Rampjaar 1632

Uit Amiepedia
Versie door Amie Bot (overleg | bijdragen) op 24 feb 2021 om 19:09 (Link toegevoegd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het rampjaar 1632: Een verhaal over hoe de belegering van Maastricht rampzalig uitpakte voor Amby.

Wat vooraf ging: de plannen van Frederik Hendrik van Nassau

In 1632 was de 80-jarige oorlog in volle gang. In het westen van het land had men zich afgekeerd van de Spanjaarden die hier de baas waren. De hoofdreden hiervoor was het verschil in geloof en de gruwelijke manier waarop de Spanjaarden de opkomst van het protestantisme te bestrijden. Dit leidde juist tot meer en feller verzet bij de 'Hollanders'. Maurits van Oranje leidde de opstand tegen Spanje. Hij was stadhouder van verschillende provincies en opperbevelhebber van het Staats leger. Na zijn overlijden in 1625 nam zijn halfbroer Frederik Hendrik van Nassau het stokje over. Frederik Hendrik richtte zijn vizier op het zuiden, Brussel en Antwerpen 'bevrijden' van de Spanjaarden. Maar op dat moment sleepte de oorlog al ontzettend lang voort en kostte dit veel energie en geld. Het kwam dan ook erg goed uit dat Piet Heijn in 1628 de zilvervloot schaakte, waardoor de oorlog weer bekostigd kon worden. Frederik Hendrik kon nu zijn plan gaan uitwerken en zich bewijzen als opvolger van Maurits. Zijn doel was om eerst een veldtocht te organiseren naar Duinkerken en Brugge (van daaruit waren veel kapers actief die de Nederlandse schepen aanvielen). Berichten over een groot Spaans leger in deze contreien deed hem besluiten de veldtocht af te blazen. De tweede keuze was een veldtocht naar Antwerpen, maar deze stad werd te zwaar belegerd. Op dat moment komt een zuidelijke veldheer in beeld, Van den Bergh. Hij beweerde dat het Maasdal vrij lag voor Frederik Hendrik.

Veldtocht door het Maasdal

Op 1 juni 1632 vertrok het leger via het Maasdal richting de Vlaamse havensteden. De groep bestond uit 17.000 soldaten en 3.000 à 4.000 ruiters. Het moet een bonte stoet soldaten zijn geweest. Zo'n leger bestond vroeger grotendeels uit huurlingen die ingeschakeld waren door veldheren die trouw waren aan Frederik Hendrik. Zo kon het dat dit leger uit onder meer Walen, Engelsen en Schotten bestond, vaak gevolgd door vrouw, kinderen, marskramers, marktlui, etc. Kortom, zo'n veldtocht was een wereld op zichzelf. Venlo, Roermond en Sittard werden al gauw ingenomen. Frederik Hendrik, die liever belegerde dan vocht, had iets slims voor elkaar gekregen bij de Staten Generaal. Het was bekend dat de zuidelijke steden helemaal niet zo te vinden waren voor het protestantisme. Om deze steden tegemoet te komen kreeg hij toestemming uit Den Haag om de belegerde steden te beloven hun eigen katholieke geloof te behouden. Maar... men moest 1 kerk afstaan aan de protestanten én dit gold alleen bij vrijwillige overgave. Dit leek goed te werken, binnen een dikke week stoomden ze door totdat ze op 9 juni bij Maastricht kwamen...

Het beleg van Maastricht

Het beleg van Maastricht werd slim aangepakt. Het doel van een beleg is overgave van de stad, vaak door uithongering en constante beschietingen. De stad moest dus helemaal omsingeld worden om te voorkomen dat de inwoners voedsel van buiten naar binnen konden smokkelen. Frederik Hendrik bezette zelf de Dousberg, zijn compagnonnen met hun huurlegers andere strategische plekken rondom de stad. De 28 jarige Johan Maurits van Nassau sloeg zijn kamp op bij de Ravenhof (ongeveer bij de L1 studio). Dit was een beschutte plaats in het bebost moeras rondom de Geusselt en Johan Maurits van Nassau nam zijn intrek in het ridderlijk kasteel, dat met zijn grachten goed te verdedigen was. Op onderstaand plaatje zie je het kampement op een tekening uit 1632. In het noorden de Ravenhof (thuys van Ionckheer Raaf)

