Sjlachterij Klaosses wordt Slagerij Claessen

Van "Sjlachter Klaosses" naar Kwaliteitsslagerij is een grote stap. Niet alleen in jaren, ook in bedrijfsvoering, in de aanpassingen van het pand, in de uitvoering van een passievol beroep, de medewerkers, ja zelfs in de klandizie. Kwaliteitsslagerij Claessen is sedert 1926 gelegen aan de Ambyerstraat Noord 50, vroeger Dorpsstraat. Het huidige slagerspand werd pas in 1931 gebouwd en betrokken als woning. Een begrip voor menige inwoner van Amby, maar ook van ver daarbuiten. Vele klanten vinden al jaren hun weg naar deze zaak, die nu door de derde generatie Claessen wordt gerund, te weten Geert en Anita Claessen.

Het aanzicht van de winkel vandaag de dag

Het interview wordt afgenomen achter de zaak, want Geert heeft het eigenlijk te druk voor een praatje over zijn nering. Dus dat wordt gedaan tussen zijn werkzaamheden door. Eenmaal op zijn praatstoel, begint Geert met passie te vertellen over al die jaren die hij gewerkt heeft in deze, zoals hij zelf terecht regelmatig zegt, prachtzaak.

Hoe het begon

 
Het slagersgezin Claessen

In 1926 beginnen zijn grootouders Sjaak en Lieske een slagerij, zoals er die in die jaren veel zijn. Alles wordt thuis gedaan: het slachten, uitbenen etc. Achter, vanuit de slagerij, vloeit het bloed van de varkens en runderen rijkelijk naar de goot. Dit slachten thuis duurt trouwens tot 1975. Door nieuwe richtlijnen en regels werden de runderen en varkens vanaf dat moment vervoerd naar het abattoir op ’t Bat in Maastricht.

Ondertussen waren vader Jo en oom Pierre reeds jaren werkzaam in de slagerij, die nog steeds eigendom was van oma Lieske. Zij was al heel lang weduwe van opa Sjaak, die slechts 53 jaar oud mocht worden. Oma zei altijd: “De zaak blijft van mij tot mijn dood”. Zij stierf op 93 jarige leeftijd. Ze overleefde twee van haar zonen, Pierre en Jo .

 
Aanzicht winkel in vroeger tijden, nog voor de verbouwing in de jaren '90.

Geert aan het roer

Geert nam na de dood van zijn oma de slagerij over. Hij was reeds sinds 1983 begonnen in de zaak, om precies te zijn 1 januari 1983. De bedoeling was dat hij de maand erna zou beginnen, maar door de plotselinge dood van zijn vader Jo - hij stierf achter de toonbank aan een acute hartstilstand, slechts 48 jaar oud- werd dit met een maand vervroegd. Vanaf 1983 sluipt ook echtgenote Anita figuurlijk de zaak binnen. Zij kreeg verkering met Geert in 1982 en vanaf 1983 na zijn vaders overlijden is Anita af en toe inzetbaar geweest met hand- en spandiensten, omdat ze daarnaast ook nog werkzaam was als ambtenaar bij de politie in Maastricht. Na hun trouwen in 1985 en na de geboorte van hun kinderen is Anita meerdere werkzaamheden gaan verrichten in de slagerij.

 
De broertjes Pierre en Jo Claessen

Een echt familiebedrijf

Met de jaren is het aantal uren voor Anita steeds verder uitgebreid en inmiddels is zij al jarenlang verantwoordelijk voor alle kant en klare maaltijden en salades, die worden bereid in de keuken en de werkruimte achter de winkel. Ook andere familieleden staken de handen uit de mouwen voor de slagerij. Vroeger reden Geerts ouders, Jo en José, op zaterdag een bezorgroute en ook daarna verrichtte José verscheidene jaren diverse werkzaamheden. Maar ook Geerts zusjes Jacqueline en Guusje hebben hun steentje bijgedragen. Lilian, dochter van Pierre en Lieke, hielp regelmatig totdat ze trouwde en elders ging wonen. Geerts broer Hub is in november 1991 in de zaak gekomen na het overlijden van Pierre. In 1999 sloot Marlou aan als deskundige, zeer betrokken en altijd goed gehumeurde medewerkster. Een ware rots in de branding. Achteraf gezien was dit tot ieders grote tevredenheid. Zij is en was afgelopen 20 jaar heel vaak het "gezicht" van de zaak van achter de toonbank. Ten slotte completeert Anneke sinds twee jaar actief het "team Claessen".

