch voor die periode. Dit is onder meer te herkennen aan de strakke vormgeving van de Naamse steen rond de vensters en het gebruik van muurankers. Maar feitelijke bronnen zijn uiteraard het meest betrouwbaar.



Eerste bronnenonderzoek

Om de oorsprong van de hoeve verder uit te zoeken zijn diverse bronnen beschikbaar.

Voorkaft van een Gichtregister 1744-1750 van de schepenbank Meerssen

Koop en verkoop van een huis moesten in vroeger tijden voor de schepenen - de schepenbank - plaatsvinden en de eigendomsovergang werd geregistreerd in zogenaamde overdrachtsregisters of transportregisters, toendertijd “Gichtregister” genoemd. Een schepenbank is eenvoudig gezegd de voorloper van het huidige “college van burgemeester en wethouders” in Nederland, met als belangrijke verschillen dat ze ook overdracht van onroerend goed regelden en recht mochten spreken. In Zuid-Limburg werd vanaf de zestiende eeuw veelal eerst de tussenkomst van een notaris ingeroepen. Die maakte de akte op en bood die vervolgens ter registratie of “gichting” bij de schepenen aan. Dit betekent dat in Zuid-Limburg de “Gichtregisters” (ofwel overdrachtsregisters) van de schepenbanken en de notariële registers inhoudelijk deels hetzelfde zijn of elkaar aanvullen. Met een klein beetje geluk is voor de koop van de gronden en de bouw van de hoeve een hypotheekakte afgesloten bij een vermogende particulier - niet bij een bank, ergens tussen 1732 (toen was het nog weiland) en 1767 (eerste vermelding van de boerderij bij een belastingaangifte). In 1732 werd de grond waar de latere boerderij op werd gebouwd nog aangeduid als “weijde en moeshoff”.


Belanstingaangifte “aanbrengen” van Mattias Sleypen uit 1776

Er is een register uit deze periode waarin alle akten werden genoteerd die betrekking hadden op onroerend goed binnen de hoofdbank Meerssen, waar de bank Amby onder viel. Ook als de oorspronkelijke akte transporteerde bij een notaris buiten de schepenbank Amby, maar wel betrekking had op Amby, moest dit ingeschreven worden in het Meerssens Gichtregister. Dit gebeurde vrij nauwkeurig. Het vreemde is dat er twee Gichtregisters tegelijkertijd werden bijgehouden. Waarom dat is weten wij (nog) niet. Een van de twee registers over de periode 1732-1767 is nagespeurd en daarin is niets gevonden wat de Hof van Huntjens aangaat. Het tweede register, over de periode 1732 - 1750, is nog onderwerp van ons onderzoek. Vooralsnog is er nog niets boven water gekomen, maar er zijn wel aktes ontdekt over een regeling van schulden betreffende de bewoners/eigenaren van de hoeve. Daarover straks meer.

Andere te raadplegen bronnen

Andere bronnen die licht op de zaak kunnen werpen zijn het bevolkingsregister, (kerkelijke) doopregisters, huwelijksregisters, de belastingaangiftes en kadastrale registers. Genoemde registers zijn vaak ordelijk ondergebracht in officiële archieven en goed te raadplegen. De belastingaangiftes en de kadastrale gegevens worden pas ordelijk weergegeven vanaf de Franse tijd (1795-1815). Tot dan bestond er geen centraal en van overheidswege geregeld belastingsysteem en nog niet zoiets als een kadaster. Provincies, steden, dorpen maar ook hoge bestuurders (vaak adellijk) creëerden hun inkomsten via accijnzen, oorgelden (paardenbelasting), tollen, grondbelasting, belasting op waarde, luxegoederen, trouwen en begraven. De inning verliep vaak via speciaal aangestelde belastingpachters. Omdat dit overal weer anders georganiseerd en erg versnipperd was, is onderzoek via deze bronnen erg moeilijk.

Aangifte belasting van Cornelius Vorst, 1796. Aangifte over “slechts vier portes et fenêtres”.

Vanaf 1806 werd de belastingheffing centraal geregeld en is voor het eerst in het hele land personele belasting geheven. Dat was belasting over inkomen, bezittingen en zaken waaraan men iemands rijkdom of welvaart in die tijd kon afmeten. Zo moest men belasting betalen over het aantal dienstboden, koets- en rijpaarden. Later, vanaf 1812, ook over de hoeveelheid ramen en deuren in huizen - met als gevolg dat in veel panden vanaf die tijd het aantal deuren en ramen tot een absoluut minimum beperkt werd en in oudere huizen vaak werden dichtgemetseld. In feite was dit een systeem dat belastte volgens draagkracht. Dit systeem is uitgegroeid tot het huidige belastingstelsel. Zo is er dus toch enig materiaal te voorschijn gekomen waaruit af te leiden is wie vanaf de bouw de hoeve bewoonde en wie de eigenaar was.