Het staatse kampement bij de Ravenhof (www.geheugenvannederland.nl)

Gevolgen voor Amby

Huurlingen (soldaten die ingehuurd werden) waren vaak armoedzaaiers, avonturiers of mensen die hun heimat om de een of andere reden probeerden te ontvluchtten. Ze kregen slecht betaald (of helemaal niet) en dat leidde nogal eens tot muiterij of rooftochten. Kortom, de dorpen die te maken kregen met dit soldatenvolk werden geplunderd en bestolen. Dit was een gebruikelijk fenomeen maar kon voorkomen worden doordat het dorpsbestuur de kans kreeg om dit af te kopen. Dit afkopen gebeurde door een hoge belasting die bij de inwoners geïnd werd. Meerssen werd op die manier bespaard, of Amby het geld bij elkaar kreeg is een onderzoek waard. Het dorp leed onder het beleg. Allereerst de grond waar het kampement was opgeslagen. Waarschijnlijk was dit de Koeheukel, grenzend aan de Ravenhof. Dit was een grote grasvlakte, de gemene grond waar met name de armere boeren hun runderen konden laten grazen. Omdat de kleine boeren geen eigen weidegrond hadden waren gemene gronden essentieel voor hun levensonderhoud. Verkeerd begrazen (door bijvoorbeeld schapen) werd in de regel dan ook streng bestraft! Een ander groot (zeer groot) nadeel was het wegvallen van de afzetmarkt Maastricht. Door het beleg was het niet mogelijk voor de sjlaaimetten om met groenten naar de markt te gaan om zo een extra stuiver te verdienen. Maar hier bleef het niet bij. De belegeraars gingen in rap tempo wallen van hout en aarde opwerpen en linies graven. Vaak werd dan gebruik gemaakt van het 'manvolk' uit de omliggende dorpen die aan het werk werden gezet. Zo'n linie liep ook dwars door Amby. De arme Ambynezen, die hun heil niet in de ommuurde stad hadden gezocht, werden gedwongen hun korenvelden om te ploegen, en barricades op te werpen en loopgraven aan te leggen. De opgeworpen linie liep dwars door Amby, dat zien we ook op onderstaand plaatje.

De (uitkijk)toren van Amby: de Hollanders nemen hun positie in

De linies waren ondoordringbaar. Het lijkt voor de Ambynezen onmogelijk om vanuit de huidige Ambyerstraat Noord naar de Ambyerstraat zuid te komen (en vice versa). Bijzonder was dat de toren van het lieflijk Walburgakerkje een uitkijkpost was geworden van het Staatse leger. De 'staatsen' hadden hun positie stevig ingenomen rondom Maastricht. In de stad waren op dat moment ongeveer 3000 Spaanse soldaten gelegerd. Deze Spaanse soldaten kregen (of dwongen?) hulp van de ongeveer 3000 inwoners. De katholieke inwoners waren waarschijnlijk niet zo Hollands gezind, en daarbij, zij beschermden huis en haard. Ze wisten ook dat een stad die zich niet vrijwillig overgaf bij een geslaagde belegering maar al te vaak geplunderd werd.

De kerk van Amby als uitkijkpost (www.geheugenvannederland.nl

17 augustus 1632: Amby leerde haar Pappenheimers kennen...

Op 2 juli, een maand beleg was achter de rug, kregen de Spanjaarden versterking. 24.000 soldaten (voetvolk en ruiters) kwamen bij de stad aan maar achtten het Staatse leger te sterk en er werd niet overgegaan tot aanval. Zij wachtten namelijk op nog meer hulp van Pappenheim. Graaf van Pappenheim kwam al snel te hulp met zijn 12.000 man infanterie en 4000 cavalerie. Op 17 augustus stond hij bovenop de Ambyerheide klaar om het Staatse leger aan te vallen en Maastricht te hulp te schieten. Hij stormde de heide af, doorkruiste de velden en bestormde de linie die het Staatse leger had opgetrokken. De kerktoren van Amby werd zwaar onder schut genomen net als de rest van het dorp dat letterlijk middenin het slagveld lag. Amby lag opeens middenin het strijdtoneel. Enerzijds de Hollanders die de linie stevig verdedigde, anderzijds de Pappenheimers die zich prima konden verschansen achter hagen, muren en huizen.