Stilstand is achteruitgang

Samen met oom Pierre - en vanaf 1991 tot 1999 met broer Huub - runden zij de slagerij. In het begin was het natuurlijk aanpassen en aftasten, want Pierre had een tiental jaren het gehele gebeuren gedaan met zijn broer. Als Geert een modernisering wilde doorvoeren dan zei Pierre: "Mót dat noe, ’t geit toch good zoe’’. Uiteraard voelde Pierre een grote verantwoordelijkheid voor de slagerij en de winkel. Pierre kon de zaak maar moeilijk loslaten in zijn vrije tijd. Hij ging dan ook elke zondag en tijdens vakanties naar zijn “buitenverblijf” in Grathem; daar stond zijn stacaravan in al zijn glorie op hem te wachten. Geert geeft aan dat Pierre dit vooral deed om écht weg te zijn van zijn werk. Want als hij thuis bleef, dan stonden er zelfs op zondagochtend klanten aan de deur. En zijn moeder Lieske stuurde deze nooit weg: “Het zijn per slot van rekening toch klanten”, zei ze dan kordaat. En ja Lieskes wil was altijd wet… Maar Geert bleef toch aandringen op vernieuwing en uiteindelijk ging zijn oom dan toch overstag. De zaak werd steeds een beetje meer aangepast aan de moderne tijd: eerst de winkel, daarna de werd de woonkamer betrokken bij de slagerij en ook de keuken werd gemoderniseerd. "Want", zoals Geert zegt, "stilstand is achteruitgang". Na ook de plotselinge dood van Pierre in 1991 ging Geert samen met zijn broer Huub door tot 1999; toen ging ook Huub op zichzelf beginnen. Eerst in Malberg en daarna in Oirsbeek.

 
Advertentie van Slagerij Claessen uit de Trompet in 1995.

"De kaerbeursjtel"

Zoals gezegd was oma Lieske gelukkig een lang leven beschoren en zij wilde nog altijd meehelpen in de slagerij. Echter niet achter de toonbank, maar vooral het vegen van de stoep voor de zaak was een vaste en dagelijkse bezigheid van haar. Geert was toch wel wat bezorgd over zijn hoogbejaarde oma en vreesde dat ze zou vallen, met breuken tot gevolg. Daarom verstopte hij de bezem en dat leidde ertoe dat oma maar bleef zoeken en zeuren over haar vermiste "beursjtel". Uiteindelijk was Geert de wanhoop nabij en gaf hij haar de bezem maar weer; hij was het zeuren zat… En oma veegde de stoep weer als vanouds. Oma hoorde bij de zaak en het was dan ook een groot gemis toen zij overleed op 93-jarige leeftijd. Na het heengaan van oma kocht Geert de zaak.

De bovenwinkel

Ook het woongedeelte boven de slagerij werd aangepakt en dat was écht nodig. Zo vertelt Geert dat hij vroeger als "koejong" tijdens vakanties "wild" was om bij zijn oma te logeren. Oma woonde boven de zaak samen met haar twee jongste zonen Alphons en Jan. Pierre zelf woonde achter de zaak met dochter Lilian. De echtgenote van Pierre, Lieke, is helaas veel te vroeg overleden, toen dochter Lilian pas twee jaar oud was. Als hij op zolder ging slapen, samen met oom Jan, dan keek hij zo tegen de pannen van het dak aan. Van isoleren en het beschieten van het dak had nog nooit iemand gehoord. Het kwam dan ook herhaaldelijk voor dat hij op een wintermorgen wakker werd met sneeuwvlokjes op zijn deken.

