Leo Snackers

Uit Amiepedia
Versie door Amie Bot (overleg | bijdragen) op 24 feb 2021 om 17:57 (Links toegevoegd)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Leo Snackers was van beroep mr. Schrijnwerker, zoals op de voordeur stond; nu zegt men gewoon timmerman. Van 1930 tot 1982 woonde Leo Snackers met zijn gezin aan de Dorpstraat 94 (nu Ambyerstraat Noord 104).

Vergeten oude beroepen

Leo Snackers in zijn werkplaats

In de twintigste eeuw zijn talloze beroepen in de vergetelheid geraakt. Ze zijn ingehaald door de tijd, uit de mode geraakt of overbodig geworden. In het moderne Nederland is voor veel ambachten van vroeger geen plaats meer. Ook al hebben die beroepen soms eeuwenlang een prominente plek ingenomen in het dagelijks leven van de mensen. Jo Snackers schrijft en vertelt met passie over het beroep van zijn vader Leo.

Leo Snackers en een bijzonder beroep: Schrijnwerker

Van 1930 tot 1982 woonde mijn vader Leo Snackers met zijn gezin aan de Dorpstraat 94 (nu Ambyerstraat Noord 104) . Hij was gehuwd met Cornelia Duijkers. Zij woonden met hun gezin met 6 kinderen naast het café Duijkers, nu Kapsalon 'Hairz en More'. (Bèr Duijkers en Cornelia, Pa en Moeke; later voortgezet door Pol Kuijpers en Marie, zus van Cornelia, en nog later door hun dochter Corrie en schoonzoon Wiel Janssen (café d’n Duuker).

Leo Snackers was van beroep mr. Schrijnwerker, zoals op de voordeur stond; nu zegt men gewoon timmerman. Maar schrijnwerker was een veel breder begrip. Op de ambachtsschool leerde men b.v. ook meubels maken. Leo maakte alles waar hout voor gebruikt kon worden. Tal van ramen en kozijnen kwamen van zijn hand. Die waren nodig voor de vele verbouwingen die samen met andere handwerkslieden door hem werden uitgevoerd. Leo was wat je kunt noemen allround: hij maakte tekeningen voor de verbouwingen en voerde b.v. ook eenvoudig stukadoorwerk uit als een nieuw kozijn of raam werd ingezet.

Het maken van doodskisten

Een heel bijzonder product dat door hem met de regelmaat van de klok werd gemaakt waren doodskisten. Achter de woning aan de Dorpstraat 94 had hij een werkplaats ter grootte van ongeveer 9 x 9 meter. Het houten gebouw bestond uit 2 verdiepingen: de zolder werd gebruikt voor houtopslag. In de werkplaats stond een houtbewerkingsmachine, waarmee alles gedaan kon worden: schaven, (cirkel)zagen, boren en frezen. Ook was er op de elektrische aandrijfmotor een slijpmachine aangesloten. Verder stond er natuurlijk een werkbank met bankschroef. En ook stond er een kleine houtkachel die werd gestookt met zaagmeel en/of houtblokken.

Als er iemand in Amby overleed dan was natuurlijk een lijkkist nodig om de overleden te kunnen begraven. Tja en dan moest het overige werk even wachten want het maken van de kist had natuurlijk voorrang. Tenminste als de kist bestemd was voor iemand van Amby die thuis overleden was. Als die in het ziekenhuis overleden was dan was er helemaal haast bij, want de overledene werd dan weliswaar door personeel van het ziekenhuis “afgelegd” en dan in het mortuarium op een plank opgebaard. Als de kist dan klaar was werd die door een lijkwagen naar het ziekenhuis gebracht en werd de overledene in de kist gelegd.