Het stratenpatroon en blijkt op onderstaande tekening verrassend goed overeen te komen met de daadwerkelijke situatie. Als je goed kijkt zie je links de belegerde kerk (daarboven ook de tekst Walburgsche kerck tot Ammi). Het kruispunt in het midden is het kruispunt Hagenstraat-In de O-Dorpsstraat-Eindstraat. Zelfs de (voorloper van de) Tiendschuur is vereeuwigd met haar typische carrévorm. Verder nog de tekst Meest van dese huissen worde in brant gestecken als der vijandt aanviel. Dat belooft niet veel goeds voor Amby....

De huidige Ambyerstraat Noord tijdens de belegering in 1632 (www.geheugenvannederland.nl)

Amby valt ten prooi aan een zinloze aanval

De aanval is zinloos, mede dankzij de strategische gelegen kerktoren van Amby wordt de aanval van de vijand afgewend. Als 's avonds de rook is gaan liggen wordt de schade opgenomen. Ruïnes van kapotgeschoten huizen en afgebrande boerderijen trekken op uit de rook. De straten en velden liggen bezaaid met zeer veel slachtoffers. Gewonde paarden en soldaten en naar schatting 3000 lijken. Pappenheim verloor zelfs enkele van zijn beste legeraanvoerders. De lijken werden in de haast geborgen in een massagraf. Deze is naast de Ravenhof in de jaren 1910 (bij de bouw van Huize Ravecamp) opgegraven. Beide partijen hadden veel verliezen en gewaagd aan elkaar. Maar hoe lang hield de stad de belegering nog vol? Onderhandelingen werden gestart tussen de belegeraars en de belegerden, en na 2 dagen werd een staakt het vuren afgekondigd, Maastricht gaf zich over.


Overgave van Maastricht

Omdat de stad zich niet vrijwillig had overgegeven moesten de helft van het aantal kerken protestants worden. In Maastricht waren dat 2 van de 4 parochiekerken. De St. Jan en de St. Mathijs werden protestants. Maastricht bleef in Staatse handen net als de ommelanden, waaronder Amby. Andere steden werden enkele jaren later weer opnieuw ingenomen door de Spanjaarden. Hierdoor ontstond een versnipperd staatkundig landschap. Na de vrede van Münster (1648) was de oorlog ten einde, maar de onverdeeldheid over hertogdommen, heerlijkheden en vorstendommen nog lang niet. Bij de het sluiten van het partage-tractaat in 1661 werden definitieve grenzen getrokken. Spanje kreeg een deel van de gronden in het Heuvelland en Holland. Amby hoorde vanaf toen tot de staatse Landen van Overmaas.

Het kerkje van Amby tussen de rookwolken nadat Pappenheim de heide is afgestormd (www.geheugenvannederland.nl)

De wederopbouw van Amby

Amby is dus zeker niet zonder kleerscheuren uit de strijd gekomen. Het dorp was praktisch helemaal platgebrand. Het moet een verschrikking zijn geweest voor de inwoners. HEt is helaas onbekend of er ook burgerslachtoffers waren, maar dat is niet uit te sluiten. Is er nog iets van de wederopbouw bewaard? Jazeker. De huizen aan het begin van de Longinastraat (in vakwerkbouw) zijn uit de eerste helft van de 17e eeuw (1600-1650). Als we de geschiedschrijving mogen geloven kán het niet anders dan dat dit bouwwerk van na 1632 is, gezien het feit dat deze huisjes middenin het strijdgewoel lagen. Ze zijn dus te dateren in de periode 1632-1650, vlak na de belegering.

Tot slot nog een prent van de kerk van Amby uit het rampjaar zelf, 1632. Vóór de oorlogshandelingen plaatsvonden....