De familie Sleijpen

Belastingaangifte “aanbrenging” uit 1732, door Hendrick Sleijpen.

In een belastingaangifte uit 1732 is te lezen dat de grond (nog onbebouwd) en in eigendom is van Hendrick Sleijpen, gehuwd met Helena Bosch.

In bovenstaande is te lezen dat Hendrick Sleijpen een bunder en drie grote roeden land (nu: 9.545 m2) “aanbracht”, bestaande uit een weide en een groentetuin waarvan het achterste deel akkerland was. Dit grensde aan de ene zijde aan Matthijs Sleijpen en aan juffrouw De Quade, aan de andere zijde aan het land van Jan Spiers, gehuwd met Maria Sleijpen. Aan de voorzijde lag de gemeenschappelijke straat, de huidige Ambyerstraat Noord. Hoogstwaarschijnlijk woonde Hendrik in het naastgelegen Brickenhuys en lag deze weide naast zijn woning, waar ook zijn zus woonde met haar man. Hij was echter geen eigenaar van het Brickenhuys; dat was zijn (waarschijnlijke) zus Maria Sleijpen, gehuwd met Jan Spiers, de toenmalige burgemeester. De verwantschap tussen Maria en Hendrick is niet bewezen maar het kan bijna niet anders dat beiden broer en zus zijn. Wat in elk geval wel zeker is, is dat het Brickenhuys komt van de ouders van Maria Sleijpen, welke familie dit al heel lang in bezit had. De familie Sleijpen was een grote en welvarende familie, die veel boerderijen rondom Amby, Scharn, Bemelen en Heer bezat en bewoonde. De bekendste telg was Mathijs Sleijpen van de Withuishof, destijds een van de rijkste inwoners van de regio. In 1767 brengt Mathies (Mathias) Sleijpen (niet te verwarren met Mathijs van de Withuishof), gehuwd met Catharina Bouwens, “een huijs hoft en weijde aan groot 1 boender en 4 grote roeden”, samen 9960 m2 groot. Mathies is de zoon van de eerder genoemde Hendrick en Helena. Voor de belastingen is dit de eerste vermelding van de boerderij. Deze is dus ergens tussen 1732 en 1767 gebouwd. Helaas is dit nog niet teruggevonden in de notariële archieven. Wat wel bekend is, en dat is heel bijzonder, is dat de meeste grote boerderijen of hoeves in Amby pachtboerderijen waren: de Ravenhof, de Gravenhof, de Hagenhof en de Hoeve Severen. Dit gold niet voor de hoeve van de familie Sleijpen; die was eigen bezit.


In 1776 hebben twee dochters, Maria Anna Sibilla Sleijpen en Maria Helena Sleijpen, met hun broer Henricus Sleijpen de boerderij geërfd. In 1778 verkopen zij noodgedwongen landerijen uit de nalatenschap van hun ouders, omdat deze schulden hebben nagelaten. Het is in deze periode dat een zekere Joannes Cornelis Vorst uit Den Haag in het leven komt van Maria Helena Sleijpen. Zij wonen eerst in Den Haag en daarna (vanaf 1792) op de boerderij in Amby. Hij was schoolmeester van beroep en heeft misschien nog kinderen van Amby onderwezen.

Dit brengt ons tot een ander probleem. Een onderwijzer had een officieel ambt en moest in die tijd van religie protestant (Nederduits Gereformeerd) zijn. Sinds de Tachtigjarige Oorlog werden katholieken immers achtergesteld. Als katholiek mocht Joannes Cornelis Vorst geen les geven, maar als protestant wel. Het is onbekend of hij (of zijn echtgenote) vanwege zijn huwelijk van religie is veranderd.

Volkstelling

Populatie kanton Meerssen

Na de Franse inval in 1795 en het plaatsen van Nederland onder Frans gezag, wordt er een volkstelling gehouden. Dit gebeurde met het oog op de militie: het kunnen vaststellen welke mannen dienstplichtig waren. Uit deze telling blijkt dat J. C. Vorst, zijn vrouw M. Sleijpen, zus M. Sleijpen, H. Sleijpen en An. Vorst woonachtig zijn op de hoeve.


Archiefstukken van de volkstelling uit 1795.


Hoe het ook zij, ergens in de periode na de eeuwwisseling, begin 1800, is de hoeve door verkoop in eigendom overgegaan van de familie Sleijpen naar een andere familie. De nieuwe eigenaren en tevens bewoners van de hoeve ontlenen hun middelen van bestaan niet langer alleen aan de opbrengst van het boeren werk. Zij zullen in Amby meer bekendheid krijgen vanwege het bekleden van vooraanstaande openbare functies. Hierover volgt meer informatie in deel 2 van de geschiedenis van de hoeve en hoe deze de naam “Hof van Huntjens” verwerft.

Zie ook