Rekening voor het maken van een doodskist uit 1934 voor 26 gulden

Beati Mortui

Als de overledene in Amby overleden was dan was de procedure anders. De koster-organist van Amby, André Lardinois, had ook een begrafenisonderneming: “Beati Mortui”. En die kwam bij een overlijden in actie. Normaal gesproken werd de overledene thuis opgebaard. In Amby was toen nog geen rouwkamer/mortuarium. Voor zo’n thuisopbaring hield dat in dat er spullen opgehaald moesten worden om een kamer in het sterfhuis in te richten als rouwkamer. Er werden dan ijzeren stangen of buizen langs de muren opgesteld, waaraan zwarte doeken werden opgehangen door Lardinois en mijn vader en soms moest ik, als zoon, ook meehelpen. De overledene werd dan (netjes aangekleed en zo) opgebaard op een plank. Een doodskist was niet universeel, maar werd op maat gemaakt. Lardinois of mijn vader nam dan de maat van de overledene op en dan kon het maakproces beginnen. Men had voor het maken van een doodskist natuurlijk hout nodig. Er was keuze uit 3 soorten hout: populier, beuk (duurder) of eiken (het duurst). Populier was meestal wel in voorraad, maar als dat niet zo was of ingeval van beuk of eiken dan moest er hout worden gekocht (bij houtzagerij Severijns; toen gevestigd aan de Akersteenweg in Heer). Leo ging er dan op de fiets heen, later op de brommer, en zocht hout met de goede afmetingen uit voor één kist, want de afmetingen van een kist waren nooit gelijk (lengte, breedte, hoogte) en teveel afval was veel te duur. Een van de kinderen ging vervolgens te voet met een kar op weg om het hout op te halen. Leo kon dan in zijn werkplaats met de voorbereidingen beginnen. Bedenk dat het hout slechts in ruwe planken was gezaagd; boomschors zat er nog aan. Dat was veel afval, maar daar werd ook mee gestookt. En dan kwam er schot in de zaak. Langzaam ontstond de achthoekige kist. Eerst alle planken op maat zagen en vervolgens de buitenkant schaven. Eerst met de machine en dan nog een keer met de handschaaf en schuurpapier. Vervolgens in elkaar timmeren en dan moesten de planken gebeitst worden. 2 Lagen beits moesten er altijd worden op aangebracht en de eerste laag moest natuurlijk eerst drogen voordat de tweede laag kon worden opgebracht. Het is te begrijpen dat dat in de winter spannend was. In de werkplaats was slechts een kleine houtkachel aanwezig en daarmee kon geen kamertemperatuur bereikt worden. En wat werd dan gedaan: de gebeitste kist of delen ervan werden overgebracht naar de woonkeuken en daar op tafel gezet om te drogen.

De rouwkamer naast de Walburgakerk

Verwarring

Jo vervolgt: Zo gebeurde het dus, dat toen ik in 1961 verkering kreeg met Maria en zij voor de eerste keer bij ons thuis op bezoek kwam. Normaal ging dat via de achterom, het – nu nog bestaande - gangetje tussen het kapsalon (café) en onze voordeur. In de woonkeuken kwam zij vervolgens dan binnen en daar stond toen pontificaal een doodskist op tafel. Nou, dat was schrikken; dat kun je je wel voorstellen. Als het beitsen klaar was, dan moest de kist nog aan de binnenkant worden afgewerkt, zodat alles er mooi uitzag. Dat kon met papier zijn of met zijde; afhankelijk van de wensen van de nabestaanden. Dat afwerken deed mijn vader vaak samen met moeder en later mocht ik ook meehelpen. Tenslotte werd er natuurlijk een kruis op het deksel aangebracht. De doodskist werd dan naar het sterfhuis gebracht, waar de overledene dan werd ingekist.

Aanzeggen

Als nu in 2020 iemand overleden is, dan wordt dat door middel van een advertentie bekend gemaakt in de krant, eventueel digitaal, en worden er waarschijnlijk nog rouwbrieven verstuurd. Maar vroeger had lang niet iedereen een krant en was het plaatsen van een advertentie nog niet zo in gebruik. Het overlijden van iemand werd aangezegd. Van deur tot deur werd het bericht bekend gemaakt door degene die de begrafenis verzorgde. Zo trok André Lardinois dan in de omgeving van het sterfhuis langs de woningen om van het overlijden kennis te geven en datum en uur van de uitvaartmis door te geven.

Rekening voor het aanzeggen van de overledene dhr. Canisius uit 1929

Op de dag van de begrafenis vertrok de lijkstoet dan vanuit het sterfhuis naar de kerk, gevolgd door familie en bekenden.

Begrafenisfonds St.Walburgis

In 1929 was in Amby het Begrafenisfonds St.Walburgis opgericht. Voor leden van die vereniging werd tot een bepaald bedrag de kosten van een uitvaart vergoed. Wegens het vertrek van André Lardinois naar het buitenland in 1964 werd de onderneming Beati Mortui door dit Begrafenisfonds overgenomen . Secretaris/penningmeester van dit fonds was toen dhr. Giel Simons, waarmee goed werd samengewerkt. In de jaren zestig werd door dit Begrafenisfonds naast de kerk een ruimte gehuurd van het kerkbestuur en ingericht tot rouwkamer. Mede omdat de moderne woningen veelal kleiner waren was er vaak geen mogelijkheid om thuis op te baren. Het thuis opbaren gebeurde vanaf dat moment nog maar weinig. In de laatste jaren van zijn leven is Leo Snackers ook gestopt met het zelf maken van doodskisten. Hij kocht kisten in en werkte die dan na het overlijden van een persoon verder af. Leo Snackers overleed in 1982 op 76-jarige leeftijd. Mijn moeder en ik hebben toen een kist die in de werkplaats stond verder afgewerkt. Tot het laatst had hij liefde voor het vak, schrijnwerker. Men kon altijd bij hem aankloppen voor een klus en hij was dan ook vaak in de werkplaats te vinden.