 
Geert aan het werk in de slagerij

"Gehak van Klaosses"

Geert is altijd trots geweest op zijn producten. Nagenoeg alle worst- en andere vleeswaren komen van Geerts eigen hand, evenals 't "huidvleisj" en de "bloodwoorsj". Hammen worden bijvoorbeeld handmatig gezouten en gedroogd en/of gekookt. Op de vraag waar slagerij Claessens om bekend staat en stond, dan is toch wel het gehakt een waar begrip. “Maar”, vervolgt Geert, “de laatste tien jaar is ook het rundvlees erg populair”. Dat dit komt doordat Geert persoonlijk zijn runderen uitkiest voor de slacht zal daar zeker aan bijgedragen hebben. En zoals hij zelf zegt: "De koeien worden op een biologische manier groot gebracht". Dat vindt hij zeer belangrijk! Kwaliteit moet gewaarborgd blijven. Hij verkoopt liever "nee" aan een klant, dan dat hij een product moet leveren waarover hij niet tevreden is. "Je moet kwaliteit blijven leveren, want de klant verwacht niet anders".

"Um-en-um in de pan"

Kwaliteit blijkt niet alleen uit goede vleeswaar, maar ook uit een welgemeend advies. Zo gaf oom Pierre de klanten altijd ongevraagd advies met betrekking tot het braden van het vlees: "Denk eraan mevrouw, um-en-um... effekes in de pan, neet te lang laote aanbroje en eve de beej blieve”. Dat zei hij honderd keer op een dag.

 
Binnenzijde winkel; de vitrine en de winkel zoals bekend bij veel Ambynezen.


Sociale ontmoetingsplaats

Veel klanten van binnen en buiten Amby haalden er hun vleeswaar. Mensen uit het dorp ontmoetten elkaar in de winkel op vaste momenten. Vele bekende figuren waren klant. Een terugkerende anekdote: steevast op zaterdagmorgen waren vele heren op de zaak. Rob Reumers, Richard Damoiseaux, Ed Zenden en Bram Gootjes waren er meestal gelijktijdig aanwezig. Dan werd over en weer elkaar de "vluuj aafgevange", hetgeen leidde tot vermaak van vele klanten en uiteraard tot veel gelach op de zaak. Geert was dan degene die het hardst lachte van allemaal. Buikpijn had hij ervan.

Over lachen gesproken

Ook Tien Budy, waarnaar speelterrein Tina aan de Molenweg is vernoemd, en Marie Ummels waren vaste klant. "En als deze het op hun heupen hadden werd je "bezeik" waar je bij stond”. Zo vertelt Geert het verhaal van een jonge huwbare vrouw die stond te kijken naar de cervelaatworsten die uithingen aan een stok. Tien komt naast de vrouw staan en zegt droogjes: “Bekijk die maar eens goed, kan goed van pas komen als je eenmaal gehuwd bent…” Of ook deze anekdote, die leidde tot een onbedaarlijk lachen: "Op zekere dag komt Marie de zaak binnen en vraagt aan Geert of ze ook “kaniester” hebben?" “Kaniester", zegt Geert, “daar heb ik nog nooit van gehoord. Wacht ik vraag het aan Pierre”. Maar Pierre weet het ook niet en loopt mee de zaak in. “Marie, dat hebben wij niet. Wat is dat dan?” Marie: “Kaniester,” en ze kan haar lach bijna niet meer inhouden, “dat zeen de kl… van ‘ne priester, hahaha”. Geert kwam niet meer bij van het lachen en Pierre lachte als een boer met kiespijn.

 
Geert aan het werk in de slagerij

Opvolging in de zaak

Tijdens het gesprek komt op een gegeven moment de opvolging ter sprake. Enige maanden daarvoor had Geert daar al eens over gesproken en gaf hij aan dat hij de laatste van de generatie Claessen zal zijn in de Ambyse slagerij. Maar nu kwam hij met een verrassing. Hun dochter Eefje, al jaren werkzaam in de slagerij, zal de zaak te zijner tijd gaan overnemen. Tijdens dit interview gaf hij met gepaste trots aan dat zijn dochter daags tevoren haar slagersdiploma had behaald. “Es God bleef” wil Geert tot zijn 68ste jaar doorgaan en daarna het stokje doorgeven aan Eefje. Eigenlijk zou hij eerder willen stoppen, maar als Eefje haar plannen doorzet wil hij haar natuurlijk blijven ondersteunen en begeleiden. Hem zo horen praten over zijn passie vindt hij dit blijkbaar helemaal niet erg. Gelukkig komt er geen einde aan een echt Amies familiebedrijf.